Ada

Simon Soesan

vrijdag 8 december 2017

Ze was nog jong, met twee jonge dochtertjes, toen haar man haar begon te slaan. Echt in elkaar slaan wel te verstaan. Keer op keer. Totdat hij dat een keer deed toen haar broer net langskwam. Deze werd zo boos dat ze slaags raakten, ten gevolge waarvan Ada weduwe werd.

Zo leerden wij haar kennen: een jonge weduwe met twee kleine meisjes en een broer die voor haar was opgekomen en daarom in de bajes zat. De buurt moest haar niet, want men vond dat het allemaal mede haar schuld was geweest. Ze kon geen werk krijgen, kreeg nauwelijks van de bijstand en was moe en wanhopig. Ze werd met de nek aangekeken en toen ze een keer op straat uitgleed, was er niemand die haar hielp.

Zo vonden wij haar op straat. Met een bloedende knie, tassen met boodschappen over de stoep verspreid en twee kleine meisjes die erbij stonden te huilen. Wij hielpen haar overeind, brachten haar naar huis, troostten de meisjes en luisterden naar haar verhaal, dat ze ons zwaar geëmotioneerd vertelde.

Zij opende een crèche in haar flatje en wij vertrouwden haar onze kinderen toe. Ze kookte er zelfs een lunch voor de kinderen. En elk jaar kwamen er meer kinderen bij, tot ze zelfs verzoeken moest gaan afwijzen.

Vijfendertig jaar later is Ada een begrip geworden. Iedereen op de Carmel in Haifa weet wie ze is en jarenlang leidde ze haar crèche, totdat de basisschool in onze wijk haar vroeg de buitenschoolse opvang te gaan leiden. Omdat onze basisscholen om 12 uur stoppen, hebben ze ‘verrijkingsprogramma’s’ in het leven geroepen, waarbij de kinderen op school lunchen en lessen kunnen volgen in creatieve vakken zoals handenarbeid, muziek en dans. Uiteraard waren wij en vele andere dankbare ouders daarbij betrokken. Ada creëerde een buitenschoolse opvang die zelfs door onze burgemeester werd bezocht.

Dit jaar ging onze oudste kleinzoon naar de school en bijbehorende buitenschoolse opvang waar ooit zijn moeder, tante en oom leerling waren. Hij zit in de eerste klas en heeft daar veel plezier in. Onlangs haalde ik hem in de namiddag op. “Kijk!”, riep hij opgewonden naar Ada, “dat is mijn Saba!”

Ada en ik keken elkaar aan en dachten aan hetzelfde. Eerst onze kinderen, nu onze oudste kleinzoon – bij haar. Mijn kleinzoon wist uit de verhalen al dat zijn moeder, toen ze ooit klein was, bij Ada ‘op school’ had gezeten. Wat dat voor een zesjarige betekent weet ik niet. Ik liep naar Ada toe en omhelsde haar. Ada de weduwe, Ada de kansloze, Ada die door iedereen werd gemeden, is nu directeur van de buitenschoolse opvang in onze buurt.

Ada zelf vindt het niet iets om echt trots op te zijn. Ze heeft geknokt en heeft niemand, zeker zichzelf niet, teleurgesteld. Ik vertelde haar hoe trots ik op haar ben. Als antwoord wees ze op een speelkameraadje van mijn kleinzoon. “En dat is mijn kleinzoon”, zei ze met een brok in haar keel.

Zoals Ben Goerion ooit zei: “Als je realist wilt zijn in Israël, dan moet je in wonderen geloven.”


Bewerkt en geredigeerd door Hendrien Kloots

© Caun & van Beem

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.
Mooie column, Simon!
een ontroerend verhaal.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011