47

Simon Soesan

vrijdag 13 mei 2016

Dit jaar kon ik er als vanouds weer bij zijn. Bij de dodenherdenking voor onze gevallen soldaten en slachtoffers van terrorisme. Al vijfendertig jaar doe ik dat in onze wijk, in Het park der zonen, naast ons huis, waar de basisschool en de wijkcommissie elk jaar de ceremonie organiseren. We beginnen met twee minuten stilte om acht uur ’s avonds en eindigen een klein uurtje later met het Hatikva, ons volkslied.
Er worden gedichten voorgedragen en wat sobere liedjes gezongen. En dan komt de lijst. De lijst van slachtoffers en gevallenen uit onze wijk. Toen we hier in 1982, net na de Libanon-oorlog en hoogzwanger van onze eerste, kwamen wonen, stonden er 14 namen van gesneuvelde soldaten op die lijst. Dit jaar bestond de lijst al uit 47 namen, waaronder 8 kinderen van zeven tot zeventien jaar oud die door terroristen vermoord zijn.

Elk jaar heb ik onze kinderen meegenomen naar deze ceremonie. Nu ze volwassen zijn, komen zij zelf of ze gaan naar een herdenking in een andere wijk. Mij maakt dat niet uit. Als we maar één keer per jaar even de tijd nemen om onze doden te herdenken.
De politicus Yair Lapid, ooit een uitmuntend journalist en een begaafd schrijver, schreef ooit: “De doden komen onuitgenodigd, wanneer ze willen. Tijdens een lied dat je op de radio hoort, tijdens een film, of als je net naar oude foto’s kijkt of toevallig ergens langs rijdt. Ze komen onverwachts. Als dat tijdens het rijden gebeurt, kun je beter even stoppen en de tijd nemen om te huilen. De doden komen wanneer ze willen. Slechts een keer per jaar bereiden wij ze een welkom voor. Dat is onze dodenherdenking, wanneer wij, als een volk, even onze discussies over links, rechts, vroom, liberaal, alles opzij zetten en onze doden netjes ontvangen.”

Mijn zoon en zijn vriendin gingen met me mee naar de herdenking. Met treurige ogen keken we naar de foto’s van de 47 doden uit onze wijk, die elf straten telt. Gemiddeld vier doden per straat, ging er door mij heen.

Vierentwintig uur later verandert de rouw en het verdriet in simcha, vreugde, vanwege onze Onafhankelijkheidsdag. Met plezier kijken we dan naar het vuurwerk en de volgende dag, Jom Ha’atsmaoet, is ons land veranderd in één grote barbecue. NASA zegt dat je dat zelfs vanuit de ruimte kunt zien.

Vanaf volgend jaar gaat mijn oudste kleinzoon met me mee. Waarschijnlijk ook zijn moeder of vader en zeker zijn oom, mijn zoon. Omdat we allemaal weten dat onze onafhankelijkheid niet zomaar vanzelf is gekomen. En dat we daar gerust één keer per jaar bij stil mogen staan. Al is het maar twee minuten.

© Simon Soesan

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011