Channa

Salomon Bouman

vrijdag 8 september 2017

Bij het schrijven van deze column moet ik denken aan Channa, aan het verlies van Rob natuurlijk. Van achter mijn computer deel ik haar verdriet en ik wens haar heel veel kracht en moed op het grillige levenspad.

De associatie is wel wat eigenaardig. Kort nadat ik in mijn mail las dat Rob was overleden, moest ik het te lang geworden gras van onze tuin in Bilthoven maaien. Ook daar werd ik met de dood geconfronteerd. Ieder jaar opnieuw waren er een paar roodborstjes die me volgden terwijl ik achter de maaimachine liep. Ze zijn er niet dit jaar. Niet dat vriendelijke, kleine vogeltje dat zo dicht bij je komt. En waar zijn de merels? Aan de muur van ons huis hangen grote trossen blauwe druiven. Een lekkernij voor merels. Ieder jaar vlogen ze in de wijnstokken en ‘plunderden’ de druiven. Dit jaar heb ik maar één merel de duik in de wijnstokken zien maken. Op de radio hoorde ik dat een virus de merelstand zwaar teistert.
Ik dacht aan Channa, aan de macht en onmacht van de natuur, aan het overlijden van Rob.


Doorgaans is de berichtgeving over Israël negatief. Ik begrijp dat, aangezien journalistiek zich tot taak stelt te onthullen en niet te prijzen. Ik weet dat heel goed uit eigen ervaring. Tijdens mijn journalistieke werk in Israël voor NRC schreef ik meer over de ideologische en sociale kwalen van het land dan over andere dingen. Toch lukte het me wel artikelen over kunst en technologie en andere zaken buiten het politieke palet in de krant te krijgen. Nu wordt daar voor zover ik kan waarnemen geen aandacht aan besteed door journalisten die vanuit Israël werken.

Het doet me echt goed om op positieve ontwikkelingen in het onderwijssysteem in Israël te wijzen, over de opkomst van Arabische scholen in het bijzonder. Het ministerie van Onderwijs heeft een lijst gepubliceerd van de best presterende middelbare scholen in de Joodse staat.

Bent u verbaasd dat de beste middelbare school in het druzen dorp Bet Jan staat? Dit jaar slaagde daar 99,5 procent van de leerlingen voor het eindexamen, vorig jaar was dat zelfs 100 procent. Op plaats 9 en 8 In de top tien van de beste middelbare scholen staan Arabische (dus niet druzische) scholen in Arabische dorpen.

In Beit Jan heeft 77 procent van de leerlingen het examen wiskunde op het hoogste niveau afgelegd, terwijl het landelijke gemiddelde op 11,4 procent staat. Religieus-orthodoxe Joodse scholen en Arabische scholen in de rest van het land staan volgens een publicatie van CIDI onderaan de ladder van presterende scholen.

“Als je bedenkt dat de meeste Arabische leerlingen een groot sociaal-economisch nadeel hebben ten opzichte van Joodse leerlingen, zijn deze resultaten verbazingwekkend”, zegt Nahum Blass, een onderzoeker van de onderwijsontwikkelingen in Israël. Een studie van het Taub Centrum voor Sociale Studies wijst uit dat de Arabische scholen de afgelopen jaren in snel tempo de kloof met de Joodse scholenzijn gaan dichten.

Nog een voorbeeld: De Darca middelbare school voor wetenschap en leiderschap in het druzen dorp Yarka kan er op bogen dat 75 procent van de leerlingen bij het eindexamen excelleerde, in het grote Arabische dorp Baka al Garbiye komt de Al-Qasemi High School op zestig procent uit! (Het nationale gemiddelde voor excellentie is 7,5 procent.)

Wat betekent deze ontwikkeling voor de Israëlische samenleving?
Het is zichtbaar en hoorbaar. Het aantal druzen en Arabische studenten op Israëlische universiteiten neemt toe. Zij zullen dus een belangrijkere plaats innemen in de Israëlische samenleving. Arabische doctoren en apothekers nemen reeds een belangrijke plaats in in de gezondheidssector. Maar er is ook werkgelegenheid in de zich ontwikkelende hightech in de Arabische sector. (Twintig procent van de Israëlische bevolking is niet-Joods.)

Ik geeft dit slechts in grote lijnen aan. Om veiligheidsredenen, echte of gefingeerde, zijn de deuren van Israëlische ondernemingen die verbonden zijn met defensie gesloten voor Arabieren. (Voor druzen geldt de dienstplicht; zij dienen in het Israëlische leger.) Het zou overmoedig zijn te concluderen dat de Arabische opmars in de onderwijssector bijdraagt tot acceptatie van Israël als een Joodse staat. De geschiedenis wijst juist uit dat naarmate het ontwikkelingsniveau in een gespannen situatie toeneemt nationalistische gevoelens worden gevoed.

Ik denk dat dit niet zo dramatisch opgaat voor Israël. Opiniepeilingen geven aan dat de Arabische bevolking van Israël niet hunkert naar een leven in een Palestijnse staat en dat zij de Israëlische sociale zekerheid en gezondheidszorg koestert. Dat geldt naar mijn mening ook voor Arabische studenten die zich in de politiek meer richten op het debat in Israël, hoe fel ook, dan tot bijvoorbeeld terroristische acties over te gaan.

Israël is vanwege verschillende vormen van discriminatie geen ideaalstaat voor Israëlische Arabieren, maar wel een land waar het voor hen beter toeven is dan in de omliggende Arabische landen.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2024

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 0000