Cholot

Eldad Kisch

vrijdag 19 juni 2015

Wij weten niet goed wat we moeten met onze vluchtelingen, migranten, illegale infiltranten, asielzoekers. We hebben ze hier liever niet en doen alles om ze het leven onmogelijk te maken. Er wordt eindeloos langdurig diepgaand onderzoek verricht of het politieke vluchtelingen betreft, dan wel migranten die hun economische status willen verbeteren in een ontwikkeld land zoals Israël, waar je ook nog te voet kunt komen, weliswaar met veel gevaren en ontberingen onderweg, in de Sinai-woestijn. Wie politiek in orde wordt bevonden als bonafide asielzoeker, en dat zijn er heel weinig, mag blijven, maar krijgt geen werkvergunning. Wie wordt beschouwd als economische geldzoeker moet weg.

Als deze illegale, onwelkome mensen, meestal uit Soedan of Eritrea, eindelijk binnen zijn, worden ze meteen opgepakt door de grenspolitie, en in afwachting van acceptatie of uitwijzing (zie verderop) verwezen naar een ‘verblijfscentrum’. Dit is een verzamelplaats voor mannen diep in de Negev, dicht bij de Egyptische grens, in de nabijheid van de grote gevangenis Ketsiot. Een nogal kale, naargeestige plaats, geen gevangenis, maar ook niet vrij, met veelvuldige controles, genaamd Cholot, wat zich het beste laat vertalen als zandland. In dat kamp verblijven momenteel een paar honderd mannen, met capaciteit tot een duizendtal. Er is ter plaatse niets te doen, de mannen hangen wat rond en de leegte en verveling is opmerkelijk.

Daar vond zaterdag (13 juni) een happening plaats, een toneelstuk opgevoerd door de bewoners van Cholot, met de vrijwillige medewerking van veel Israëlische vakmensen uit de theaterwereld, waaronder mijn dochter Kinereth. Dit speciale theater functioneert al een jaar. Zeven geïnterneerden uit Cholot en vier Israëlische acteurs verwoordden op sarcastische wijze de mooie verklaringen die Israël conform de UN Refugee Convention uit, over de plicht aardig om te gaan met vluchtelingen, in schril contrast met wat wij er de facto van terecht brengen. Zij beeldden de zeer pijnlijke belevenissen van deze migranten uit bij hun entree in Israël, en de vreselijke bureaucratie en discriminatie die ze dagelijks tegenkomen. Dit alles soms op humoristische wijze in drie talen, in het Hebreeuws voor ons, de gasten, in het Arabisch voor de Soedanezen en in het Tigrinya of Tigre voor de Eritreeërs.

Daar zaten we dan tegen de avond, een honderdvijftig Israëli's die zo'n tweehonderd kilometer gereden hadden vanuit Tel Aviv en het centrum van Israël, om hun solidariteit met deze mensen in limbo te betuigen. Wij zouden niet mogen vergeten dat velen van ons ooit vluchtelingen waren.

Wij zaten op matten op de harde grond, voor een geïmproviseerd podium naast de ingang van het kamp, omgeven door een zee van zwarte gezichten van de geïnterneerden van Cholot. Na de 'voorstelling' bezonnen we ons op mogelijkheden voor een oplossing van dit migratieprobleem met een oproep aan de autoriteiten om deze mensen, die er nu toch al zijn, de kans te geven officieel te integreren in de Israëlische maatschappij, met werkvergunningen en sociale verzorging.

Eén van onze lelijke beslissingen is het 'vrijwillig' uitwijzen van deze ongewenste vreemdelingen, vergezeld van een kleine som geld, naar 'bevriende' zwarte landen (niet hun land van herkomst), onder de leugenachtige belofte dat ze daar gewenst zijn en liefderijk ontvangen zullen worden. Alles praatjes. De Israëlische veronderstelling dat al wat zwart is toch één pot nat is, gaat, met moedwillige oogkleppen op, totaal voorbij aan de haat en nijd die er heerst tussen de verschillende stammen en volken binnen Afrika. De negatieve feedback van degenen die er ingetrapt zijn, liegt er niet om. Deze 'vrijwillige' uitwijzing is dan ook geen groot succes.

Terzijde: Ik wil nog wel eens terug naar Cholot, maar dan in functie, met mijn dokters. Dat is misschien niet overbodig, want de schamele medische verzorging ter plaatse kwam ter sprake in de toneelvoorstelling en werd door de acteurs bespot. Wij hebben enkele van de gedetineerden in onze polikliniek in Jaffa in behandeling. Daar kunnen ze wel een dagpasje voor krijgen.

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.