Hoezo is vrijheid gevaarlijk?

Leo Mock

vrijdag 11 december 2015

Hoewel we dachten dat er na de Gouden Eeuw niets meer in ons mooie landje is gebeurd, staat nu vast dat niemand minder dan Julius Caesar in Nederland heeft rondgelopen. En wel bij het dorpje Kessel, vlakbij Oss. Het grote nieuws bereikte mij via Teletekst laat op de avond, zodat ik het de morgen erna nog even checkte op nos.nl:

Archeologen zeggen het definitieve bewijs gevonden te hebben dat Julius Caesar in het huidige Nederland heeft rondgelopen. Zij hebben de locatie vastgesteld van een veldslag in 55 voor Christus waarbij Caesar twee Germaanse stammen versloeg. Die vond plaats bij het huidige dorpje Kessel in de gemeente Oss.

Tja, ‘een Romein die in Nederland rondwandelt, daar komt narigheid van,’ dacht ik meteen. En inderdaad, zo blijkt uit het vervolg van het item:

De twee Germaanse stammen kwamen uit een gebied ten oosten van de Rijn en vroegen expliciet om asiel bij Caesar. Caesar ging niet op dat verzoek in. Zijn troepen slachtten vervolgens de twee stammen af in een actie die volgens de wetenschappers tegenwoordig als genocide zou worden betiteld.

De frase in een actie die volgens de wetenschappers tegenwoordig als genocide zou worden betiteld zou ik iets wijzigen. Ook in die tijd was het genocide en dat was juist de reden dat deze door de über-Romein Caesar werd uitgevoerd. Laten we toch Gallië niet vergeten waar Caesar eveneens een grote genocide uitvoerde en waar hij nog eens trots op was ook. Ook in andere gebieden die lastig bleven en zich niet wilden onderwerpen, werden etnische zuiveringen en genocides aangericht. Ergens herinner ik me ook de naam van de Dalmatiërs, een volkje ergens op de Balkan waar de Romeinen eveneens huishielden. Mijn leraar Oude Geschiedenis legde tijdens onze studie aan de Universiteit van Amsterdam uit dat de Romeinen veel wreder waren dan de Grieken en illustreerde dit aan de hand van nare teksten.

Zo hadden de Romeinen de gewoonte om ook nadat een vijand verslagen was en deze op de vlucht sloeg, er nog even achteraan te gaan met de cavalerie en de vluchters alsnog te doden. Terecht kan men de Romeinen als ‘erflaters van de Europese beschaving’ zien, maar dan ook op het gebied van genocide, draconische rechtssystemen en meedogenloze oorlogsvoering. De Joden in Israël konden daar van meepraten in de periode van ruwweg het jaar 0 tot 150 van de jaartelling. Honderdduizenden Joden werden wreed afgeslacht, duizenden werden doodgemarteld met de afgrijselijke kruisigings-marteling. Andere martelingen worden breed uitgemeten in de rabbijnse literatuur. Wat dat betreft lijken de Middeleeuwen een rechtstreekse voortzetting van de wreedheden uit de Oudheid. Is het toeval dat het moderne fascisme en nazisme het Romeinse Rijk bewonderden en de enscenering van optochten, parades, veldtekens en symbolen en dergelijke daarvan overnamen?

Op de terugweg van Tilburg naar Amsterdam – of was het de heenweg – hoor ik op de radio een gesprek met een onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij deed onderzoek naar Nederlandse leden van de gruwelijke Sonderkommando’s in Auschwitz en schreef hun verhalen op. Er blijkt inmiddels ook een film over deze gruwelijke materie te bestaan, Son of Saul, van een Hongaarse maker, een film die goed was voor een Grand Prix.

Ik kon me eerlijk gezegd vanwege de gruwelijke details die in het gesprek aan de orde kwamen, moeilijk op het rijden concentreren. De onderzoeker zelf spreekt er neutraal over. Tja. Helpen dit soort onderzoek en films om de mensen tot betere en morele mensen te maken? Ik vraag me dit al langer af. Gruwelijke details van de Romeinse genocides, de Kruistochten, tientallen oorlogen uit het verre verleden hebben weinig kunnen doen om WOI en WOII te voorkomen. Als ik de onderzoeker hoor antwoorden dat hij ‘tot een select gezelschap hoort dat gefascineerd is door genocide’ of iets in die trant (select weet ik zeker en gefascineerd ook bijna), wordt mijn twijfel niet minder … Maar hoe dan wél?

Afgelopen zondag was ik niet bij het Spinoza-debat in de Rode Hoed. De laatste kaartjes gingen ondanks druk gelobby nét aan mijn neus voorbij. Het schijnt een boeiend, informatief en onderhoudend symposium te zijn geweest. Wie het verslag en de kop leest van het NRC-artikel krijgt het idee dat de ban eigenlijk herbevestigd is: Spinoza blijft vervloekt, ondanks druk debat en in een ander verslag in de krant Filosofen en rabbijnen zijn het eens: Spinoza blijft vervloekt.

Dat lijkt me nu exact het tegenovergestelde van hetgeen de organisatoren van het debat beoogden … Maar toch, waarom is de ban niet gewoon symbolisch opgeheven, door het voorlezen van een opheffing ervan? Gewoon een seculiere verklaring, als een religieuze intrekking inderdaad niet mogelijk is? Dat zou een belangrijke boodschap zijn in deze tijd waarin de mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en religie onder druk staan – zowel door aanhangers van religieus fanatisme als de seculiere bestrijders van dat zelfde fanatisme.

Wat is opnieuw die fascinatie met het denken dat aan de ene kant een magneetwerking heeft – Spinoza is helemaal hip kopte recent Trouw - en aan de andere kant de angst voor denken, in het verleden maar ook nu. Juist nu. Opmerkelijk genoeg besteedt Esther Voet in haar artikel op Jalta veel aandacht aan de gevaarlijke kant van Spinoza’s denkbeelden:

Spinoza had voor die tijd zeer radicale denkbeelden: God zien als niets meer dan de natuur; er was niet zoiets als de ‘eeuwige ziel’; de vermenging van religie met macht had een corrumperende invloed op de samenleving; moraal was onderdeel van het mens zijn, belangrijk voor het goed functioneren van een samenleving, maar niet als een zaak van hogerhand (en religieus) opgelegd en de Tora of Bijbel zag hij niet als rechtstreeks woord van God maar als mensenwerk … Het waren levensgevaarlijke denkbeelden, niet alleen voor de Joodse gemeenschap, maar ook voor de Nederlandse samenleving als geheel.

De aanklacht van Spinoza dat de autoriteiten het volk onderdrukten door middel van de macht van ‘religieus bijgeloof’ en dat zaken als openbaring en wonderen niet bestonden, was voor de hele zichzelf net vormende natie gevaarlijk. Vooral omdat de natie was gebouwd op religieuze autoriteit en de macht die daarmee was verweven.

Maar hoe zouden wij omgaan met mensen die ideeën hebben die in onze ogen de samenleving, de natie, de autoriteit en macht, en veiligheid bedreigen? En wat is een bedreiging precies, en voor wie? Is het niet juist het gebruik van woorden als bedreiging, aantasting van veiligheid, inbreuk op de samenleving et cetera waarmee machthebbers van oudsher de Spinoza’s van alle tijden ketenen, verketteren en in de ban doen? Vinden we vrijdenkers niet vooral ‘hip’ als ze onze eigen denkbeelden, onze way of life bevestigen? Ik verwijs nog even naar een artikel van Steven Nadler – één van de deelnemers aan het Spinoza-debat – in Filosofie Magazine van 2007 dat ik niet gelezen heb en dat door de bibliotheek vernietigd is ('Maar meneer, alle tijdschriften ouder dan zwei Jahr worden vernietigd'). Het artikel draagt de kop: ‘Spinoza zou het idee van een joodse staat vanzelfsprekend verafschuwen’.

Laat ik afsluiten met deze foto van de left-over chocoladeletters bij de plaatselijke kruidenier. Kan iemand een verklaring geven waarom juist deze letters overblijven en de ‘H’ die ik dolgraag wil hebben voor één van mijn dochters, nergens te vinden is?

Sjabbat sjalom en Chanoeka sameach!

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Columns 2008

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.