De rook van tradities

Leo Mock

vrijdag 20 april 2018

Zo ruim een week na Pesach keren we langzaam terug naar de gewone wereld. Acht dagen feest met daarin veel dagen met een werkverbod maken dat je perceptie van tijd verandert. De feesten worden in de Tora (Wajikra 23:2) dan ook gewijde tijden genoemd – mo’adiem – vastgestelde tijden, en mikra kodesj, “een oproep tot bijzondere wijding” (Dasberg). En in de zegeningen van de kidoesj en het gebed zeggen we verschillende keren “mekadesj Jisraël wehazemaniem”, die Israël heiligt en de tijden. Of zoals de rabbijnen later zullen uitleggen: God heiligt Israël – heeft met Israël een bijzondere band – en Israël heiligt de tijden. Enfin, allemaal theologische bespiegelingen, totdat je inderdaad vaststelt dat veranderingen in de omgang met tijd – door een werkverbod, andere dagschema’s ander eten en kleding – iets met je bewustzijn doen.

Zie dan maar snel weer in een ander ritme te komen, dat van een buitenwereld die ondertussen gewoon verder draaide, in het gewone dagelijkse tempo. Want de buitenwereld viert nu eenmaal geen Pesach. Bovendien gaan acht dagen matses eten je niet in de koude kleren zitten. Want ongetwijfeld viel ook bij uw thuis dit jaar weer het toverwoord kitnijot, de boonachtigen en zaadachtigen waar Asjkenazische Joden al eeuwen nerveus van worden op Pesach. Merkwaardig genoeg lijkt die angst steeds groter te worden en de lijst met verboden producten neemt ieder jaar toe. Vroeger was daar minder gedoe over volgens mij. Ook in Israël is de laatste jaren steeds meer discussie over de kitnijot – al was het maar omdat het juist daar leidt tot culturele scheidslijnen tussen Sefardiem en Asjkenaziem en het probleem van gemengde koppels.

Dit jaar probeerde rabbijn Eljakim Levanon de rijstwafels uit een fabriek in Misjor Adomim te promoten als koosjer voor Pesach, óók voor Asjkenaziem. Zie hier dit belangrijke bericht over deze delicate kwestie. De logica van de rabbijn: deze rijstwafels komen bij de productie niet in aanraking met water en worden goed uitgezocht en gezeefd om graankorrels uit te sluiten, dus waarom zouden ze verboden moeten zijn? Kitnijot kunnen toch niet strenger worden behandeld dan graan dat ondanks dat het in aanraking komt met water, wel gegeten mag worden als matse?

Het verst hierin gaat rabbijn Dov Lior (voorheen rabbijn van Kirjat Arba) – een politieke hardliner maar doorgaans op halachisch gebied een duif. Vlak voor Pesach werd er een tekst verspreid met daarin de mening van de rabbijn, ook te lezen op Facebook. Hoewel de minhag van kitnijot belangrijk is, gelden de volgende verlichtende aspecten. “Kitnijot die zeker niet in aanraking zijn gekomen met water mogen worden geroosterd en opgegeten. Olie van kitnijot die niet in aanraking zijn gekomen met water, is koosjer op Pesach. Koolzaad hoort niet tot de kitnijot en ook Canola-olie niet. Sperziebonen en doperwten en dergelijke die nog in de dop en schil zitten zijn geen kitnijot maar groenten en dus toegestaan. Kitnijot soorten die niet bekend waren toen kitnijot werden verboden, zijn toegestaan. Vandaar dat quinoa en soja koosjer voor Pesach zijn. Een zieke of kind wier belangrijkste voedsel uit kitnijot bestaat, mag in een speciale eigen pan kitnijot bereiden en opeten. Voedsel waarin vóór Pesach kitnijot is verwerkt, en waarin de kitnijot niet herkenbaar zijn en slechts een klein gedeelte van de ingrediënten uitmaken, en geen essentieel onderdeel vormen – ze zijn voor de productie niet strikt noodzakelijk en zouden kunnen worden weggelaten of vervangen door iets anders – zijn koosjer voor Pesach.”

Uiteraard is rabbijn Lior hierin tot nog toe een enkeling en worden zijn richtlijnen niet onderschreven door veel andere rabbijnen. Hoewel zijn volgelingen er natuurlijk wel blij mee zijn …

En dan waren er de traditionele paasvuren. Niet in de regio Amsterdam natuurlijk, maar wel in het oosten van het land. En uiteraard gaven ook de paasvuren van onze oosterburen overlast. Naast stank zorgden de metershoge vuurstapels voor veel milieuvervuiling en uitstoot van fijnstof. Vandaar dat het RIVM volgens het AD de uitstoot van paasvuren serieus gaat onderzoeken: “Dat bij paasvuren veel fijnstof vrijkomt, is bij het RIVM wel duidelijk. ‘De paasvuren zijn goed voor tien procent van de emissie van alle houtrook in Nederland per jaar. Dus het gaat om een serieuze hoeveelheid emissie’, aldus Wesseling.”

De Stichting Houtrookvrij komt zelfs met dramatische cijfers volgens de website van EenVandaag: “Stichting Houtrookvrij stelt dat paasvuren een gevaar zijn voor de gezondheid. Op de website schrijft de stichting zelfs dat bij één paasvuur net zoveel schadelijke stoffen worden uitgestoten als bij een vrachtwagen die 1700 keer de wereld rondrijdt.”

Uiteraard vinden de voorstanders dat het allemaal gezeur is, overdreven, en een aantasting van hun eeuwenoude traditie. Het gaat mij in de discussie vooral om dat laatste punt. Ik wil eerst meteen al zeggen dat straks met Lag BeOmer, op 3 mei, ook in Israël tonnen hout traditioneel in de fik gaan, met dezelfde uitstoot en schadelijke rook als de paasvuren. Maar stel dat we de schadelijkheid van die uitstoot exacter kunnen meten en we ontdekken dat een x aantal mensen longkanker zal krijgen, een y aantal mensen dat al longklachten heeft voortijdig zal overlijden en dat een z aantal mensen chronische klachten zal ontwikkelen, gaan we dan stoppen met deze traditie?

Wat ook opvalt, is dat voorstanders van bepaalde tradities vaak erg mild over de eigen tradities zijn, maar kritischer wanneer het over de tradities van anderen gaat. Zouden paasvuren ook nog zo geaccepteerd zijn als ze uit een andere niet-Nederlandse traditie kwamen en hier werden geïmporteerd? Willen we als believer eigenlijk wel objectief kijken naar tradities – religieus of seculier? Maar aan de andere kant: zijn objectieve argumenten ook geen retorisch maniertje om mensen monddood te maken die er andere gewoontes op na houden?

Leonie Breebaart – columniste van Trouw – had er recent ook iets over te zeggen in een column met de titel “Werkelijkheid is meer dan waarheid”. Ze verwijst hiermee naar een interview in Trouw met de denker des vaderlands René ten Bos, die er een wat merkwaardige boodschap op na houdt. Deze houdt kort samengevat in dat het volk niet zo geïnteresseerd is in waarheid. Een merkwaardige opvatting, die uit de ontmoeting met mensen en de menselijke conditie wordt weersproken. Niemand vindt het namelijk fijn te worden voorgelogen of bedrogen (in bed, in de winkel of in de vriendschap) – dat lijken vrij universele waarden te zijn.

Breebaart kon zich evenmin vinden in de mening van Ten Bos. Tót de discussie over de paasvuren. “Maar toen dacht ik aan de recente berichtgeving over paasvuren, een gebruik dat net als vuurwerk afsteken en de open haard aandoen in ijltempo verdacht is geraakt. En toen begreep ik René ten Bos ineens wel - of beter. Opeens leek de stortvloed aan alarmerende feiten die oogartsen, longartsen en andere deskundigen via de media over ons uitstorten, toch niet zo overtuigend als je zou verwachten (…) Ongetwijfeld heeft deze expert feiten paraat - feiten over gezondheidsrisico’s, zorgkosten, schade aan het milieu. (…) Alleen vergeet je dan dat tegenover deze feiten ook minder goed meetbare ervaringen staan, zoals de ervaring dat samen rond de haard zitten of eens per jaar rond het paasvuur staan zorgt voor saamhorigheid, een besef van traditie, verbondenheid met stad of streek - of gewoon met je familie.”

Maar wat is de prijs die we voor deze ervaringen willen en moeten betalen, of beter: die we anderen soms laten meebetalen in onze tradities – seculier of religieus?

Tot slot wens ik de inwoners van Israël van harte mazzel tof met het 70-jarig bestaan van de staat Israël.

Sjabbat sjalom!

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Columns 2008

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.