Internet

Salomon Bouman

vrijdag 23 december 2011

De internetexplosie heeft mijn werk als journalist vleugels gegeven. Toen ik nog, lang voordat internet bestond, in Israël correspondent van NRC-Handelsblad was, hield ik een archief bij. Ik knipte iedere dag relevante artikelen uit de Israëlische kranten en andere bladen. Die borg ik zorgvuldig op zodat ik betrekkelijk snel gegevens uit mijn archief naar boven kon halen. Mijn artikelen, soms lange, belde ik in de begintijd door naar de stenografen in Rotterdam. Iedere naam moest ik spellen volgens een bepaalde code, komma’s moest ik aangeven. Het duurde soms uren voordat ik via een tussenstation in Zwitserland, contact kreeg met de redactie/steno. Vaak werd ik ’s nachts gestoord door een wanhopige stenograaf: ‘Kan je die naam nog een keer spellen. Er zitten hoorfouten op de band’. Later kwam de telex, en toen: de computer en de mobiele telefoon. Geen archief meer - alles op Google - geen wachttijden meer voor de telefoon. Fantastisch. Wat een bevrijding. Als ik daaraan, gezeten achter mijn bureau in Bilthoven, terugdenk, besef ik hoe hard ik heb gewerkt toen de elektronische technologie nog in de kinderschoenen stond. Wachten, rennen ... en ook nog schrijven na lange tochten naar het Suezkanaal, naar de Golan-hoogvlakte of rondrennen in Washington en Cairo.

Waarom schrijf ik dit? Ik geniet nu dubbel en dwars van Skype, Youtube, Google, Yahoo en tientallen websites die ik iedere dag bezoek om de ‘wereld in de gaten te houden’. Ik vaar door de wereld en maak iedere dag elektronische trektochten door Israël. Doordat Ivriet bijna mijn moedertaal is geworden, volg ik de Israëlische radio en TV op de voet. Ook Knesset-debatten live, Mabat, het dagelijks TV-journaal en vele andere Israëlische bronnen. Het lijkt net alsof ik thuis ben. Alles is zo vertrouwd na bijna 40 jaar Israël. Via Mabat volgde ik de rede die de Amerikaanse president Barack Obama voor de Reform Joden in Washington uitsprak. Daaraan ging op Mabat een discussie vooraf door bekende commentatoren. Geen goed woord voor Obama. Shavit van Haaretz zei dat Obama de Israëlische premier Netanyahoe veracht. Een ander merkte op dat Obama in het Midden-Oosten heeft gefaald. Weer een ander waarschuwde dat Obama Israël het vuur aan de schenen zal leggen als hij wordt herkozen in november 2012. Als herkozen president heeft hij dan zijn handen vrij om maximale druk op Netanyahoe uit te oefenen om zich niet alleen theoretisch maar ook feitelijk neer te leggen bij de stichting van een Palestijnse staat naast Israël.

Tijdens zijn rede voor de Reform Joden hield Obama vast aan zijn oproep tot een twee-staten-oplossing, zoals Netanyahoe eerder ook had gedaan. Geen woord van kritiek op de nederzettingenpolitiek kwam over Obama’s lippen. Moedigde dat Israël aan om nog geen dag later de bouw van 1400 woningen in bezet en geannexeerd gebied in Jeruzalem aan te kondigen? Geen enkel woord uit de mond van de Amerikaanse president dat wees op een opgelegde oplossing. De partijen moeten zelf de vrede zoeken en de verantwoordelijkheid ervoor dragen. Obama complimenteerde zichzelf. Geen Amerikaanse president had zoveel voor Israël gedaan als hij. Applaus. Amerika staat garant voor Israël’s veiligheid. Applaus. Iran? Sancties. Applaus. Hoeveel Joodse stemmen zou Obama hebben gewonnen? Hij beseft ten volle dat de Joodse stem in enkele cruciale staten kan bepalen of hij in het Witte Huis blijft of moet verhuizen naar een bescheidener onderkomen. Wat zich achter de schermen heeft afgespeeld kan ik slechts raden. Voordat Obama het woord nam, had hij een half uur een gesprek onder vier ogen met de Israëlische minister van defensie Ehoed Barak. Als ik goed raad, hebben beide mannen elkaars meningen over Iran gepeild. Heeft Barak gepleit voor een Amerikaans knipoogje naar een geselecteerde Israëlische aanval op het hart van de Iranese nucleaire installaties? Heeft Obama dat knipoogje gegeven of niet? Er zijn sterke rationele argumenten tegen. Maar wat met de emotie? Wie houdt Israël tegen als het land zich echt bedreigd voelt? Massada zal niet meer vallen, zweren de soldaten. Na de sjoa raken de vernietigingsdreigementen uit Teheran de diepste Israëlische en Joodse zenuwen. Ik denk dat de teerling nog niet is geworpen. Het Israëlische moment van beslissing kan niet meer ver weg zijn.

Nog iets over internet. Ik kijk ook iedere dag naar Egyptian Daily News. Dan zie je dat er veel veranderd is in dat grote buurland van Israël. Op deze Egyptische site heerst de totale persvrijheid. De laatste keer dat ik keek, zag ik beelden van Egyptische soldaten die een vrouw mishandelden op het Tahrir-plein in Cairo. Onder Husni Moebarak zouden dergelijke beelden de censuur nooit hebben gepasseerd.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2024

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 0000