Vloeken

Eldad Kisch

zondag 15 oktober 2017

Kort geleden leende ik een boek uit de Universiteitsbibliotheek over vloeken in het Engels. Wat betreft de behandelde specifieke uitdrukkingen heb ik niet zo veel bijgeleerd. Maar als sociaal fenomeen is het zeer interessant – wie vloeken (mannen, vrouwen), sociale status, wanneer, waarom, en welke indruk maakt dat op de omgeving? Die algemene en statistische bevindingen zullen er in het Nederlandse taalgebied niet veel anders uitzien.

Dan zijn er de bewegingen tegen het vloeken. Nederland kent de Bond tegen Vloeken, die dit jaar zijn honderdjarig bestaan viert. Herinnert u zich nog de bordjes in de tram: "Spreek vrijmoedig over God, maar misbruik nooit Zijn Naam", ondertekend met De Bond tegen Vloeken.

Vloeken is niet gezond, werd ons nog in 2004 voorgehouden. Een onderzoek bij het Russische Ananova News door de wetenschapper Gennady Cheurin wees uit dat mannen die veel vloeken, impotent kunnen worden, en vrouwen ontwikkelen mannelijke karakteristieken zoals haar in het gezicht en extra spieren.

Maar het kan nog doller: u weet natuurlijk dat water een inherent geheugen heeft, ten goede en ten kwade. Nadat er enkele uren vloeken werden losgelaten op een glas water, werd dit water uitgegoten over kiemgraan. Slechts 48 procent van de zaadjes met het ‘vuile’ kiemde daadwerkelijk, tegenover 93 procent van de zaadjes die ter controle met schoon water waren bevloeid. Serieus! Kun je zelf thuis controleren.

Een wijd verbreide misvatting is dat mannen meer vloeken dan vrouwen. Modern onderzoek weerlegt dit vooroordeel volkomen. Zeker is dat er tussen de seksen verschillende voorkeuren van woordkeus bestaan. Mannen gebruiken 'sterkere' vloeken dan vrouwen.

Even een kleine zijsprong: modern taalkundig onderzoek, zoals hier bij vloeken, maakt gebruik van corpora, grote reeksen van geschreven werken van allerlei aard (krantenartikelen, brieven, romans) en bandopnames van werkelijke gesprekken; de woorden waarvoor specifieke belangstelling bestaat, worden daar uitgelicht met elektronische middelen. Hun frequentie van gebruik wordt zo bepaald.

Bij vloeken worden er zo mogelijk aantekeningen gemaakt over context, van de sekse van de spreker, zijn/haar leeftijd en sociale status. De laatste jaren wordt er ook genoteerd wie de aangesprokene is, want dat maakt een groot verschil voor de passende keuze van de gekozen Grove Woorden (GW) in een gesprek. Sekse is al genoemd, maar ook huidskleur, intellect, en sociale status van de aangesprokene hebben invloed op het areaal van gekozen woorden.

Het corpus van het gesproken woord is hier van belang, want de corpora van geschreven taal maken voor publicatie vaak een proces van censuur door, waarbij de sappige vloeken niet zelden het loodje leggen.
Het lijkt ook dat mannen zich inhouden bij het gebruik van GW, vergelijkenderwijs, als er dames in het gehoor zijn.

Vloeken neemt een belangrijke vlucht vanaf dat we leren spreken, bereikt een piek rond de 25 jaar en neemt dan duidelijk en snel af naarmate we ouder – en wijzer? – worden. Let wel, de studie van vloeken en GW gaat over duidelijk herkenbare woorden – eufemismen of vervangwoorden zoals gossie, jeminee, tenzij specifiek genoemd als studieobject, doen niet mee!

Het zal niemand verbazen dat het gebruik van vloeken stijgt met het dalen van de sociale klasse, dat wil zeggen dat er aanzienlijk meer wordt gevloekt in het laagste stratum.

Er wordt al eeuwen aan gewerkt om het vloeken te beperken. Ik noemde de Nederlandse Bond tegen Vloeken, maar in Engeland begon dat al veel eerder met koningen en regeringen die het vloeken verboden en bestraften met boetes. Deze vorm van censuur was in de eerste plaats gericht op het verbieden van politieke afwijkende meningen over koning en regering, en verder van alles wat tegen de godsdienst van het land indruiste, dus ketterij. Grove taal, zeker gesproken taal, was veel moeilijker aan te pakken. Een bijzondere plaats nam het gesproken woord van het theater in, waar de censor bij tijd en wijle ook het mes in zette vanwege grove taal, blasfemie en politieke satire.

In het Victoriaanse Engeland werd minder dan ooit gevloekt, omdat dat gewoon niet 'beschaafd' was. De latere BBC kende een krachtige zelfcensuur en pas in en na de Tweede Wereldoorlog kwam er in de ether weer wat leven in de brouwerij, vooral na negen uur ’s avonds, wanneer de kinderen naar bed waren. Met de komst van de televisie was het hek helemaal van de dam. Zo kun je weer rustig damn, shit en fuck horen.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.
Potjandosi
potverdriedubbeltjes ook goed voor jou Mony? Ik zelf heb een sterke voorkeur voor het woord 'f**k' in alle mogelijke varianten. Ik gebruik het vaak in discussies en commentaren. Als het een beetje fel gaat en als ik echt wat kracht wil bijzetten, gebruik ik het vaak met een soort orgastisch genoegen. Woord echo? Groet.

Columns 2024

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013