Sjoa

Salomon Bouman

vrijdag 28 april 2017

Even begreep ik het niet. Bij het inchecken voor de vlucht naar Tel Aviv op 24 april stond het El Al personeel in de vertrekhal doodstil en met gebogen hoofd in een cirkel. “Bidden” zij, vroeg ik me af. “Waarom laten ze ons wachten?” Het was 0.900 uur op Schiphol. In Israël een uur later, 10.00 uur. Dan schreeuwen de sirenes het verdriet van de Sjoa. Dan staat Israël stil. Ik begreep het. Er is geen tijdverschil wanneer het om de herdenking van de zes miljoen Joodse slachtoffers van het nazi-regiem gaat.

Hoog in de lucht werden alle passagiers ook herinnerd aan dat grote drama in de Joodse geschiedenis. “Neemt u ons niet kwalijk dat wij op deze dag uitsluitend films over de Sjoa vertonen op het grote en de kleinere schermen”, zei een lid van de bemanning.

Goed idee? Ja. Maar dan zouden er voor de vele pelgrims in het grote vliegtuig films moeten worden vertoond met Nederlandse en/of Engelse ondertiteling Daar hadden ze bij El Al niet aan gedacht. Alles in het Ivriet. Jammer. Een misser ook.

In Haaretz las ik dat Israëlische jongeren nauwelijks geïnteresseerd zijn in de Sjoa. Ik begrijp dat wel. Jonge mensen willen een optimistisch wereldbeeld en niet steeds maar weer worden geconfronteerd met de gruwelen uit het verleden en heden. Onderwijs over de Sjoa is goed en ook noodzakelijk. Maar niet te intens en te vaak. Waarom al die kinderen meeslepen naar herdenkingsceremonies of op Auschwitz-reizen? Kan het niet wat minder indringend, opdat Israëlische jongeren niet kopschuw worden voor ons verleden?

Het is een schrijnend toeval dat de herdenking van de Sjoa samenvalt met de herdenking van de Turkse moord, genocide, op 1,5 miljoen Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog. Turkije heeft – misschien tegen beter weten in – altijd ontkend dat er sprake was van een volkenmoord, genocide.

Er is nooit enig schriftelijk bewijs gevonden dat tijdens de Wannsee-conferentie in 1942 werd besloten de Joden uit te roeien. Adolf Hitler heeft er zijn handtekening niet onder gezet. Mét de Joden moest alle bewijsvoering verdwijnen, of er gewoon niet zijn.

De Turken hebben pech. Want in het kantoor van de Armeense patriarch in Jeruzalem is door een Turkse onderzoeker het eerste schriftelijke bewijs gevonden voor de Turkse genocide. Een hooggeplaatste Turkse ambtenaar verzocht om inlichtingen of de moord op Armeniërs in Oost-Anatolië had plaatsgevonden. “Dat is the smoking gun”, zei de Turkse historicus Taner Ektsiam, die het bezwarende document tegen Ankara vond.

Nu is het alleen nog wachten op de lastercampagne die Turkije tegen hem start.

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.