Afrikanen

Salomon Bouman

vrijdag 20 december 2013

Wat bewoog tegen de tweehonderd Afrikanen in de bittere kou van nabij Be’er Sjeva naar Jeruzalem te marcheren? Honger. Ja. Wat voor honger? Honger naar vrijheid en menselijkheid. Ze wilden door Israël als vluchtelingen worden erkend en niet als ongewenste illegalen willekeurig worden opgepakt en in een open of gesloten gevangenis worden opgesloten. Zo eenvoudig is het. Israël worstelt, evenals Nederland en andere Europese landen, met een vluchtelingenprobleem. Ik ontken het probleem niet, maar gezien onze achtergrond als vluchtelingen zou Israël meer empathie moeten hebben met deze stakkers.

Tienduizenden Afrikanen zijn de afgelopen tijden na barre tochten door de Sinaï-woestijn naar de vetpot Israël gekomen. Zij trotseerden tijdens hun tocht door de woestijn afpersingen, martelingen en andere vernederingen. Ze waren speelballen in de handen van de Bedoeïenen totdat ze soms uitgemergeld en ziek de grens met Israël bereikten. Hun beloofde land! Israël is echter voor deze illegale immigranten op slot gegaan. Gespecialiseerd in het bouwen van hekken en muren besloot de regering Netanjahoe de grens met Egypte met prikkeldraad af te schermen. Dat was de eerste stap in een wel doordacht plan om het Joodse land van de zwarte illegalen te zuiveren.

Stap twee was, en is, het inrichten van opvangkampen in de Negev-woestijn waar ze zonder pardon gevangen werden genomen. Een kamp zou tienduizend zwarten moeten herbergen. Afrikanen die als misdadigers worden beschouwd en zonder enige vorm van proces een jaar kunnen worden opgesloten. Onder druk van binnen- en buitenlandse kritiek is Israël overstag gegaan. Nabij Be’er Sjeva is een kamp met open deuren ingericht voor naar schatting tegen de vierduizend zwarten. Ze mogen het kamp uit maar ze moeten zich wel driemaal per dag melden. Tot verbijstering van de autoriteiten hebben tegen de tweehonderd Afrikanen deze beperkte vrijheid aangegrepen om ‘uit te breken’. Ze marcheerden onder zware weersomstandigheden, in de winterse kou in het begin van hun tocht, naar Jeruzalem. Voor de Knesset hebben ze tegen hun detentie geprotesteerd. Nogal kortstondig want de politie heeft ze snel op de bus gezet, terug naar hun, laten we zeggen, opvangcentrum in de Negev-woestijn. Een kersverse wet heeft bepaald dat het zich onttrekken aan de meldingsplicht in het kamp een wetsovertreding is en daarom strafbaar! Je moet er maar op komen. Een rechts lid van de Knesset sprak de hoop uit dat de politie aan de poorten van Jeruzalem klaar staat de marcherende Afrikanen te arresteren en op te sluiten. De Afrikanen zeggen dat ze voor hun vrijheid vechten. “We zijn naar Israël gekomen uit streken van geweld en bloedvergieten. We kunnen niet terug,” zei een van de woordvoerders van de Afrikanen van wie velen uit Soedan, uit Darfoer, komen. Israël koopt dat argument niet en ziet hen als economische vluchtelingen. Vanuit dat commerciële perspectief biedt de staat Israël een Afrikaan die naar huis wil terugkeren 3500 dollar plus een gratis vliegticket. Uit de Israëlische media begrijp ik dat al ruim 1700 illegalen dit aanbod hebben aangenomen en het beloofde land achter zich hebben gelaten.

Het kan verkeren is een Nederlandse uitdrukking. Toen ik me in 1965 in Israël vestigde, onderhield Israël zeer nauwe banden met Afrikaanse landen. De Histadroet, het algemeen vakverbond en het ministerie van Buitenlandse zaken werkten nauw samen in het opleiden in Israël van Afrikaanse leiders. Afrikaanse militairen werden in Israël getraind. Moboetoe en Idi Amin (later president van Oeganda) waren trots op hun rode baret als teken van hun geslaagde parachutistenopleiding. De Franse dekolonisatie van Franssprekend Afrika opende de poorten voor Israël. Tot 1967, maar ook nog wel daarna, was er beslist sprake van een Afrikaans-Israëlische romance. De Afrikanen identificeerden zich met de idealen van het zionisme. Ook zij streefden en vochten voor zelfbeschikking. Zo warm waren de betrekkingen tussen Israël en Afrikaanse landen dat de minister van Buitenlandse zaken, Golda Meir, een opvallend bezoek aan Congo bracht. Afrikaanse leiders kwamen naar Israël. In tien Afrikaanse landen trainden Israëlische instructeurs de strijdkrachten. In Kameroen heb ik dat met eigen ogen gezien. Theodor Herzl schreef in 1902 in zijn boek Altneuland het volgende: ‘Als ik getuige ben geweest van de bevrijding van de Joden, mijn volk, wens ik te helpen bij de bevrijding van de Afrikanen’.

Ik denk niet dat de Afrikanen, die begonnen aan een mars naar Jeruzalem, deze tekst kennen. Helaas is ook Israël deze profetie van de stichter van het zionisme vergeten.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2024

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 0000