Deportatie

Salomon Bouman

vrijdag 2 september 2022

Met de verkiezingen op 1 november in het vooruitzicht slaat de politieke graadmeter flink uit naar rechts. Het lijkt een niet meer te beteugelen tsunami. Tenminste als je de opiniepeilingen moet geloven. De rechtse politieke emotie wordt voornamelijk gevoed door een anti-Palestijnse opstelling, die doorwoekert in de Israëlische samenleving.

Wie had in 1967, na de Zesdaagse oorlog, kunnen voorspellen dat ruim een halve eeuw later volgens Haarets van 29 augustus bijna twee op de drie Israëli’s voor het deporteren van landgenoten zijjn die volgens vage criteria niet loyaal zijn aan de staat? Niet alleen Israëlische Arabieren die tegen Israël zijn, maar ook Israëlische Joden die zich niet kunnen verzoenen met de Israëlische politiek, komen in aanmerking over de grens te worden gezet.

Ik denk niet dat het zo’n vaart zal en kan lopen, omdat deze gedachte indruist tegen de Onafhankelijkheidsverklaring. Het Hooggerechtshof in Jeruzalem zal het laatste woord hebben om de Onafhankelijkheidsverklaring in naam van de democratie te verdedigen tegen een fascistische interpretatie.

Waar komt dit om zich heen grijpende idee om niet loyaal geachte burgers te deporteren vandaan?

Het is Itamar Ben Gvir, de leider van de Kahanistische partij Otsma Yehudit (Joodse Kracht), die het deportatie taboe in het publieke debat heeft gelanceerd. Deze man, wiens lijfspreuk ‘Dood aan de Arabieren’ is, gelooft – niet ten onrechte – dat het idee van deportatie zijn partij op 1 november geen windeieren zal leggen.

Itamar Ben Gvir voelt de Israëlische tijdgeest heel goed aan. Hij weet dat de artistieke vrijheid van mening in Israël de afgelopen jaren onder druk is komen te staan. De financiële overheidssteun aan het Midan Theater in Haifa werd dit jaar bevroren. Reden voor dit besluit was het opvoeren van het stuk Gelijke tijd, waarin begrip wordt opgebracht voor een gevangengenomen Palestijnse strijder die een Israëlische soldaat heeft gedood.

Overheidssteun werd ook ontzegd aan het Jeruzalem filmfestival, wegens het vertonen van een kritische film over Jigal Amir, de moordenaar van premier Jitschak Rabin in 1995. Rabin werd door hem vermoord omdat hij in het Oslo-vredesproces leek in te stemmen met het stichten van een Palestijnse staat naast Israël.

Op 5 augustus waarschuwde Haarets in een hoofdartikel voor het gevaar van censuur op artistieke uitingen voor de Israëlische democratie.

Weten de lezers van de Crescas nieuwsbrief nog wat de ‘Groene Lijn’ was? Dat was de nooit erkende grens tussen Israël, Libanon, Jordanië, Syrië en Egypte, vóór de oorlog van 1967. De gebieden die Israël in juni 1967 veroverde liggen dus buiten de Groene Lijn.

Het is ook een teken van de tijdgeest dat de Groene Lijn uit het collectieve geheugen verdwijnt en Israël nieuwe ‘grenzen’ zou hebben.

In nieuwe schoolboeken in Tel Aviv is de Groene Lijn geschrapt, waardoor de leerlingen het heel natuurlijk moeten vinden dat de westelijke oever van de Jordaan – Judea en Samaria – deel uitmaakt van de staat Israël.

In Palestijnse schoolboeken is de Groene Lijn ook geschrapt. Palestijnse schoolkinderen weten dan niet beter dat Israël nooit heeft bestaan, op papier althans.

Wederzijdse ontkenning op dit niveau is kenmerkend voor de diepte van het Israëlische-Palestijns conflict dat nu ook vreet aan de artistieke vrijheid in Israël en in de Palestijnse gebieden.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2024

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 0000