Moederdag

Simon Soesan

vrijdag 6 juni 2014

“Saba! Vertel dat verhaal nou nog eens!" Mijn oudste kleinzoon van drie jaar keek me serieus aan. Aan zijn lachende oogjes kon ik zien dat ik in een val liep.
“Welk verhaal?” vroeg ik hem.
“Wat je van de week vertelde, noe!!!” Uitdagend keek hij me aan.

De lezer moet begrijpen dat ik mijn kleinkinderen veel verhaaltjes vertel. Ongelooflijk, ik weet het, maar ik verzin ze waar ze bij zitten. Zo vertelde ik ze over een krokodil in Haifa die naar de pedicure moest, een olifant die trompet speelde in het Carmel Centrum, een brandweerwagen die slagroom spoot en zelfs heb ik ze kunnen overtuigen dat Opa veel zwemt omdat hij eigenlijk een vis is. Een walvis, aldus mijn oudste kleinzoon.

Maar om nu te beweren dat ik me later precies kan herinneren wat al deze typetjes in mijn verhalen deden … nou nee, dat is minder makkelijk. Deze kleine crimineel viel dat al een tijdje op en hij vindt het zalig om mij ermee te dollen. Wat hij niet weet – en wat u, lezer, hem ook niet gaat verklappen – is dat ik graag door hem gedold wordt.

“Nou, Sabba, je weet het best …” zei de deugniet terwijl hij probeerde niet te lachen.

“Nee, echt niet. Welke dag? Welk verhaal?” was mijn repliek. Hij nam diep adem en dacht na. “Van die dinges die van datte deed,” probeerde het duveltje. Ik keek hem niet-begrijpend aan. Zijn oma, die allang zijn zijde heeft gekozen en mij graag door een driejarige in een hoekje gedrukt ziet, probeerde even te helpen: “Ach, twee avonden geleden. Je zat met hem op bed … weet je nog???” De gemenerik bleef met haar pokerface naast ons kleinkind zitten.

“Oh, wacht even, dat ging over die oma die alles liet vallen en het eten liet aanbranden?” vroeg ik onschuldig. Het pokerface maakte plaats voor een gespannen gezicht. Lief, maar gespannen.

“Neehee, Opa, daar ging het helemaal niet over.”

“Dan was het dat verhaal over de stelende Roemenen?” ging ik lekker door. Hij keek zijn Roemeense oma aan en begon te lachen. “Heeft hij helemaal nooit verteld, hoor,” moest de spelbreker aan mijn levenspartner kwijt. Deze gooide een zoen op. Aan hem. Ik kreeg een blik uit de ijstijd.

“Saba,” zei die vernuftige kleuter terwijl hij zijn knuistje op mijn hand legde, “je vertelde over een soldaat die het liefste meisje van de wereld ontmoette … in de woestijn en zo …” De blik van zijn oma veranderde in iets herkenbaars en zachts. Ik begreep dat we elkaar deze keer niet in de maling zouden nemen, mijn kleinzoon en ik. Dus begon ik met: “Heel, heel lang geleden, was er een Hollandse jongen in ons leger …”

Na een kwartiertje lag mijn kleinzoon in mijn armen te slapen. Misschien uit verveling, hopelijk uit vermoeidheid
“Het is je weer gelukt meneer,” zei mijn partner.
“Ik krijg ze allemaal in slaap, dat weet je,” was mijn trotse antwoord.
“Ja, maar ik bedoelde iets anders,” zei ze en gaf me een kus.

Ik dacht dat ik een traan zag. Maar ik weet niet of dat bij mij of bij haar was.

Even later kwamen de kinderen, want het was moederdag. Iets wat mijn vrouw en onze dochter al een paar jaar samen mogen vieren.

© Simon Soesan

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011