Angst

Salomon Bouman

vrijdag 11 november 2011

Israëls problemen zijn groot, maar ze kunnen kort worden samengevat in één sleutelwoord. Ik weet dat dit nogal arrogant lijkt, maar nu ik weer voor de zoveelste keer in Israël ben, weet ik het zeker. Het sleutelwoord waar ik op doel komt uit de kast van de lange Joodse geschiedenis. Het is veel indringender dan het zionisme en veel ouder dan Tenach. Wat is het dan, zult U zich ongeduldig afvragen. Daar komt het.

Het sleutelwoord is angst. Angst is hier in de jonge Joodse staat het spiegelbeeld van onzekerheid zo in de zin van de Israëlische grap ‘wie doet het laatste licht uit’. Toen ik als jong correspondent in Israël kwam, werd ik meteen geconfronteerd met een land in de greep van angst. ‘Ons land verkeert in levensgevaar,’ vertrouwde een hoge ambtenaar me toe. Dat was enkele dagen voor de triomfale zege van het Israëlische leger op Egypte, Syrië en Jordanië in zes dagen in juni 1967. De angst ebde toen weg, zover weg zelfs dat overmoed er voor in de plaats kwam en sindsdien een eigenaardige symbiose is aangegaan met de diep uit de lange Joodse geschiedenis opborrelende angstgevoelens. Zelfs toen de minister van defensie Moshe Dayan op de moeilijkste dag in de oorlog van 1973 - slechts zes jaar na de Messiaans aandoende zege - tegen premier Golda Meir zei dat ‘het Derde Huis op instorten staat’ heb ik hem horen zeggen dat uit die verschrikkelijke oorlog vrede kon voortkomen. Een sprankje hoop overlapte toch zijn diepe angst in die zwarte oktoberdagen in 1973. Dat had hij goed begrepen, want zes jaar later reikte de Egyptische president Anwar Sadat Israël in Jeruzalem, in de Knesset, de vredeshand. Sindsdien heeft het in de oorlog van 1967 geboren Messiaanse vertrouwen in de toekomst van dit bijzondere, onbegrepen land, de altijd chronisch aanwezige angstgevoelens overwoekerd.

Existentiële angst hebben de Israëli’s sindsdien tot deze dagen niet meer zo intensief gekend. Ook niet tijdens de twee intifades, Palestijnse opstanden, en zelfs niet tijdens de Golfoorlog in 1991 toen Irakese Scudraketten op Tel Aviv en andere steden vielen. Voor zover mij bekend, is er toen één Israëli omgekomen. Niet rechtstreeks door een voltreffer van een raket, maar als gevolg van een hartaanval bij de inslag van een raket verderop. Er is geen land ter wereld waar in het politieke debat, dus ook in de media, zo vaak over het voortbestaan van Israël wordt gesproken. De Iranese ophitser Ahmed Ahmedinejad heeft echt niet het privilege op dit naargeestige idee te zijn gekomen. De middelen heeft hij gelukkig nog niet. Nog niet. Ik ben nu bijna drie weken in Israël. Als ik een andere aard zou hebben, zou ik nu achter de computer van angst zitten trillen.

Gelukkig laat ik me niet van de wijs brengen door de angstaanjagende Israëlische leiders die de Iranese atoombom in hun fantasie al op de kop van een Iranese raket richting Tel Aviv zien koersen. Laat ik duidelijk zijn. De Iranese nucleaire ontwikkeling is een serieuze aangelegenheid. Het Internationale atoomenergie agentschap heeft in een uitvoerig rapport voor het eerst gewag gemaakt van het militaire aspect van de Iranese nucleaire inspanning. Waar het mij om gaat, is u te laten weten dat een kleine twee weken voor de publicatie van het rapport, premier Benjamin Netanyahoe en zijn minister van defensie Ehud Barak de Israëli’s met insinuaties over een op handen zijnde Israëlische aanval op Iran de stuipen op het lijf joegen. Met voorkennis van het rapport - kennelijk ook gebaseerd op Israëlische informatie - kwam een mediacampagne op gang die naar mijn idee tot doel had de Westerse grote mogendheden wakker te schudden voor het Iranese atoombomgevaar. Israël nam het psychologische voortouw voor een aanval op Iran. Natuurlijk kon als gevolg van de mediahysterie het effect hiervan op de Israëlische bevolking niet uitblijven. De afgelopen dagen heb ik teveel mensen gesproken hier, die doodsbang zijn, die geloven dat Iran binnenkort een atoomwapen heeft en het op Israël zal loslaten om, zoals de Iranese leider heeft gezegd de zionistische entiteit van de kaart te vegen. Israëli’s met wie ik gesproken heb, zijn dubbel bang: één keer bang voor de gevolgen van een aanval op Iran en één keer voor de atoomdreiging zelf. Ik neem het ze echt niet kwalijk.

Wat ik wel betreur is dat Israëls leiders hun landgenoten zoveel angst hebben ingeboezemd dat zij twijfelen aan het voortbestaan van hun land. De minister van defensie, ex-chef-staf Ehud Barak, wilde hen geruststellen. Mocht er een atoombom op Tel Aviv vallen dan zullen hoogstens vijfhonderd mensen omkomen. Die profetische onzin verzin ik niet. De man heeft het in een uitgebreid radio-interview gezegd. Zou hij wel eens van Hiroshima of Nagasaki hebben gehoord? Van een atoomwolk misschien? Als dergelijke voorspellingen de opgeroepen angst moeten verdrijven, dan ken ik een beter recept. ‘Barak zwijg, zwijg, zwijg.’ In alle talen.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.
Beste Salomon, Helemaal mee eens. Ik roep het al jaren. ANGST. Het is onze afgod. En maar het : 'Schma' roepen, ...Echad. Niks 1, 2!!

Columns 2024

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 0000