Dibi

Salomon Bouman

vrijdag 1 juni 2012

De overgang van Nederland naar Israël is meer dan een verandering van klimaat. Ik kon me in Nederland niet erg opwinden over het zielige debat tussen de twee kemphanen van Groen Links. Het is jammer dat Tofik Dibi zo’n onbenullige indruk maakt. Tenminste op mij. Toen hem tijdens het debat met Jolande Sap werd gevraagd zijn standpunten duidelijk te maken, las hij een e-mail voor. Ik weet echt niet wat hem bezielt om zo onhandig, zo nietszeggend, naar het leiderschap van de partij te dingen. En toch is het een goede ontwikkeling dat een Nederlander van Marokkaanse afkomst de moed heeft niet langer een Marokkaans knuffeldier te willen zijn maar gewoon, rechtuit, een Nederlandse politicus.

Marokkaans-Joodse immigranten zijn nooit knuffeldieren geweest in Israël. Ze hebben in het door Asjkenazische Joden beheerste Israël in de vijftiger en zestiger jaren, toen ze naar Israël kwamen, een heel moeilijke integratie doorgemaakt. Ze werden beschimpt, gewantrouwd en in maatschappelijk opzicht gediscrimineerd. De cultuurbotsing tussen de Marokkaanse Joden en de Asjkenaziem was hevig. Ik weet zeker dat de Nederlandse Dibi het makkelijker in Nederland heeft gehad dan de naar Israël geëmigreerde Marokkaanse Joden. De tijd heelt alle wonden is een goed Nederlands gezegde. De Marokkaanse Israëli’s hebben hun plaats in de samenleving met succes bevochten. Ze zijn doorgedrongen tot in de voorste gelederen van de politiek, in het leger en in de economie. Nu zijn ze Israëli’s onder Israëli’s. Ik denk dat de Nederlandse Marokkanen een langere weg moeten afleggen om die status te bereiken, om Nederlanders onder de Nederlanders te worden. In dat opzicht is Dibi een lichtend voorbeeld.

De bindende factor in Israël tussen alle immigranten, waar vandaan dan ook, is de Joodse religie, de Joodse identiteit, het verlangen naar Jeruzalem. Dat bindmiddel tussen de Islamitische immigranten uit Noord-Afrika en de Nederlandse Christenen, de Christelijke cultuur, ontbreekt in Nederland. In plaats daarvan zijn er naast de sociologische ook religieuze spanningen. Zo’n absurd debat over het hoofddoekje en de boerka is in Israël ondenkbaar. In het Joodse land spelen andere zaken.

Shlomo Sand, een professor van de universiteit van Tel Aviv, heeft twee boeken geschreven die de zionistische en Joodse ethos onderuit halen. Zijn eerste boek dat de titel De uitvinding van het Joodse volk meekreeg, is gevolgd door een nieuw boek Wanneer en hoe het land van Israël werd uitgevonden. De universiteit van Tel Aviv werd door de politie afgezet toen in het postvak van Sand een enveloppe met wit poeder werd aangetroffen met een begeleidende doodsbedreiging. Naar mijn idee is Sand op hol geslagen. In zijn argumentatie is niets nieuws. Dat er in genetisch opzicht geen Joods volk (meer) is, weten we wel. Dat in Rusland stammen tot het jodendom zijn overgaan, is geen nieuws. Dat er altijd een Joods verlangen naar Zion is geweest, in de gebeden, is geen nieuws. Het is ook niet zo’n geniale conclusie dat het zionisme het idee van het door God beloofde land heeft genationaliseerd. Zijn boeken staan haaks op de Israëlische realiteit nu. Professor Sand erkent dat het zionisme een Israëlisch volk heeft geschapen, maar zoals hij zegt geen Joods volk. Zijn Israëli’s geen Joden? Door zijn collega’s op de universiteit wordt Sand met de nek aangekeken. Misschien ook wel jaloezie want zijn boeken worden in veel talen vertaald en hij is een graag geziene gast op universiteiten buiten Israël. De Palestijnen zien in hem een Israëlische intellectuele held die, zo lijkt het, de legitimiteit van Israël aanvecht. Dat ontkent Sand. Je zou het niet geloven, maar Sand is eigenlijk een verkapte zionist die voor een confederatie is tussen een Israëlische en Palestijnse republiek. Sand is ook een politieke realist die op wonderlijke wijze met de Joodse geschiedenis door de eeuwen heen goochelt om tot conclusies te komen waarin hij misschien zelf, diep in zijn hart, niet gelooft. Maar internationaal succes heeft hij en ook een nieuw appartement.

Veel duidelijker en verontrustender is het boek Torat Hamelech (de Tora van de koning) waarin rabbijnen discussiëren onder welke voorwaarden niet-Joden (lees Palestijnen) ten tijde van vrede en oorlog mogen worden gedood. Het Hooggerechtshof heeft de rabbijnen vrijgesproken van ophitsing tot moord. Volgens de Hoge Rechters is er geen aanleiding deze rabbijnen te vervolgen omdat de discussie over de vraag of niet-Joden mogen worden gedood louter academisch is in het kader van de vrijheid van meningsuiting en geen oproep tot moord is. Het is opmerkelijk dat het Israëlische rechtssysteem zoveel ruimte toelaat aan dezelfde rabbijnen in bezet gebied, die eerder een rol speelden in het scheppen van een klimaat dat leidde tot de moord op premier Jitschak Rabin in 1995.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2024

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 0000