Mei

Leo Mock z”l

vrijdag 13 mei 2011

Tja, en dan is de meimaand er weer. Al een week of zo daarvoor draait men proef met enkele films over de oorlog. Boeken die verschijnen in de maand april en mei gaan doorgaans ook over de oorlog. Want we moeten het niet vergeten – en dat is natuurlijk ook zo. Over 10-15 jaar zijn er bijna geen mensen meer over die de oorlog zelf echt bewust hebben meegemaakt. En er zijn nu al malloten die de moord op de Joden ontkennen of bagatelliseren. Het waren ‘maar’ enkele honderdduizenden Joden die zijn vermoord, geen miljoenen. Alsof honderdduizenden mensen uitmoorden van één groep die slechts tussen de 18-20 miljoen telde, die groep niet blijvend verminkt ...

Zelf laat ik de oorlogsmaand grotendeels aan me voorbijgaan. We kijken met zijn allen op 4 mei naar de herdenking op de Dam en dat is het zo’n beetje. Dit jaar kreeg ik echter een dubbele portie, want we waren met Jom Hasjoa in Israël. Tegen zevenen ’s avonds gaat alles dicht – eettentjes, winkels, kraampjes, alles sluit. Dat waren we even vergeten, en we moesten wel nog wat eten kopen – het is vakantie dus dan kook je bijna niet zelf ... De eigenaar van de pizzeria heeft haast en wil de winkel zo snel mogelijk afsluiten. “Snel, alles opruimen, de vloer schoonmaken, jullie konden het ook al eerder doen” – roept hij tegen het personeel. Nog snel weet ik de laatste 5 pizzastukjes uit de oven op te kopen, tot ongenoegen van twee toeristen die niet begrijpen wat er aan de hand is. “Hij heeft het allemaal gekocht”, zegt de mooie Ethiopische verkoopster in het Engels tegen de verbaasde toeristen, terwijl ze naar mij wijst. Ja, geef mij maar weer de schuld ...

En nu snel naar huis. Op de 6 netten die mijn schoonmoeder thuis op haar TV heeft is alleen maar oorlog te zien. Zelfs de Israëlische Arabische TV doet mee. Ik ga maar een boek lezen op de bank ... Toch kijk ik stiekem een docu mee die wel interessant is en geen oorlogsbeelden bevat. Het gaat over de bizarre redding van de vorige Lubavitscher Rebbe, Josef Jitschak Schneersohn, uit Oost-Europa aan het begin van de oorlog. De documentaire werd door Larry Price gemaakt en heet The Chabad Rebbe and the German Officer. Een bizar verhaal waar tot op de dag van vandaag onduidelijkheid over bestaat: wat bewoog de Duitsers om de 6e Lubavitscher Rebbe te redden? Volgens Chabad-Lubavitsch is het duidelijk: God redde op wonderlijke wijze deze Rebbe van zowel de communisten als de nazi’s. Het bevel om de Rebbe te redden werd namelijk door niemand anders gegeven dan het hoofd van de Duitse inlichtingendienst admiraal Wilhelm Canaris. De reddingsoperatie zelf werd uitgevoerd door een Duitse officier van de Abwehr, Ernst Bloch – het kind van een Joodse vader en een niet-Joodse moeder.

En zo begint het bizarre verhaal van Duitse officieren die eind 1939 Warschau afzoeken naar de Rebbe, die door zijn volgelingen aanvankelijk verstopt wordt. Dan legt Ernst Bloch uit dat hij gekomen is om de Rebbe te redden. Eerst gaat het alleen om de Rebbe, maar die weigert weg te gaan als ze niet ook zijn hele familie redden. De Duitsers regelen een vrachtwagen waarmee de circa 20 orthodoxe Joden met peijes, keppels en zwarte kleding naar het station worden gebracht. Daar reizen ze in een 1e-klas coupé – Bloch bluft zich een eind weg – die de Rebbe en zijn vrome familieleden terug naar Berlijn brengt, naar het hart van de leeuw ... De Duitse officieren in de trein begrijpen er niets van: wat doen die Joodjes in hun trein? En nog wel in het gedeelte voor de officieren. Maar Bloch zegt natuurlijk steeds dat hij ‘zijn orders’ heeft, ‘bevel van boven’ etc. – dat werkt natuurlijk goed in het Derde Rijk. In Berlijn worden de Rebbe en zijn familie overgedragen aan de ambassade van Letland. Ze krijgen een doorreisvisum en maken nu de reis terug naar Oost-Europa, naar het nog vrije Riga. In Riga wordt een visum voor Amerika aangevraagd, waar men een tijdje op moet wachten. De Amerikanen zijn niet happig op immigranten uit Europa in die tijd – ze moesten bewijzen dat ze nuttig waren. De schoonzoon van de Rebbe – Menachem Mendel, de toekomstige Rebbe na de dood van Josef Jitschak – heeft een opleiding elektrotechniek gedaan in Parijs. Dat helpt hem om het visum te krijgen. Anderen worden bestempeld als rabbijnen die nodig zijn voor het jodendom in de VS. Enfin, ze krijgen de visa en 19 maart 1940 zetten ze voet aan wal in New York. Meteen verkondigt hij zijn boodschap van het aankomende messiaanse rijk: “Meteen naar de Verlossing! (le’alter lege’oela)”. Eerst moeten de Joden wel terugkeren naar God en het jodendom. Het zou het gedachtegoed zijn dat door zijn schoonzoon en toekomstige Rebbe – Menachem Mendel – verder zou worden uitgewerkt tot een activistisch soort messianisme dat volgens velen de grens overschreed. Volgens Price overigens, werd de Rebbe gered door de druk van Amerikaanse Joden op de Amerikaanse president Rosenfeld om iets te doen voor de Poolse Joden. De Duitsers vonden het wel prima om een gebaar te maken en zo de Amerikanen te vriend te houden in dit stadium van de oorlog ...

De volgende ochtend klinkt om 10 uur oorverdovend het luchtalarm dat de twee minuten stilte aangeeft voor de slachtoffers. Al het openbare leven komt tot stilstand (behalve dan bij asociale malloten). Auto’s, bussen en voetgangers stoppen langs de kant van de weg en blijven staan. Sommige mensen kijken strak voor zich uit, anderen naar beneden. Het heeft iets dubbels dat luchtalarm. Want hoe vaak hoorden de Israëli’s dit helaas al vanaf 1948? Zelf moet ik altijd denken aan de Golfoorlog, waar ik het alarm vele malen hoorde als voorbode van de Scud-raketten die op Israël werden afgevuurd vanuit Irak, en gelukkig alleen minimale schade aanrichtten. Op de terugweg naar Nederland was ik blij dat Jom Hasjoa alweer was afgelopen. Maar – helaas – in het vliegtuig werd in verband met Jom Hasjoa (inmiddels afgelopen) een oorlogsfilm getoond over partisanen.

Altijd leuk in de meimaand is daarom ook een filmpje dat door het AD als volgt wordt omschreven:

Een getatoeëerde man komt bruusk een kinderslaapkamer binnen en schopt daar een schattige, spelende baby de ruimte in. Het is het scenario van een reclamespotje dat gemengde gevoelens bij het publiek losweekt.

Leuk toch? Lachen met die Bicky – een mij tot dusver onbekende hamburgerkoning ...

En dan is er natuurlijk ook de altijd mediageile Gretta. Praatte ze nu wel of niet door de herdenking heen, viel ze expres van haar stoel, ging ze bellen of was het een telefoon van iemand anders, en wat bedoelde ze met ‘is het nu nog niet voorbij?’ – de oorlog of de twee minuten herdenking. Allemaal onzin en flauwekul die totaal oninteressant is. Maar gelukkig – ‘ze’ is weer in the picture en voor- en tegenstanders kunnen elkaar weer zinloos bestrijden.

Ook mega interessant was het relaas van de mij tot dusver onbekende fotograaf Thomas Schlijper. Deze zou door een Marokkaanse taxichauffeur zijn lastiggevallen omdat hij met een T-shirt liep met daarop Hebreeuwse tekst. Tja. Uiteraard verscheen het bericht op GeenStijl. Want Schlijper ontdekte ook nog dat de man ten onrechte met een TCA-bord op zijn taxi reed. En zo staat dit alles met de opgestoken vinger van de taxichauffeur, zijn taxi en nummerbord op internet. Uiteraard twittert Schlijper dit verhaal de hele wereld door en is ook nog op zijn website te bekijken hoe Schlijper agressief wordt bejegend door de taxichauffeur.
Inmiddels is het filmpje door Youtube verwijderd. Maar gelukkig is er ook nog Dumpert ...

Ik weet niet of ik dit zo positief vind. Er zit een element van de schandpaal en eigenrichting in. Maar misschien een manier van reclame maken voor jezelf? Waar je echt niet vrolijk van wordt is de ontwikkeling bij onze zuiderburen. Veel antisemitisch ressentiment daar. Enfin lees het zelf.

We moeten waakzaam en positief blijven – best een uitdaging ...

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Columns 2008