Echt?

Leo Mock

vrijdag 11 mei 2012

Gisteravond weigerde ik gewoon de supermarkt uit te gaan totdat ik een mini zou krijgen (u weet wel, die actie van die bekende supermarkt). “Maar, u heeft helemaal niet gewinkeld voor 15 euro” zei de verkoopster vriendelijk, “dus heeft u er strikt gezien geen recht op.” Wat zullen we nou krijgen, ik heb ergens géén recht op?, dacht ik. Met stemverheffing zei ik dat ik de winkel pas zou verlaten als ik mijn mini zou krijgen. “En zorg maar dat het er één is die we nog niet hebben” beet ik haar toe. “Broccoli, gloeilampen en die stomme mini-kaasjes hebben we al 10x dubbel” schreeuwde ik nu. Dat was allemaal gekomen doordat ik de dag ervoor bij vrienden langs was, die niet alleen de crème in blauwe pot hadden (geen sluikreclame ...), maar ook al de worstjes en de pizzasaus. En dan zwijg ik nog over de (plof)kippetjes die ze weigeren te ruilen. Ik bedoel – er zijn grenzen ... Bovendien had ik net een assertiviteitscursus gevolgd, die nu zijn vruchten leek af te werpen. Even later liep ik trots met een klein zakje boodschappen en een mini die we nog niet hadden (het pak sinaasappelsap), de winkel uit.

Overigens vertelde een teleurgestelde oma mij dat ze voor haar kleinkinderen bij een speelgoedzaak was geweest en voor enkele euro’s tientallen speelgoed-boodschapjes had gekocht. “Dat gaat toch veel sneller, en is goedkoper dan voor elke 15 euro 1 mini krijgen” legde ze uit. Maar ja, de miniverpakkingen van de winkel zagen er anders uit en hadden een ander formaat. Ze werden door de kleinkinderen dan ook meteen afgekeurd en uit het winkeltje gehaald (een soort ongewenste vreemdelingen ...). Ze weigeren er mee te spelen omdat het “niet de echte mini’s zijn.” Grappig toch, dit fenomeen. De ‘echte’ mini’s uit de supermarkt zijn zelf weer een mini-afbeelding van een product, niet echt dus. Maar ook het echte product uit de supermarkt is natuurlijk wel echt, maar niet uniek – er lopen er elke week miljoenen van de lopende band af in de fabrieken.

Wat me weer deed denken aan de kledinggekte uit de jaren 80, begin jaren 80 moet ik zeggen. Toen kwam het poloshirt in – niemand die écht wist wat polo precies was en hoe het gespeeld werd. Maar daar ging het niet om, je zag er natuurlijk razend sportief uit in zo’n poloshirt (niet natuurlijk als je – zoals ikzelf – veel te dik was en de kleur roze koos omdat dat ‘in’ was ... Je had toen een merk waarvan het symbool een krokodil was. Ook weer zoiets – dat is natuurlijk ook niet echt, maar het geeft wel het idee dat je als het ware een jagersnatuur hebt. Met zo’n krokodil op je borst is geen oerwoud je te veel (dat je in je eentje nog nooit Buitenveldert was uitgeweest was minder belangrijk ...). Enfin, op een dag kwam een vriend van ons trots zijn nieuwe poloshirt aan ons op school showen. Een van de aanwezigen liep langzaam naar hem toe, boog zich over het krokodilletje heen, betastte de randen daar enkele keren van en zei: “da’s een nepper”. Boos zei de jongen dat zijn vader het poloshirt in de officiële winkel van het merk had gekocht, dus het-kon-he-le-maal geen nepper zijn ... Maar de andere jongen bleef bij zijn onverbiddelijke oordeel: een nepper. Maar, hoe erg is dat eigenlijk? Het shirt voldoet qua kwaliteit en uiterlijk aan wat je van een poloshirt mag verwachten. Bovendien, hoe echt is een poloshirt dat in miljoenen oplage uit de machines rolt?

Wat we weer deed denken aan een kopje koffie dat ik in een vestiging van een bekende buitenlandse keten dronk. De entourage was mooi (hout + beton), maar wat me opviel was dat je je kopje koffie niet meteen kreeg. Nee, je moest je naam geven en dan je bestelling – amper 1 meter verderop – bij een andere persoon afhalen. Bij anderen die een frapp/grappuchino (da’s toch geen koffie meer ...) bestelden, werd de naam op de plastic beker geschreven. Om het als het ware als iets persoonlijks te maken, hoewel het wegwerpbekertje na het opdrinken weggegooid wordt en er in de wereld miljoenen van dergelijke bekers bestaan.

Wat me weer bij Lag beOmer brengt en de bijbehorende held Sjimon bar Jochai. Volgens orthodoxen heeft hij de Zohar geschreven, maar vroeger was men daar minder van overtuigd (ook sommige kabbalisten). Academici weten het zeker – de Zohar werd door Mozes de Leon geschreven, of door een groep kabbalisten, of is een project van meer dan één generatie. De Zohar is dus niet echt. Maar hoe erg is dat? Niet voor al die mensen die uit de Zohar hun inspiratie halen. Dus steek vandaag nog de fik in de vuurkorf en zing het mooie lied *Bar Jochai – nimsjachta asjrecha ... *, ‘Bar Jochai – gezegend ben je, gezalfd door de heilige zalfolie ...’ Huh, maar er is toch geen bijbelse zalfolie meer in zijn tijd? Ook niet echt dus, die olie?

Sjabbat sjalom

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Columns 2008

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.