Jom Kippoer

Leo Mock

vrijdag 25 september 2009

Zo, de kop is eraf. Rosj Hasjana ligt alweer achter ons en we maken ons nu op voor Jom Kippoer. Toch was het raar om de 1e dag Rosj Hasjana geen sjofar te blazen. De reden die gegeven wordt, is het draagverbod. Omdat men bang was dat mensen de sjofar naar sjoel dragen, verbood men het blazen op de sjofar op sjabbat. Ook als er een sjofar al in sjoel ligt, ook als er een eroev is – toch blijft sjofar blazen verboden. Het lijkt een haast karakteristiek element van het orthodoxe jodendom – geen millimeter mag veranderen, geen detail mag anders. Terwijl er toch wel wat in het jodendom veranderd is de afgelopen 3000 jaar. Ik vraag me werkelijk af of de bijbelse Mosjé zou begrijpen wat orthodoxe Joden allemaal doen, wanneer hij met een tijdmachine naar een sjoel in Amsterdam geflitst zou worden. Waarschijnlijk zou men hem sowieso niet laten meetellen voor het minjan omdat hij er niet vroom genoeg uitziet, in zijn lange jurk en woestijnslippers.

Overigens is het uit de Tora helemaal niet duidelijk dat je op Rosj Hasjana op de sjofar moet blazen! Er staat allen maar dat die dag een ‘jom teroe’a’ zal zijn, een dag van geschal, gejubel. We vinden immers wel expliciet in de Tora dat er op feestdagen en op nieuwemaansdagen op trompetten werd geblazen (zie Bemidbar 10:10). Het woord teroe’a verbindt de traditie met de sjofar, maar zo vanzelfsprekend is dat allemaal niet. In psalm 150 vinden we het woord teroe’a samen met cimbalen en bekkens – blijkbaar vallen ook andere muziekgeluiden dan die van de sjofar onder de noemer teroe’a! Maar, psalm 98:6 biedt uitkomst: “Met trompetten en het geluid van de sjofar moeten jullie juichen (hari’oe) voor de Koning, de Eeuwige”. In de Tempel blaas je op trompetten én de sjofar, buiten de Tempel alleen op een sjofar, volgens de rabbijnen.

Enfin, als we al op de sjofar blazen, dan moeten we dat ook op sjabbat doen, vind ik. Rabbi Jochanan ben Zakai vond dat ook. Hij stelde na de verwoesting van de Tempel in, dat er in het nieuwe religieuze centrum van Yavne op de sjofar werd geblazen, ook wanneer Rosj Hasjana op sjabbat viel! Hij zag het nieuwe Yavne als de spirituele voortzetting van het Sanhedrien in Jeruzalem. En in de Tempel werd op sjabbat op de sjofar geblazen, omdat het Sanhedrien – dat ook op de Tempelberg gezeten was – er zeker voor zou zorgen dat er een sjofar in de Tempel lag en men het draagverbod niet overtrad. Sterker nog, in heel Jeruzalem blies men op de sjofar wanneer Rosj Hasjana op sjabbat viel! Ja, zelfs in de nabijgelegen dorpjes gebeurde dat volgens de Misjna.

Volgens een andere mening gold de maatregel van Rabbi Jochanan ben Zakai niet alleen voor Yavne, maar voor elk rabbinaal gerechtshof in de Joodse wereld. Wanneer een Joodse gemeente een rabbinaal hof had, dan blies men in dat hof op sjabbat! Blijkbaar is elk rabbinaal hof in deze visie een voortzetting van het Sanhedrien in Jeruzalem. Misschien een beetje overdreven, maar het leidde er wel toe dat men ook geloofde de kracht te hebben om dingen te kunnen veranderen. Rabbi Jitschak Alfasi (11e eeuw) – een van de grootste Talmoedgeleerden uit de Middeleeuwen – blies vrolijk op de sjofar in zijn gerechtshof op sjabbat. Sjo-far, so good ...

Terug naar Jom Kippoer. Jom Kippoer staat in het teken van verzoening en vergiffenis, als Goddelijke gift na het doorlopen van het proces van inkeer en introspectie. De zondebelijdenis (widoej) is een belangrijk onderdeel van het verzoeningsproces – wie immers kan zeggen dat hij een fout heeft gemaakt, heeft zich daarmee al losgemaakt van deze misstap en kan de weg van het herstel ingaan. Toch is het opvallend dat de hele tekst van de zondebelijdenis – zowel de korte (het Asjamnoe) als de lange (het Al Chet) – geheel in meervoud is gesteld. ‘Asjamnoewij hebben gezondigd ...’, ‘Al chet sjechatanoe lefanecha – over de zonde die wij tegenover u begaan hebben ...’ Waarom is dat? Ik denk dat hier een duidelijk communaal denken achter zit. De overtreding van een individu is de gehele gemeenschap aan te rekenen en is in een bepaald opzicht ook een zonde van de gehele gemeenschap. Waarom is de gemeenschap er niet in geslaagd om de normen en waarden goed over te brengen op dit individu? In Tempelse tijden was verzoening een communaal gebeuren. De Hogepriester moest verzoening bewerkstelligen voor het hele volk. Dit deed hij door een zondebelijdenis uit te spreken over de zondebok: “en hij legt zijn beide handen op de kop van de (nog) levende bok en zal daarop alle zonden van Israël, hun misdaden, en wandaden beleiden” (Sjemot 16:21). De Hogepriester legt de zonden op de zondebok die daarna weggevoerd wordt en losgelaten in de woestijn (Sjemot 16:22). Volgens de rabbijnen werd de bok van een hoge rots in de woestijn afgeduwd. Volgens een traditie werd er een stuk rode wol op zijn horens gebonden en ook aan de deur van de ingang van de Tempel. Wanneer de zondebok de diepte in was gestort, verkleurde de wol aan de deur van de Tempel van rood naar wit. Zo kon iedereen zien dat God zijn volk vergiffenis had geschonken.

Ik ben geen pleitbezorger van zondebokken en communale schuldgevoelens, maar dat wil niet zeggen dat we niet onze verantwoordelijkheid moeten nemen voor wat er in breder perspectief in de wereld gebeurt. De manier waarop we onze samenleving inrichten, de manier waarop we met de natuur omgaan, onze manier van handel drijven – dit alles beïnvloedt mensen elders in de wereld. Uiteraard zijn het vaak de zwakkeren die de rekening betalen. Een zojuist uitgekomen rapport beschrijft de gevolgen van de huidige crisis in ontwikkelingslanden. Vooral vrouwen en meisjes zijn het slachtoffer. Scholing voor meisjes moet wijken voor kinderarbeid als oplossing van de economische problemen. Veel vrouwen en meisjes komen in de prostitutie terecht. Volgens de sombere berekeningen zal de crisis aan ca. 700.000 extra pasgeborenen in Afrika het leven kosten. Kunnen wij hier echt helemaal niets aan doen?

Volgens een minder bekende verklaring betekent ‘chet’ geen zonde, maar gebrek. Het ontbreekt ons aan iets. We hebben een kans gemist om ons gedrag en karakter verder te verfijnen.

‘Al chet sjechatanoe lefanecha – over de zonde die wij tegenover u begaan hebben doordat we de kans gemist hebben er een betere wereld van te maken ...

3 + 3 = ?
Mooi betoog, geachte Leo. Het gemeenschapsideaaal dat gevoeld wordt in de bewoordingen van Jom Kipper. Helemaal mee eens. Ik ben dominee en vrijwel iedere dienst zeggen alle aanwezigen onder meer: "Vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven onze schuldenaren". Zoals (vrijwel)alle oorspronkelijke elementen uit het christendom is ook dit een gegeven dat voor 100% joods is en juist het gemeenschappelijke spreekt mij daarin bijzonder aan. Punt is wel dat deze bede zozeer geritualiseerd is in de kerken dat de praktijk vaak achterwege blijft. Volgens mij is dat met degenen die Jom Kipper vieren anders; daarbij is besef voor een praktische uitwerking veel sterker aanwezig. Toch? Gert F. Dekker Bennekom
Beste ds Dekker Dank voor uw reactie Om uw vraag te beantwoorden: Ik vidn het moeilijk om een uitspraak daarover te doen - ik kan niet in de harten van mijn mede geloofsgenoten kijken. de bedoeling en hoop is er dat inderdaad de link met praktische uitwerkingen gelegd wordt Het Jodendom is vaak heel praktisch aangelegd Aan de andere kant denk ik dat het gevaar van ritualisatie altijd om de hoek ligt, dat het slechts lippendienst is, of een mantra wordt, of gericht wordt op op allerlei interne problemen van de instituten zonder het grotere geheel te zien. maar dat wil niet zeggen dat we ons van de taak kunnen ontslaan om de wereld - al is het maar een klein beetje - te verbeteren. Al is die wereld niet meer dan je eigen straat ... Leo Mock

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Columns 2008

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.