Jodendom en mensenrechten

Leo Mock

vrijdag 13 december 2013

Ach die Mart Smeets. Wat speelde hij weer goed, er viel haast niet door de verdedigingslinie heen te komen! Ik raad iedereen aan de hele uitzending van Sterren op het Doek te zien – op internet inmiddels makkelijk te vinden. Want het was weer een mediaspektakel. De Telegraaf pakte als eerste groots uit op de voorpagina om zowel de boze kunstenaar én Joodse Amstelvener Joop Breughel als Frits Barend aan het woord te laten. Een tsunami aan mediaberichten verscheen, waarin het incident een universele betekenis kreeg. Dus niet: schilder Joop is boos, maar: ‘Joodse gemeenschap boos op Mart Smeets’, zie bijvoorbeeld op AT5. Ook een vorm van het automatisch denken over Joden in groepsverband, noem het een vooroordeel voor mijn part. En zo vallen de media die dit incident aan de kaak willen stellen, zelf in de generalisatievalkuil. Want zijn ze even snel alle Joden in Nederland langsgegaan? De volgende stap kon je inmiddels wel voorspellen: het C.I.D.A. (Centrum Incidenten Discriminatie & Antisemitisme) ging zich ermee bemoeien via AT5: “Niet kosjer en uitermate onaangenaam.” “Het is Mart Smeets in optima forma. Wij gaan kijken of dit een melding waard is in onze jaarlijkse Monitor Antisemitisme Incidenten.” Nah, Smeets zal met de billen samengeknepen zitten – om maar een echte Smeets-uitdrukking te gebruiken - in afwachting van of hij nu wel of niet die bolletjestrui aan kan doen.

Spannend werd het op de Stelling van Amsterdam (AT5, maandagavond jongstleden om 22:34 uur). Daar bogen drie mensen zich over de Smeets-affaire. Maar wonder boven wonder vonden de twee Joodse deelnemers het géén antisemitische uitlating. Wat een pech. Dit was vooral opmerkelijk omdat één van hen een vertegenwoordiger is van institutioneel Joods Nederland, waarin helaas toch een beetje de geest heerst slecht nieuws is goed nieuws, en geen slechts nieuws is pas echt slecht nieuws. Enfin, Ron van der Wieken noemde het stom – niet gewoon ‘een beetje dom’ – ja, zelfs oerstom. Nebbisj voor Smeets. Eigenlijk natrappen, want iedereen die de uitzending ziet, kan vaststellen dat Smeets maar met 10 hersencellen speelt. De goede man zit in een Three-Quarter Life crisis (te dik, te oud, te ijdel) en heeft mogelijk gewoon een narcistische stoornis – lees ook het grappige ‘Mart Smeets betrapt op EGO-gebruik’.

En hij is gewoon boos – boos op zichzelf dat hij zich in dit stomme programma heeft laten sjmoezen; boos op Hanneke Groenteman die blijft doorvragen (let op de lichaamstaal en mimiek); en boos op de kunstenaars die de Keizer zonder kleren afbeelden en een zelfconfrontatie forceren. Vandaar dat Smeets zijn woede op de twee kunstenaars richt, die hem afbeelden zoals hij overkomt op anderen. En vooral op Joop, omdat diens portret het beste was. Dat luchtige, ijdele en de lege huls komen briljant tot uitdrukking. Pijnlijk en tenenkrommend tegelijk. Van enig losgetrild inzicht kan niet worden gesproken … Maar antisemitisme? Nee. Laat Glamorama toch vooral het werk opknappen en hou Smeets uit de Monitor Antisemitisme Incidenten …

Ondertussen diende zich alweer een serieuzer probleem aan in de vorm van mevrouw Witteman die thuis zo vrolijk kan lachen om concentratiekamp- en Anne Frank-moppen, aldus een interview in de Volkskrant dat ik niet gelezen heb. Gelukkig zat Wittemans opa in het verzet en kwam hij zelf ook nog om in een kamp, dus dan is het helemaal okidokie als kleindochter Sylvia (en medeslachtoffer?) dit soort dingen in de krant vertelt … Vervelend ook dat alleen onze exile-schrijver Leon de Winter dit onsmakelijk vindt, want die is dan weer persoonlijk af te branden op zijn eigen vaak ‘opmerkelijke’ uitspraken. En ook deze op zich terechte reactie van de Winter werd weer ontsierd door domme frasen als Omdat ze een dikke kop en een dikke kont heeft, werd Syl altijd gepest – een totaal irrelevante opmerking in de discussie. Wat Witteman privé doet, is haar zaak. En als zij lol ontleent aan WOII-grappen, dan is dat ziek. Zolang dat privé gebeurt al triest en dom genoeg, maar niet verboden (de term randdebiel dringt zich op …). Maar waarom dat vermelden in een publiek medium in een interview? Moet dat per se kunnen?

What’s next? Hoewel het niet mijn gewoonte is om me te mengen in andere columns, kon ik toch de verleiding niet weerstaan om te reageren op die van Harry van den Bergh – vooral ook omdat een andere mede-columnist (Naud van der Ven) dit ook al doet. In een recente column klaagt Van den Bergh over een visiestuk over de identiteit van de LJG die een ellipsvormige structuur zou hebben met twee brandpunten: één Joodse en één universele, aan de Verlichting ontleende waarden – een geesteskind van Van der Ven. In feite is de column niet écht te begrijpen zonder het stuk Kern en Toekomst - Progressief Jodendom in de 21e eeuw te hebben bekeken. Harry vindt het een vaag stuk en klaagt over het gebrek aan inspiratie uit de ‘traditionele Joodse bronnen’. Want die zouden primair moeten staan. Zelf heeft hij jarenlang inspiratie opgedaan uit het lernen met twee orthodoxe leraren. Prachtig, zou ik zeggen. Maar het idee dat de antwoorden rechtstreeks uit de bronnen zouden komen, zonder dat deze beïnvloed zouden zijn door plaats en tijd, lijkt me zowel onjuist als fundamentalistisch. De opmerking tussen haakjes van Van den Bergh ‘wat zegt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ons’, begrijp ik niet helemaal. Ik zou namelijk zeggen: alles. En dat deze Rechten dus terug te vinden zouden moeten zijn in onze manier van omgang met die traditionele bronnen. Ik verwijs graag naar een interessant artikel van rabbijn David Rosen, voormalig Opperrabbijn van Ierland, over Jodendom en Mensenrechten (Judaism & Human Rights), dat ook te vinden is op zijn eigen website onder ‘artikelen’, rubriek: ‘Judaism’.

Een goed voorbeeld is de passage over de weerspannige zoon in Dewariem / Deuteronomium 21:

18 Wanneer een man een weerbarstige, weerspannige zoon heeft, die naar zijn vader en moeder niet wil luisteren, en hun niet gehoorzaamt, hoewel zij hem tuchtigen, 19 dan zullen zijn vader en moeder hem grijpen en naar de oudsten van zijn stad brengen, in de poort van zijn woonplaats, 20 en zij zullen tot de oudsten van zijn stad zeggen: Deze zoon van ons is weerbarstig en weerspannig, hij wil naar ons niet luisteren, hij is een veelvraat en een drinker. 21 Dan zullen alle mannen van zijn stad hem stenigen, zodat hij sterft. Zo zult u het kwaad uit uw midden wegdoen; geheel Israël zal dit horen en vrezen. (naar NBG)

Een passage die de nodige morele vragen oproept, ook toen al bij de rabbijnen. Vandaar dat één mening stelt dat dit slechts een theoretische passage is die nooit in de praktijk is uitgevoerd. Anderen zeggen dat het wel werd uitgevoerd, maar blijkbaar niet vaak (Sanhedrien 71a). De rabbijnen maken door een vernuftige exegese de uitvoering hiervan ook bijna onmogelijk, omdat aan zeer veel eisen moet worden voldaan (een soort compromis tussen beide meningen). Zo moest volgens de rabbijnen de zoon (wel meerderjarig, maar niet volwassen – dat wil zeggen tussen 13 jaar en 13 jaar en 3 maanden) een vader én moeder hebben die ook nog eens op elkaar lijken qua stem, gestalte, en uiterlijk. Ook mag één van beide ouders niet doof of blind zijn, of niet kunnen praten. Er staat immers in de tekst: hij wil naar ons niet luisteren (dus ze kunnen zelf horen), déze zoon (dus ze kunnen zien) en ‘zij zullen zeggen’ (dus ze kunnen praten). Ook mag één van de ouders niet mank zijn en moet zelf goed kunnen lopen – er staat immers: en naar de oudsten van zijn stad brengen. Ook mogen ze geen verlamde hand hebben, want er staat: moeten zijn vader en zijn moeder hem grijpen. De ouders moeten de zoon ook in aanwezigheid van geschikte getuigen vooraf gewaarschuwd hebben, waarna bij een herhaald vergrijp eerst geseling volgt.

Volgens de rabbijnen is het vergrijp van de weerspannige jongen geen religieus vergrijp – het is dus niet zo dat hij niet de Tora volgt. Er staat immers: hij luistert niet naar onze stem, hetgeen de Goddelijke stem – de religieuze geboden – uitsluit. Het gaat dus bij de rabbijnen slechts om het overtreden van een verbod van de ouders op het eten van vlees en drinken van wijn. En ook de hoeveelheid vlees en wijn wordt van een minimummaat voorzien – wie de tekst namelijk zo leest, zou kunnen denken dat één burger en een glaasje wijn al fataal kunnen zijn. Volgens de rabbijnen moet de jongen minimaal 300 ml – volgens sommigen zelfs 600 ml – wijn gedronken hebben en 200 gram vlees gegeten hebben. En dan ook alleen maar als dit geconsumeerd werd in niet-sacrale setting (onder andere Sanhedrien 70b, 71 a-b, Makkot 10b, Sifré). Duidelijk is dat bijna nooit aan al die voorwaarden is te voldoen. Blijkbaar waren de rabbijnen in hun tijd ook al gesensibiliseerd door een (universele?) gevoeligheid tegen wrede straffen. Traditioneel jodendom en moderniteit zijn prima te combineren.

Sjabbat sjalom

3 + 3 = ?
Toen ik een paar jaar geleden deze tekst voor het eerst las dacht ik: waarom hebben ze dat niet gedaan! M\'n ouders hebben me gedurende de eerste meer dan 20 jaar van m\'n leven niets anders gezegd: jij bent altijd dwars, je wilt niet luisteren. Ik begreep er niets van, ik vroeg bv toen ik 5 jaar was, waarom moet ik dit of waarom moet ik dat? Voor mijn ouders deed ik dat om hen te dwarsbomen, omdat ik \"gewoon\" dwars was. En nu, waarom zijn ze niet naar de voorgangers gegaan, en hebben me gestenigd, dan was me dit \"leven\" bespaard gebleven...

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Columns 2008

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.