55432

Simon Soesan

vrijdag 22 juli 2016

Tijdens een zakenreis, onlangs, naar Oekraïne, had ik de gelegenheid om even stil te staan bij enkele mijlpalen in de geschiedenis van ons Joodse volk.

Mijn eerste bestemming aldaar was de industriestad Dnepropretovsk. De stad is bekend geworden door de beruchte Scud-raketten die door Saddam Hoessein in 1991 op ons werden afgevuurd. Die werden hier geproduceerd. De geschiedenis van de Joodse Gemeente in deze stad was mij volstrekt onbekend. Hierover werd ik echter tijdens mijn verblijf door mijn gastheer kort en bondig geïnformeerd. Tijdens Simchat Tora in 1941 werd de voltallige Joodse gemeenschap van Dnepropretovsk, dat wil zeggen alle Joden in de stad, opgepakt door de Duitsers en naar een park gebracht, waar ze allemaal werden neergeschoten, onder het geamuseerde en toeziende oog van de overige inwoners.
55432 Mannen, vrouwen en kinderen werden als ongedierte afgeslacht.
Omdat er zoveel Joden waren en omdat het dreigde vervelend lang te gaan duren, besloten de inwoners van de stad de Duitsers een handje te helpen, zodat uiteindelijk de klus binnen dertig uur geklaard was.

Slechts vijf kinderen overleefden het, waaronder de vader van mijn gastheer. Hij bracht mij naar het bewuste park. Op een miniem monument na was er niets dat aan deze gruwelijke massamoord herinnerde. De opgegeven reden hiervoor was dat zowel de regering als de gemeente hier niet teveel aandacht aan wilde besteden.
In 1943 besloten de Duitsers dat, ondanks het feit dat ze ervan overtuigd waren het juiste te hebben gedaan, er voor alle zekerheid geen bewijzen mochten achterblijven. Dus werden alle lijken en overig bewijsmateriaal door krijgsgevangenen opgegraven en verbrand. En wat er daarna nog overbleef werd in de Dnjepr gedumpt.

De dag daarop was ik in Kiev. Uiteraard wilde ik Babi Yar zien, waarover ik veel heb gelezen. Op 30 september 1941 besloot de locale bevolking een soort welkomstfeest voor hun Duitse vrienden te organiseren. Ter gelegenheid daarvan werd de gehele Joodse bevolking, bijna 34.000 mannen, vrouwen en kinderen, naar het ravijn Babi Yar gedreven, waar ze tijdens een drinkgelag, op een enkeling na, ook allemaal werden doodgeschoten. Dit duurde meer dan een paar dagen ‘omdat ze niet zo goed georganiseerd waren’, vertelde de gids. De details van het geweld en de verkrachtingen die volgden, zal ik hier niet beschrijven.

De ingang van Babi Yar is voor iemand die daar niet bekend is onmogelijk te vinden. Er is geen enkele aanwijzing over wat zich er heeft afgespeeld. Een zwaar verwaarloosd modderpad leidt uiteindelijk naar een Menora van steen die de Israëlische regering daar heeft geplaatst. Ook staan er, goed verborgen voor de buitenwereld en uit het zicht, nog een totaal onverklaarbaar standbeeld uit de communistische tijd en een monument voor de vermoorde kinderen.
Tijdens mijn bezoek aan Babi Yar waren er activiteiten gaande ter voorbereiding van een ceremonie om de slachtpartij, nu 75 jaar geleden, te herdenken. Oekraïne wil per slot van rekening lid worden van de EU …
Tractoren reden af en aan en stratenmakers legden her en der wat straatstenen op het modderpad. Ik bespeurde zelfs ongemotiveerde pogingen om het pad gedeeltelijk te asfalteren.

In 1943 brachten de Duitsers ook hier krijgsgevangenen naar toe die alle lijken en overige bewijzen moesten opgraven en verbranden. Waarna wederom de overblijfselen in de Dnjepr werden geloosd.
Tegen het advies van mijn gastheer in besloot ik samen met mijn collega’s naar beneden te gaan, het niet al te diepe ravijn in. De emoties die mij daar overvielen zijn nauwelijks te beschrijven. Als men een indruk van deze onheilsplek wil krijgen, kan men op Google zelfs foto’s vinden die gemaakt zijn door trotse en triomfantelijke Duitsers, die hun festijn hebben vastgelegd.

Het Eel Ma’ale Rachamiem-gebed en ons Hatikva kwamen, ondanks onze goede bedoelingen, slechts hakkelend en met veel moeite en tranen uit onze kelen, terwijl de arbeiders om ons heen ons uitlachten en weigerden hun werk en het lawaai ook maar even te staken. We lieten een krans achter en staken enkele jaartijdkaarsen aan, waarna we de plaats des onheils zo snel mogelijk weer verlieten.

Weer in Dnepropretovsk ging ik nog even terug naar het park. Op het kleine monument was inmiddels een rood hakenkruis geklad. Hoewel de regering van Oekraïne geen verwijzingen naar deze plaatsen wil en geen toestemming geeft om onderzoek te doen naar wat daar gebeurd is, is het niet mogelijk om het verleden verborgen te houden. In Babi Yar sprak het ravijn boekdelen. In Dnepropretovsk zegt het kleine monument meer dan duizend woorden.

Het zegt 55432 namen.



Simon Soesan

Bewerkt en geredigeerd door Hendrien Kloots

© Caun & Van Beem

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011