Herdenken

Leo Mock z”l

vrijdag 24 april 2015

Terwijl de ‘H’ van herdenken weer in de maand zit, verdrinken er massaal vluchtelingen / geluksjagers / armen / etc. op de Middellandse Zee. Volgens de Volkskrant zouden er dit jaar al 1.700 mensen zijn verdronken. We kijken er een beetje naar. Sommigen vinden het fan-tas-tisch als mensen op zee verdrinken – de zieke juich-cultuur van internet en a-sociale media.

Ondertussen wordt het politieke spel gespeeld over BBB – bed, bad, brood – voor uitgeprocedeerde asielzoekers / illegalen / pechvogels / etc. Tja. Het zal ergens in 1997-1998 zijn geweest. Ik studeerde toen als tweede studie Oude geschiedenis aan de Oude Turfmarkt (UvA). Onderwerp: de val van Rome door de grote volksverhuizingen van de Goten, Vandalen, Alamanen, etc, die Europa aan het wankelen brachten. Ik zal nooit vergeten hoe de hoogleraar toen zei dat hij ‘ons niet bang wilde maken, maar dat ooit de mensen uit Afrika naar Europa zullen komen’. En wat je dan doet als ze met duizenden, of tienduizenden tegelijk gaan komen. Zoiets ongeveer. Een vooruitziende blik blijkbaar …

Met de meidagen in het verschiet lazen we ook over de boekhouder van Auschwitz die nu op 93-jarige leeftijd alsnog is opgepakt. Hoe is het toch mogelijk dat zo veel nazi’s hun straf ontliepen na de oorlog? De hoogbejaarde man wil vergiffenis, hoewel hij zichzelf wel moreel verantwoordelijk voelt, maar niet per se strafrechtelijk omdat hij niemand vermoord heeft. Tja, het is mooi dat hij spijt heeft, maar hoe kun je vergiffenis schenken voor misdaden tegenover mensen die er zelf niet meer zijn? Alleen de slachtoffers zelf kunnen deze vergiffenis schenken, zou je denken. Tegelijkertijd lijkt mij het belang van deze bekentenis vooral te liggen in het vastleggen van zijn verhaal om zo Holocaust-ontkenners echt de mond te snoeren. Laat hem toch vooral zijn verhaal vertellen, hoe hij zelf ooggetuige was van het systematisch uitvoeren van de massamoord op Joden, Roma en anderen. In de NRC lees ik: ‘Hij hielp vermoedelijk bij de moord op 300.000 joden in concentratiekamp Auschwitz. Hij zorgde voor een zo efficiënt mogelijk systeem om door hen meegebrachte spullen en geld te verzamelen.’ Schrijf zijn verhaal op, publiceer het op internet, stuur het rond op de sociale media, zend er een docu over uit op de TV en maak er een speelfilm van.

Wanneer u deze column leest, is het ook alweer Jom Hazikaron – de herdenkingsdag voor de gevallen soldaten en slachtoffers van terreur in Israël – en Jom Ha’atzmaoet geweest. Ik bedacht me dit jaar dat ik eigenlijk nooit iemand gekend heb die omgekomen is als soldaat tijdens een oorlog in Israël. Dodelijke slachtoffers van terreuraanslagen heb ik helaas wel gekend, meerdere zelfs. Ook ken ik mensen die hun dierbaren tijdens militaire dienst en oorlog hebben verloren. Hun echtgenoot, broer of zoon stierf en liet een leegte in het gezin achter. Gewonden uit de oorlog kende ik ook. Bijvoorbeeld de kiosk-eigenaar die zijn kleine huisje met eten, drinken, kranten en sigaretten recht tegenover de jesjiva had waar wij leerden. Bij hem werden de sigaretten gekocht, werd in de kranten gegluurd – vooral de omslag van de ‘AT’, de Israëlische variant van Elle, waarop fraaie vrouwen te zien waren, was altijd spannend voor ons als jesjiva-jongens. De kiosk-eigenaar – een goedgehumeurde Georgische Jood – had een glazen oog, een erfenis uit zijn dienst in Libanon. Tegenwoordig staat hij zelf niet vaak meer in de kiosk, maar worden de zaken door zijn zoon behartigd. Hij had het geluk om de oorlog te overleven.

En dan zijn er de stille slachtoffers, de soldaten die tijdens diensttijd zelfmoord plegen – een bekend probleem voor legers met dienstplicht. Op Failed Messiah is het verhaal te lezen van een familie die twee zonen verloor door zelfmoord in diensttijd en zich nu inzet om meer herkenning en erkenning.

Droevige verhalen die de abrupte overgang naar de feestvreugde op Jom Ha’atzmaoet wat temperen. Sommigen in Israël zetten nu vraagtekens bij de snelle overgang van treuren naar feesten op Onafhankelijkheidsdag. ‘Ze laten ons niet echt herdenken en rouwen’, zeggen ze. Ook in Nederland gaat 4 mei snel over in Bevrijdingsdag 5 mei, maar het ligt toch anders. Allereerst wordt Bevrijdingsdag niet zo uitbundig gevierd in Nederland als Jom Ha’atzmaoet in Israël. Bovendien liggen de gebeurtenissen in Israël veer dichter bij het heden. Vorige zomer verloren 70 families hun dierbaren in de zoveelste Gaza-oorlog. ‘Wanneer houdt het eens op?’ vraag je je soms licht wanhopig af.

Ondertussen is elke Jom Ha’atzmaoet weer een scheidslijn tussen sommige Charediem en religieus-zionistische Joden. De eersten ontkennen soms actief de religieuze betekenis van de staat Israël, zonder deze actief af te wijzen. Dat laatste is een beetje uit de mode tegenwoordig – drie generaties ultra’s zijn opgegroeid in Israël en ‘man lebt nog’. Men went aan de situatie, hoewel men nog steeds in golus is, en het soms een sjwere matzew (= moeilijke toestand) is. Steen des aanstoots in het Hallel-gebed bijvoorbeeld dat door veel religieus-zionisten op deze dag wordt uitgesproken, zoals op andere ‘echte’ feestdagen, bijbelse en rabbijnse. Je krijgt natuurlijk wel de vraag met brooche, of zonder brooche – daar zijn de religieus-zionisten zelf wat verdeeld over, geloof ik. Bij de ultra’s hoef je niet met Hallel op Onafhankelijkheidsdag aan te komen – nieuwlichterij allemaal. Ja, bij de Charediem zijn er zelfs die hun afkeer tot uitdrukking brengen door het tóch uitspreken van het Smeekgebed (Tachanoen) op Jom Ha’atzmaoet, om aan te geven dat het toch echt absoluut geen feestdag is, maar een gewone dag. Hoewel ik zelf de variant onder de Charediem waarnam om geen Hallel te zeggen, maar ook niet het Smeekgebed. Om dat het toch een beetje een bijzondere dag is. Stiekem …

Dan is er nog dat rare weer in Israël. De afgelopen week viel er regen in Israël, en ook voor Jom Ha’atsmaoet was er regen voorspeld – een zeldzaam fenomeen. Is dat wel pluis? De Misjna in Ta’aniet ziet regen die na Pesach valt als negatief teken. Het graan wordt ook nat en rot weg. Het goede nieuws is dat de rabbijnen zeggen dat het tóch een goed teken is! De Tzanser-rebbe heeft dat expliciet zo gezegd, afgelopen sjabbat. Hij baseert zich hier trouwens op een boek van zo'n 200 jaar oud, de Nofet Tsoefim, dat inderdaad stelt dat regen die in de maand Ijar valt een teken is van genezing, en dus positief. Hoe kan het ook anders – Ijar is een acroniem van Ani Hasjem Rofecha – ‘Ik ben jullie geneesheer’. De Nofet Tsoefiem (Pinchas van Korits) schrijft hier over: 'De regen die van Pesach tot Sjawoe’ot valt, is een grote genezing van alle ziekten. Er is geen beter medicijn dan deze regen verkrijgbaar in alle winkels met geneesmiddelen! Dat men in de regen staat, het hoofd iets ontbloot, zodat de regen op zijn hoofd neerdaalt. En ook opent men de mond, zodat de regen zijn mond binnengaat vanuit de rechterkant.’

Weg die paraplu dus, en naar buiten!

Sjabbat sjalom!

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Columns 2008