Woordeloze haast

Leo Mock

vrijdag 11 september 2009

Met het aanbreken van Elloel was er een lichte verandering merkbaar in de atmosfeer van de jesjiwa waar ik leerde. Per slot van rekening was dit het begin van de 40 dagen van inkeer – van 1 Elloel tot Jom Kippoer – die traditioneel verbonden worden met de 40 dagen die Mosjé doorbracht op de berg Sinaï, in de hoop vergiffenis voor het Joodse volk te regelen na de zonde van het Gouden Kalf. Men was wat serieuzer dan normaal, maakte wat minder grapjes en er werd wat meer geleerd dan normaal. Ook werd de dagelijkse verplichte portie aan moraliserende literatuur – moesar – met zo’n kwartier opgevoerd, tot een maximum van circa drie kwartier of een uur per dag. Omdat het een klassieke Lithuaanse jesjiwa was, werd er natuurlijk niet te veel moesar geleerd. Talmoedstudie is en blijft natuurlijk de hoofdzaak in de strijd tegen de Kwade Neiging. We leerden klassieke middeleeuwse moesar, zoals De Plichten van het Hart (Bachja Ibn Pekuda), De Poorten van Inkeer (R. Jonah uit Girondi), De Wegen der Rechtvaardigen (anoniem). Maar ook ethische literatuur uit latere periodes – soms met een mystieke inslag – werden door sommigen bestudeerd, zoals De Dadelpalm van Deborah (Kordovero) of de Lichtende Menora (Aboab) en natuurlijk de topper Het Pad der Oprechten van Luzatto. Een boek dat ikzelf maar matig kon waarderen, ondanks de grote populariteit hiervan in de jesjiwa-wereld. Ik vond het vrij saai en weinig intrigerend. En tot slot natuurlijk de literatuur van de moesar-beweging uit Oost-Europa, gesticht door de vrome rabbijn Israël Salanter. We lazen stukken uit de werken van de grote moesar-meesters, uit steden van belangrijke Joodse centra die nog slechts voortleven in de herinnering: Slobodka, Novardok, Chelm. Sommigen gaan uit van de nederigheid van de mens als uitgangspunt voor een ethisch leven; anderen benadrukken juist de verhevenheid van de mens als handwerk van de Eeuwige Schepper zelf. Zoals de Psalmist zegt: “En u maakte hem slechts een weinig minder dan een Goddelijk wezen” (Ps. 8:6).
Vanwege Elloel werd in de jesjiwa één keer per jaar een ‘moesar-sjmoez’ gehouden, een moesar-preek door een van de bekendste predikers uit het ‘Beit Hamoesar’ (Huis van de Moesar) in het moderne Jeruzalem. Al uren voordat de rabbijn zijn preek zou houden, stroomden er mensen binnen die we de rest van het jaar nooit zagen in de jesjiwa. Velen wilden een kans om deze prediker in levende lijve te horen, niet missen. Het was stampvol in het Beth Hamidrasj, de grote, centrale zaal van de jesjiwa waar dagelijks het grootste gedeelte van de dag gelernd en gebeden wordt. En gegeten, gedronken en geslapen natuurlijk. Dat slapen gebeurde op een lessenaar die je als jesjiwa-jongen bezat. De meer belangrijke mensen hadden immers een kleine tafel, terwijl de allerbelangrijksten een grote tafel hadden waarop hun boeken stonden, een thermosfles, waterkoker of dompelaar. Verschil moet er zijn ...
Wanneer de prediker het overvolle Beth Hamidrasj binnenkwam, stond iedereen op, als teken van eerbied. Met een handgebaar zorgde de prediker ervoor dat iedereen zo snel mogelijk weer ging zitten, daarmee de eer die hem bewezen werd relativerend. Vervolgens begon hij met zijn rustige stem een voordracht te houden van ruim een uur. Het was doodstil gedurende de gehele ‘sjmoez’. De prediker was allang niet meer van het Hel-en-verdoemenis type, maar legde juist nadruk op psychologische elementen als internalisatie, sublimatie en controle over je emoties, die je in staat moesten stellen om gedrag te veranderen.
Nu was daar in mijn jesjiwa ook rabbijn T. Hij was een grappig mannetje om te zien, met een ringbaard en dik buikje – een soort kerstmannetje. Rabbijn T. werd door sommigen als een autoriteit gezien. En inderdaad bezat hij veel kennis. De man had de gewoonte om vanaf 1 Elloel tot Jom Kippoer een ta’aniet dibboer (letterlijk: vasten van het spreken) te houden, een periode van zwijgen, zoals dat in de ethische literatuur wordt aangeraden als middel tot verzoening. Niet praten is immers veel makkelijker vol te houden dan de vele vastendagen die sommige kabbalisten voorschrijven voor allerlei overtredingen – 40 of 80 vastendagen zijn in dit soort literatuur heel ‘gewoon’. En dus kwamen gedurende 40 dagen alleen nog maar Tora-woorden en gebeden uit T’s mond. Voor de rest communiceerde hij met handgebaren, hummen en noe-geluiden. Je had een langgerekt ongeduldig noeoeoe (‘waar blijft het?’, ‘wat wil je nou?’, ‘denk eens goed na’), een wat norse noe (‘ja, dus?’) en een noe-noe (‘tjonge’, ‘zo, dat is interessant’, ‘wat je zegt, inderdaad’).
Op een dag reed ik samen met rabbijn T. in een taxi. T. had een afspraak en ik reed mee, als lifter en zou ergens halverwege uitstappen. Maar rabbijn T. had haast, blijkbaar was het een belangrijke afspraak. Hij ergerde zich zichtbaar aan het lage tempo van de chauffeur. ‘Kan je niet harder rijden, sukkel’ – zou hij met plezier hebben gezegd, maar ja het was in de periode van de 40 dagen van het grote zwijgen. Hoe kon hij de man nu duidelijk maken om een beetje plankgas te geven? Ah, de oplossing diende zich aan. Tora-verzen mogen wel, dus hoorde ik rabbijn T. even later triomfantelijk tegen de bestuurder van de taxi zeggen “het gaat snel voorbij en wij vliegen heen”, Psalm 90:10 uit het hoofd citerend. Er volgde in eerste instantie geen reactie, zodat hij het vers nog een keer op luidere toon reciteerde tegen de taxi-chauffeur. De goede man begreep er maar weinig van. T. probeert het nog eens, door nu de woorden “het gaat snel voorbij en wij vliegen heen” nog luider te roepen, met bijbehorende wapperende handgebaren en veel noe-geluiden. Ik besloot me ermee te bemoeien. “De rabbijn praat niet tot na Jom Kippoer. Hij probeert u met dit vers uit de Psalmen duidelijk te maken dat u moet opschieten en harder moet rijden.” En even later scheurde de taxi al weer op hoge snelheid over de straten van Jeruzalem, zoals het hoort ...

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Columns 2008

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.