Echt Hollands

Simon Soesan

vrijdag 28 februari 2014

Tijdens de lezing die ik onlangs voor Crescas hield (waarvan ik in elk geval bijzonder heb genoten ...) werd mij diverse malen gevraagd wat het geheim is achter de titel van mijn eerste boek, ‘Pita met hagelslag’. Welnu, speciaal voor Crescas, hier het verhaal achter deze titel.



Ons mannetje had een vriendinnetje op bezoek. Dat gebeurt meer en meer de laatste tijd en uiteraard blijf ik hierover rapporteren. Eerst had hij geen idee waar hij vriendinnetjes kon vinden, maar hij gebruikte z’n verstand en zo deelde hij op een dag mede dat hij zich had aangesloten bij het schoolkoor. Nu weten we dat ons kereltje veel talenten heeft, maar zingen hoort daar niet bij. Dus vroeg ik hem hoe de vork aan de steel zat.
Hij knipoogde naar me en met een ponem dat het midden hield tussen trots en verlegenheid zei hij: “Abba, alle leuke meisjes zitten in het koor …”
Dat was uiteraard genoeg voor mij en, als mannen onder elkaar, knipoogde ik naar hem terug.

En zo gebeurt het dat er, behalve vriendjes, ook vriendinnetjes over de vloer komen. Soms zitten ze samen te leren, soms zitten ze samen liedjes te oefenen en soms weet ik ook niet waar ze mee bezig zijn.
Maar hij had dus een kalletje op bezoek en ze kwamen, na wat samen geleerd te hebben, naar de keuken, want ze hadden honger. Hij opende de deur van de ijskast voor haar en liet haar zien wat er allemaal te nasjen was. Het meisje stak haar hand in de ijskast en pakte (heerlijke, verrukkelijke) Hollandse oude kaas eruit. Verbaasd vroeg ze wat het was.
“O,“ zei ons zoontje achteloos, “mijn vader is Nederlander. En ik ben ook Nederlander, in feite zijn we allemaal Hollanders en dit is Hollandse kaas, dat vinden we heel lekker.” In één zin had hij de hele Roemeense kant van zijn moeder weggevaagd.

Het meisje rook er wat aan en wilde wel wat proeven. Ze liep naar een la en haalde er een mes uit om wat kaas af te snijden. “Nee, joh!” zei onze expert en pakte haar hand vast. “Kaas snij je met een kaasschaaf,” doceerde hij, terwijl hij onze schaaf liet zien. En als een echte Meister sneed hij een plakje kaas af, wat het meisje proefde. Ze knikte. Was wel lekker. “Hebben jullie nog andere dingen die Hollands zijn?” vroeg ze nieuwsgierig.

Hij glunderde. “Kom maar mee,” zei hij plechtig. Gedurende een twintig minuten liet hij zien wat er allemaal echt Hollands was bij ons: het potje drop, de koffie, de stroopwafels, de diverse weekbladen die ik bewaar, mijn collectie boeken. Terug in de keuken liet hij haar zijn trots zien: pakjes hagelslag en vlokken. Ze kreeg les in wat echt lekker was in Nederland en terwijl ze daar alle soorten hagelslag en vlokken stond te proeven, vertelde mijn kind over een ver land, waar, op bijna elke hoek het woord FEBO staat.
Ook liet hij haar met trots op de computer mijn favoriete Nederlandse internet-sites zien, wat ook het beluisteren van SKY-Radio over Het Net inhield. Voldaan keek hij haar aan. Samen gingen ze terug naar de keuken. Zijn moeder keek me dankbaar aan, dat ik niets had gezegd. Zoals de lezer al weet, praat ik graag.

Het meisje wees op de hagelslag en ons mannetje deed de vriezer open, haalde er wat pita’s uit, die hij in de magnetron liet ontdooien. Handig sneed hij ze open, smeerde margarine aan de binnenkant en met vaardigheid strooide hij er hagelslag in.
Onder het genot van een glas melk zaten ze even later aan tafel, terwijl ons mannetje maar door bleef kwekken (ik weet echt niet van wie hij dat heeft) en zijn kennis van Nederland tentoon spreidde.

“Echt,” besloot hij zijn betoog, “je moet je ouders vragen om de volgende vakantie naar Nederland te gaan. Wij kunnen helpen met het uitkiezen waar jullie naar toe moeten.” Met een ernstig ponem nam hij nog een hap van z’n pita.
“Dus, als ik het goed begrijp, eten we nu iets typisch Hollands?” vroeg het meisje. “Inderdaad!” zei mijn geivve serieus.
“Maar,” zei het goocheme kind, “ga je me vertellen dat de kinderen in Holland pita met vlokken of hagelslag eten? Pita?” Hij stopte met kauwen. Dacht diep na. En keek naar de voorkamer, onze kant op. Ik deed net alsof de krant in Israël mij interesseerde, maar zijn moeder kneep me in m’n dij, wat de geheime code is voor ‘doe wat!’ Dus stond ik op en liep naar de keuken.

“Abba, in Nederland eten ze toch gewoon pita met hagelslag of vlokken?” vroeg hij me, en keek me diep aan, wat de geheime code is voor ‘help me!’ Ik keek ze allebei aan en zei heel serieus: “Tuurlijk! Pita is heel populair in Holland, zelfs meer dan gewoon brood of kadetjes. Alle kinderen in Holland eten pita met hagelslag of vlokken.”
Hij glimlachte dankbaar naar me en keek parmantig naar z’n vriendinnetje.
Zij keek me met ongeloof aan. Maar zei niks. Want als een Hollander zegt dat pita met hagelslag heel Hollands is, dan moet dat wel zo zijn.

Mocht u ooit een sjnokkel van een jongen een pita met hagelslag zien eten, dan wordt u verzocht om vol trots te zeggen: “Echt Hollands!”
U wordt bedankt.

© Simon Soesan


(Deze column verscheen eerder in het NIW)

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011