De grootste soeka

Leo Mock

zondag 29 september 2013

“Pap, wat voor hutjes waren dat in de woestijn, waar de Joden in zaten?” vraagt mijn oudste dochter mij opeens in de soeka tijdens de maaltijd. Wat denkt ze wel, mij een beetje dissen? “Ben ik een Bedoeïen?” antwoord ik snedig. Tja, wat voor hutjes waren dat? Zou je in de woestijn niet eerder in een tent zitten? Enige aanwijzingen geeft Beresjiet 33:17 – ‘En Jakob trok naar Soekot. En hij bouwde een huis voor zichzelf en maakte hutten (Soekot) voor zijn vee. Daarom noemde hij die plaats: Soekot.’ Hier lezen we dat Jakov meteen na de ontmoeting met Esav, naar het plaatsje Soekot gaat – terwijl Esav naar zijn woonplaats op de berg Seïr gaat. Op deze plek Soekot verblijft Jakov enige tijd want hij bouwt voor zichzelf een huis, en voor zijn dieren hutjes. De rabbijnen leiden hieruit af dat hij langere tijd op deze plek verbleef – achttien maanden volgens de Midrasj – vandaar dat hij een echt winterverblijf voor zichzelf maakt (‘huis’) en voor zijn dieren een soort hutten waarin deze bescherming tegen de koudere nachten krijgen. Een daad van mededogen tegenover zijn dieren, die zo belangrijk was volgens de Ohr haChajim (Chajim ben Atar, 18e eeuw) dat de plaats daarom Soekot heette. Kortom, een soeka is inderdaad een hut die voor een mens dus niet voldoende bescherming biedt om de herfst / winter door te komen, maar wel voor dieren.

Maar, zaten de Israëlieten ook in dergelijke hutten? Uit het verhaal van Jakov blijkt nergens dat ‘soekot’ hutten voor in de woestijn zijn. Jakov’s volgende station is namelijk Sjechem – niet echt een stad in de omgeving van een woestijn. Toch zegt de Tora bij de uitleg voor het zitten in de soeka:

Zeven dagen moet u in loofhutten wonen. Alle ingezetenen van Israël moeten in loofhutten wonen. Zodat de generaties na u zullen weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte voerde. (Wajikra 23:42-43)

Nog verwarrender wordt het omdat er nòg een plaats Soekot in de Tenach blijkt te bestaan, en wel vlak in de buurt van Egypte. We lezen namelijk meteen na de tiende plaag van de dood van de eerstgeborenen: ‘En de Israëlieten trokken van Rameses naar Soekot; ongeveer zeshonderdduizend mannen te voet, (de vrouwen en) kleine kinderen niet meegerekend’ (Sjemot 12:37). De plaats Soekot wordt ook nog eens genoemd aan het begin van de parasja van Besjalach, nog vóór dat de Israëlieten door de Schelfzee trekken (Sjemot 13:17-20):

En het gebeurde toen Farao het volk had laten gaan, dat God hen niet leidde op de weg naar het land der Filistijnen, hoewel deze de kortste was; want God zei: Het volk mocht eens berouw krijgen, wanneer zij met oorlog geconfronteerd werden, en naar Egypte terugkeren. Daarom liet God het volk een omweg maken, de woestijnweg op naar de Schelfzee. Ten strijde toegerust trokken de Israëlieten op uit het land Egypte. En Mosjé nam het gebeente van Joseef mee, omdat hij de zonen van Israël plechtig had doen zweren: God zal zeker naar u omzien (en u doen terugkeren naar Israël), en dan zult u mijn gebeente van hier met u meevoeren. En zij vertrokken uit Soekot en legerden zich in Etam, aan de rand van de woestijn.

Misschien moeten we dus niet zeggen: God deed de Israëlieten in hutten wonen bij de Uittocht, maar God bracht hen meteen aan het begin van de Uittocht naar de plaats Soekot (zie ook Bemidbar 33:6), dat ook ‘hut’ betekent. De plaats Soekot waar men dus als eerste samen in vrijheid verbleef, was nog maar het begin van de Uittocht – een nog tere en wankele vrijheid. Ze worden immers nog achtervolgd hierna door de beste Egyptische keurtroepen. Toch vertegenwoordigt deze eerste legerplaats, net over de Egyptische grens, al de geur van de vrijheid! Dat sommige rabbijnen de hutten ook overdrachtelijk zagen, blijkt uit de mening dat het niet om een fysiek bouwsel zou gaan, maar om een spirituele beschutting: de soekot waarin de Israëlieten zaten, waren de wolken van Gods Glorie, waarin ze zaten: omgeven van alle kanten door de Goddelijke Aanwezigheid en bescherming! Een spirituele hut dus, of misschien: baarmoeder?

Enfin, wij moeten het dus doen met een fysieke hut – de soeka. Veel mensen denken dat het eten en drinken het belangrijkste is dat je in de soeka moet doen. Maar volgens sommige rabbijnen is juist het slapen het belangrijkste. Want, kleine hoeveelheden voedsel en dranken mag je buiten de soeka eten omdat het geen echte maaltijd is. Maar slapen mag je niet buiten de soeka, zelfs geen kort hazenslaapje. Dit leidt tot allerlei vragen over korte slaapjes: mag je als je op Soekot in de bus, trein of tram zit, wel indommelen? Ja, dat mag als je een echte reis maakt – want reizigers zijn vrijgesteld van de soeka. Maar als je gewoon in de stad reist met openbaar vervoer, dan mag je inderdaad niet gaan slapen en moet je wakker blijven. En als je per ongeluk toch indommelt? Dan is er niets aan de hand – alleen wie bewust zijn ogen sluit en wil gaan slapen, dié is in overtreding – maar niet als je rustig ergens zit en wegdommelt. Tja.

In Israël zijn tegenwoordig hotels die – uiteraard tegen betaling – een bed voor je in de soeka zetten, zodat je je plicht van het slapen in de soeka kan vervullen … Eén hotel in Jeruzalem claimt zelfs de grootste soeka ter wereld te hebben: 880 vierkante meter (600 personen). Even naar beneden scrollen en op het filmpje klikken. Uiteraard leidt dit tot discussies: een reageerder wijst er fijntjes op dat volgens haar de grootste soeka in kibboets Jotvata staat, bij Eilat: bijna 1000 m2, goed voor 1200 personen. Volgens weer anderen wordt de grootste soeka gebouwd door de Wisjnitz-Chassidiem in Bene Berak. Daar worden op de tussendagen grote festiviteiten gehouden – vanaf ’s avonds 20.00 uur. Maar liefst 5000 mensen schijnen deze soeka te bezoeken! Enfin, bekijk het filmpje en wat fotootjes zelf.

Tot slot: een echte Chassied slaapt natuurlijk niet in de soeka … want hoe kan je nu in de soeka slapen, als je weet dat er in de soeka een zeer hoge vorm van Gods Aanwezigheid te vinden is?

Chag sameach!

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Columns 2008

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.