Fouten rechtzetten

Leo Mock

vrijdag 19 september 2014

En u maar denken dat u goed bezig was, door het eten van gerookte zalm. Omega 3-vetten waren jarenlang het toverwoord, te vinden in ‘vette vis’ als haring, makreel en zalm – 'om je lever, hart- en bloedvaten gezond te houden', jubelde arts Ivan Wolffers nog. Helaas, (Schotse) gekweekte zalm blijkt vetter te zijn dan pizza:

Volgens de onderzoekers bevat een klassieke pizza Margarita gemiddeld 6,4 gram vet per 100 gram. Afhankelijk van het merk varieert het vetgehalte van gekweekte zalm tussen de 9,9 gram en 14 gram. Dit in tegenstelling tot vissen die in het wild leven, waarbij het percentage schommelt tussen 2,7 en 3,3 gram vet per ons.

En die zoetstof die u soms gebruikte omdat u bang was vanwege het feit dat er suikerziekte in uw familie voorkwam … Helaas - 'Kunstmatige zoetstoffen kunnen leiden tot diabetes', doordat ze de suikerstofwisseling veranderen – lees ik op nu.nl. In een onderzoek met muizen bleek:

Het bloedsuikergehalte van de muizen die kunstmatige zoetstoffen binnenkregen, bleek hoger te zijn dan dat van muizen die water met suiker dronken. Dit wijst op een verminderde glucosetolerantie, een voorbode van diabetes.

Waarom schrijf ik dit alles? Vanwege de aanstaande Hoge Feestdagen. We zijn immers altijd weer druk in de weer met onszelf kritisch te bekijken en ons gedrag waar nodig te verbeteren. En natuurlijk de fouten uit het verleden recht te zetten. Maar hoe weten we zo zeker dat we naar de juiste dingen kijken? Enerzijds zeggen we dat het oordeel vóór en door God wordt gedaan – een God die over zichzelf zegt dat “Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord van de Eeuwige. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten …” (Jesaja 55:8-9) Anderzijds bekijken we onszelf juist vanuit ons eigen denk– en leefkader. Denk je net dat je goed bezig bent met inkeer, blijkt God daar misschien weer heel anders over te denken (en zou je theoretisch misschien ook verder van huis kunnen zijn dan eerst). Terwijl de profeet eerder juist nog tot inkeer opriep omdat God nabij is en gevonden kan worden (Jesaja 55:6).

De klassieke verklaarders lijken deze paradox ook opgemerkt te hebben. Rasji (Frankrijk, 11e eeuw) stelt immers dat de uitwijding over Gods anders-zijn niet een raadsel oproept, maar juist de noodzaak tot inkeer nodig maakt – alleen Gods wegen zijn goed voor de mens en je kunt hem dus maar beter gehoorzamen. Wel heb je Gods woord nodig – vertegenwoordigd door Zijn profeet – om tot inkeer te komen (55:11). De Redak (David Kimchi, Frankrijk – 12e /13e eeuw) legt er juist de nadruk op dat het anders-zijn van God inhoudt dat God – anders dan de mens – écht iets kan vergeven zonder gevoelens van wrok. Hoewel Israël zondig is en in ballingschap gevoerd is, en daar zondig is gebleven, wil God zijn belofte aan Israël nog steeds gestand doen. Anders dan een mens geeft God de hoop en belofte nooit op, lijkt de boodschap te zijn.

Toch hinken we bij het aanspreken van God een beetje op twee gedachten, lijkt het, als je de mooie pijoet (= religieus gedicht) Hajom Harat Olam leest die we na het blazen op de sjofar uitspreken (vele vertalingen zijn mogelijk):

Deze dag laat alle schepselen op aarde voor het gericht staan, sommigen als kinderen, anderen als dienaren (slaven): indien we (voor Uw gericht staan) als kinderen – heb dan erbarmen over ons, zoals een vader medelijden heeft met zijn kinderen. En indien als dienaren, dan zijn onze ogen (in onderdanigheid) op U gericht totdat U ons genade heeft geschonken …

We zetten blijkbaar in op twee sporen: één die Gods barmhartigheid aanspreekt, de ander die Gods genade moet tonen – als vader en als koning. Denk ook aan de combinatie Awinoe Malkenoe, onze vader, onze koning …

Wat betekent Hajom Harat Olam eigenlijk? ‘Deze dag is zwanger van de wereld’, zou je strikt gezien kunnen lezen. Een opmerkelijk beeld in combinatie met het begrip medelijden (heb medelijden met ons, Rachamenoe), dat in verband staat tot het woord baarmoeder, ‘rechem’. Naast God als vader en koning, dus ook God als moeder van de wereld? De tekst is volgens mij veel positiever bedoeld dan je zou denken (vergelijk deze muzikale uitvoering van Rosenblatt eens met deze van de Modzitz-Chassidiem …). De dag die zwanger is van de nieuwe wereld. Het krijgt haast een mystieke klank – het hele bestaan is immers te beschouwen als slechts één dag in vergelijking met het Goddelijke.

Is het toeval dat het woord ‘dag’ al helemaal in het begin van de Schepping te vinden is (Bereesjiet 1:5; of ‘de dag’ [hajom], 1:14), maar ook in de voltooiing van de wereld, in de Eindtijd? Ook daar wordt gesproken over de ‘dag van God’, ‘de dag die zal komen’, of in context van de Sjofar (Jesaja 27:13): En het zal op die dag geschieden, dat er op een grote bazuin geblazen zal worden, en zij die verloren waren in het land Assur en die verdreven waren in het land Egypte, zullen komen en zich nederbuigen voor de Eeuwige op de heilige berg te Jeruzalem. Begin en einde van de Schepping komen samen in het begrip ‘dag’.

Tegelijkertijd is er het idee dat elk jaar op Rosj Hasjana de wereld vernieuwd wordt met nieuwe potenties. De oude energie van het vorige jaar verdwijnt, en de nieuwe influx is er nog even niet – in deze tussensituatie, deze twilight zone, is het tegelijkertijd heilig en ontzagwekkend tegelijk. Maar wanneer we deze tonen van de sjofar uit de toekomst horen klinken, geloven we dat we de nieuwe potenties ook kunnen omzetten in gematerialiseerde resultaten – in materieel en immaterieel opzicht.

Sjana tova!

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Columns 2008

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.