De nieuwe Jood

Simon Soesan

vrijdag 28 april 2017

Ik heb vaker over hem geschreven, Simon Caun, het jongere broertje van wijlen mijn moeder, dat op 16-jarige leeftijd door de Duitsers werd opgeroepen om voor Das Reich te komen werken en dat binnen enkele dagen na zijn vertrek uit Amsterdam in Auschwitz werd vermoord.
Hij werd geboren op 20 maart 1926 – ik werd geboren op 20 maart 1956.

Deze week herdenken wij alle afgeslachte Joden uit de Sjoa. Het zijn er zes miljoen. Er ontbreken erg veel namen en overige gegevens, omdat vooral in Oost-Europa de Duitsers hele dorpen – inclusief alle inwoners en de volledige administratie – in brand hebben gestoken en daar niets van over is gebleven.
De gezamenlijke families van mijn ouders, Soesan en Caun, verloren in totaal 337 familieleden en waren ook bijna geheel uitgeroeid door de Duitsers. Mijn ouders hadden het geluk gered te zijn door de familie Snellen uit Sevenum, waar zij ondergedoken zaten. Zonder mensen zoals zij zouden ik, en veel Nederlandse Joden met mij, er niet zijn.

We leven in een turbulente wereld waarin de meerderheid de Sjoa nog steeds niet als waarheid accepteert en waarin de meerderheid de slachtoffers van deze massale afslachting nog steeds niet wil herdenken.

Al vroeg in mijn leven heb ik besloten dat ik, na alles wat ik had gehoord en geleerd over de rol van Nederland tijdens de Sjoa, niet in Nederland zou blijven wonen. Een land waar de koningin in 1939 persoonlijk de vestiging van een vluchtelingenkamp voor Duitse Joden in Elspeet heeft tegengehouden omdat zij ‘geen Joden in haar achtertuin’ wilde; een land waar diezelfde koningin met haar hele familie naar het buitenland vluchtte om ‘het volk’ achter te laten onder het juk van een bezetting. Een land waar de meerderheid van de bevolking samenwerkte met de Duitsers om ons, Joden, te vermoorden, was geen plek waar ik een gezin wilde stichten. Met uitzondering van de familie Snellen, en al die andere helden die hun leven hebben geriskeerd door Joden in hun huis te verbergen, heeft Nederland voor het overgrote deel duidelijk gemaakt hoe het tegenover Joden staat en naar mijn mening is er nog steeds niets veranderd.

Aangezien het verzet van de Joden tegen de Duitse roof- en moordzucht minimaal was, besloot ik, en velen met mij, dat de tijden van de Jood die niet terugslaat, voorbij is. Ik ging 44 jaar geleden naar Israël en diende in het eerste Joodse leger sinds bijna tweeduizend jaar, net zoals een van mijn broers en vele, vele anderen. Tot mijn spijt is onze generatie er niet in geslaagd in vrede te leven met al onze buren. Daarom moesten ook onze kinderen in het leger dienen. Wel is het ons gelukt de wereld te schokken met ‘de nieuwe Jood’, die terugslaat, ongelooflijke dingen uitvindt en in minder dan zeventig jaar een prachtig land heeft opgebouwd. Dromend van vrede met onze buren blijven er buren die andere plannen met ons hebben, waardoor we wakker moeten blijven en niet in slaap kunnen vallen. Zoals koning David zei: “wie over Israël waakt zal niet sluimeren, noch slapen”.

Van ondergang tot wederopbouw, zeggen wij hier in Israël. En we bouwen nog steeds. En zullen altijd blijven bouwen. Het leven in Israël is niet perfect. Er valt nog veel te doen en er valt ook nog heel veel te repareren. Op politiek gebied, op sociaal gebied en op nog veel meer gebieden.

Maar we kunnen het aan.
We gaan gewoon door.
Want we zijn een vrij volk.
In ons land.
Het land van Zion en Jeruzalem.


Bewerkt en geredigeerd door Hendrien Kloots

© Caun & van Beem

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.
Prachtig geschreven Simon. Zou je best weleens willen ontmoeten. Hier of in Israël ,maakt me niet uit.
Met verbijstering Simons analyse gelezen over de Nederlander tijdens WO II (en de huidige Nederlander; ik woon hier erg fijn itt in Israel waar ik ook jaren heb gewoond). Simon en ik schelen drie maanden en ook mijn ouders hebben de oorlog overleefd dankzij goedwillende Nederlanders. En nooit heb ik tijdens mijn opgroeien in de jaren zestig een verkeerd woord gehoord over de niet-joodse Nederlander. Mijn ouders waren alleen maar dankbaar dat ze het overleefd hadden. Ja, de meeste Nederlanders hadden niet actief bijgedragen aan het redden van joden, maar dat betekent nog niet dat "de meerderheid samenwerkte met de Duitsers". Men keek liever de andere kant op en dat mogen wij als na-oorlogse generatie niet veroordelen want we weten niet wat wijzelf zouden hebben gedaan wanneer we geen slachtoffer zouden zijn geweest. De meeste mensen zijn onverschillige wezens wanneer het hen niet direct betreft en dat geldt voor joden net zozeer als voor andere mensen. Want hoeveel joden maken zich werkelijk druk over al het onrecht wat overal ter wereld plaatsvindt?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011