Vreedzaam omgaan met diversiteit

Leo Mock

vrijdag 14 december 2012

Sjabbat Chanoeka lezen we altijd de parasja van Mikeets, over de droom van Farao over zeven vette koeien en zeven magere koeien, en zeven volle aren en zeven door de wind leeggeblazen aren. Josef weet de droom uit te leggen in tegenstelling tot de Egyptische magiërs die narrisje uitleggen geven: zeven dochters zullen je geboren worden, maar zeven dochters zullen ook sterven; zeven landen zul je veroveren, maar zeven gewesten zullen tegen je in opstand komen. Alleen Josef’s uitleg vond genade in de ogen van de Farao: zeven jaren voorspoed, zeven jaren schaarste. Zou het lezen van juist deze parasja op Chanoeka kritiek zijn op dit economische model – deze oude algoritme – dat alles in een systeem dwingt dat vast lijkt te liggen: de eeuwige cyclus van hoogconjunctuur - laagconjunctuur. Chanoeka leert misschien wel dat het ook wel eens anders kan lopen: één kruikje blijkt toch genoeg voor acht dagen! Of zoals de haftara (profetenlezing) ons met Chanoeka wil voorhouden: “Niet door macht en niet door kracht maar door Mijn Geest, zegt de Eeuwige …” (Zech. 4:6). Misschien, wie weet …

Wanneer ik iets over Chanoeka wil vertellen, hou ik meestal een mooi verhaal over Chanoeka als lichtfeest – licht in het donker brengen, een toepasselijke gedachte in de wintermaand december wanneer het daglicht steeds zwakker wordt en de nacht de overhand lijkt te krijgen. Juist dàn moeten we het licht aansteken om te laten zien dat wijzelf het verschil kunnen maken tussen een wereld waarin de duisternis overheerst of een wereld waarin licht is. Nu moet je duisternis ook niet altijd dramatisch uitleggen – denk eens aan het verschil tussen je maaltijd eten in het donker, of bij verlichting. In beide gevallen eet je en heb je dus geen gebrek aan voedsel gelukkig – maar beide maaltijden zijn niet met elkaar te vergelijken. Van de ene geniet je van wat je eet, en bij de andere heb je je honger gestild maar daarmee is ook alles gezegd. De nuances van het eten, de geur, kleur en structuur zullen je ontgaan. Voor genieten heb je licht nodig. Dat kan je dus ook spiritueel opvatten – leven vanuit duisternis of leven vanuit licht betekent dat je wel of niet oog hebt voor detail en dat je bewuste keuzes kan maken omdát je alles kan overzien.

Klinkt allemaal mooi natuurlijk, en dat is het ook. Wanneer we een stukje lezen in de Makkabeeënboeken – deze beschrijven vanuit pro-Makkabees standpunt de Chanoeka-geschiedenis, waarbij de nadruk op de oorlog met de Grieken (eigenlijk Seleuciden) ligt – vraag je je af of het in praktijk altijd mooi blijft. Want de strijd tussen Grieken en Joden in Israël blijkt ook een strijd tussen Joden onderling – tussen Helleniserende Joden en trouwe, pure gelovigen (zoals ze dat zelf graag zien natuurlijk …). Laten we eens lezen over het begin van de opstand in het boek Makkabeeën I (circa 100 vóór de jaartelling):

[15] Op zekere dag kwamen er afgezanten van de koning naar Modeïn. Ze moesten het volk dwingen zijn godsdienst af te zweren en erop toezien dat ook daar geofferd werd. [16] Veel Israëlieten gingen naar hen toe, en ook Mattatias en zijn zonen maakten hun opwachting. [17] De afgezanten van de koning richtten zich tot Mattatias: ‘U bent een leider en bezit macht en aanzien in deze stad, uw zonen en uw verwanten staan achter u. [18] Laat u de eerste zijn die het bevel van de koning opvolgt. Alle volken zijn u al voorgegaan, ook de inwoners van Judea en de mensen die nog in Jeruzalem wonen. Samen met uw zonen zult u tot de gunstelingen van de koning behoren, en u zult worden overladen met zilver, goud en vele andere geschenken.’ [19] Maar Mattatias antwoordde met luide stem: ‘Zelfs al zijn alle volken in het rijk van de koning hem gehoorzaam, zelfs al wordt iedereen de godsdienst van zijn voorouders ontrouw door de bevelen van de koning op te volgen, [20] dan nog zullen ik, mijn zonen en mijn verwanten trouw blijven aan het verbond van onze voorouders. [21] God verhoede dat we de wet en de voorschriften verloochenen. [22] Wij zullen het gebod van de koning niet gehoorzamen, noch zullen we ook maar een duimbreed afwijken van onze godsdienst.’ [23] Hij was nog niet uitgesproken, of er trad voor het oog van de menigte een Jood naar voren die overeenkomstig het bevel van de koning een offer wilde brengen op het altaar in Modeïn. [24] Mattatias zag het en werd woedend. Hij begon te trillen van verontwaardiging en liet, geruggensteund door de wet, zijn woede de vrije loop; hij rende op de man af en stak hem op het altaar neer. (KBV Willibrordbijbel)

Tja, dat kan zo maar een burgeroorlog betekenen tussen vóór- en tegenstanders van de Makkabeeërs. Erg vreedzaam is het natuurlijk nooit in tijden van oorlog, maar vaak richt zich de strijd ook tegen een 5e colonne – die bestaat of geheel een product is van de paranoia van de strijders …

De vrees voor een burgeroorlog in de moderne tijd in Israël speelt al vanaf de tijd van voor de oprichting van de staat Israël. Vanaf het moment dat de links- en rechtsgeoriënteerde gewapende groepen diepgaande meningsverschillen hadden over de weg die men moest gaan. Later is men bang dat de broederstrijd er vooral één zal zijn tussen vóór- en tegenstanders van de Groot-Israëlgedachte en de nederzettingen. Sommige kolonisten hanteren inderdaad militante taal, andere maken relatief snel de overstap naar ‘het recht in eigen hand nemen’. In 1984 schreef Amos Keinan zijn pessimistische De weg naar Ein Harod, een boek over een Israël waarin een burgeroorlog woedt waarbij de macht is gegrepen door militairen. Aan de andere kant zijn er de strijders die vechten voor de vrijheid – en Ein Harod is de enige plek waar het nog rustig, puur en sereen is. Maar ja, zie er maar eens te komen. Het boek werd vertaald in acht talen en zelfs verfilmd (werd een flop).

Inmiddels zijn we bijna 30 jaar verder en is Keinans nachtmerrie niet uitgekomen, verre van dat. Maar om nu te zeggen dat het harmoniemodel overheerst, is weer een ander verhaal … Rechts en links, arm en rijk, Sefardiem en Asjkenaziem, vroom en seculier, leiden in Israël soms totaal aparte levens. Ik denk dat tegenwoordig de tegenstelling rechts-links minder dominant is dan vroom-seculier, waar bovendien een etnische factor meespeelt (Sefardiem zijn doorgaans traditioneler dan Asjkenaziem). In de pers zijn veel kritische artikelen te lezen over het rabbinaat, het functioneren van individuele rabbijnen en weerstand tegen ‘religieuze dwang’. Ook lijkt er een groeiende groep gematigde orthodoxen te bestaan die zich steeds moeilijker kan herkennen in hun eigen gezagsdragers en instituten.

Deze week ging het o.a. over een seculiere student van de Bar-Ilan die weigerde om een keppel op te zetten in de cursus Jodendom. Hij vindt het juist disrespect om iets religieus te dragen als hij er helemaal niet in gelooft. De Bar-Ilan vindt juist dat de student toen hij kwam studeren een contract ondertekende waarin o.a. stond dat het dragen van een hoofdbedekking tijdens Joodse lessen verplicht is. Elke student aan de Bar-Ilan is verplicht een aantal lessen Jodendom te nemen (ik geloof zes of zoiets …). De weigering van de student leidde tot een conflict met de docent die de seculiere student sommeerde te vertrekken. Uiteindelijk volgt hij de cursus bij een andere docent van wie hij gewoon met bloot hoofd mag zitten. Allerlei reaguurders werpen zich er natuurlijk op, pro en tegen. Vroeger zou iets dergelijks overigens niet de pers hebben gehaald. Enfin lees het hier als je Hebreeuws leest.

In het Ma’oz Tsoer worden de acht dagen van Chanoeka dagen van inzicht (biena) genoemd. Mogen we het inzicht krijgen om op vreedzame wijze met diversiteit om te gaan …

Sjabbat sjalom

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Columns 2008

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.