Feest der Feesten

Simon Soesan

vrijdag 11 december 2015

Als je de Carmelberg afdaalt in de richting van de oude stad van Haifa, dan kom je terecht in Wadi Nisnas, een warboel van eeuwenoude nauwe straatjes. In december vieren we daar ‘Het Feest der Feesten’, hetgeen inhoudt dat we Ramadan, Kerstmis, Chanoeka en Nieuwjaar tegelijk en samen vieren. De Wadi is dan één grote sjoek waar van alles en nog wat gebeurt. Duizenden, voornamelijk Christenen, Moslims en Joden, komen hier naartoe om dit spektakel mee te maken.

Ik liep met mijn vrouw achter onze vrienden Bassam en Zjieda, met wie wij al jaren zeer goed bevriend zijn. Bassam is de 32ste generatie van Christelijke Arabieren in Haifa en ikzelf woon, als Nederlandse Jood, alweer meer dan veertig jaar in deze stad.

We hadden onze auto’s geparkeerd nabij het Islamitisch-Joods-Christelijke centrum, Beth HaGeffen en slenterden de sjoek op.

“Je moet even meelopen,” riep Bassam naar mij. “M’n broer is hier kerstman!”

Ik knikte en we liepen door de smalle straatjes, terwijl goochelaars zakdoeken uit de lucht toverden en straatmuzikanten iets stonden te zingen dat nog het meest op Jingle Bells leek.

“Dit jaar eten jullie je niet ziek aan choemoes, hoor!” riep Zjieda naar haar man en mij.

“Maar hier zijn, en dan geen choemoes eten …” begon ik.

“… is alsof je gaat zwemmen en droog blijft!” vulde Bassam aan.

“Nee, we lunchen met alle kinderen bij Chaled!” zei mijn vrouw terwijl Zjieda instemmend knikte.

“Daar heb je mijn broer!” riep Bassam en hij omhelsde de kerstman.

Deze werd echter kwaad.

“Mesjoggene hond!” riep de kerstman, “blijf van me af!”

Bassam keek hem verward aan.

“U lijkt sprekend op m’n broer …” stamelde hij.

De kerstman maakte een gebaar dat je niet snel van iemand in die hoedanigheid zou verwachten en liep vervolgens door.

“Hebben jullie al kaarsen gekocht voor Chanoeka?” vroeg Zjieda, die op een kraam wees waar deze verkocht werden. Mijn levenspartner knikte.

“Daar is-ie! Ziad! Ziad!” riep Bassam terwijl hij op een andere kerstman afrende en hem hartelijk omhelsde. Doch ook deze kerstman werd boos.

“Viespeuk!” reageerde hij, terwijl hij zich los wurmde uit Bassams omarming.

Bassam keek de man versjteerd na en mompelde: “Ik zweer het je, sprekend m’n broer …”

Ik sloeg mijn vriend op zijn schouder en samen liepen we door. Muziekgroepjes speelden, uit elk tweede winkeltje kwam iemand die koffie aanbood, een goochelaar toverde een bloem voor mijn vrouw uit mijn oor. We zagen veel politie- en veiligheidsmensen, aangezien altijd de angst blijft bestaan dat zo’n feest een reden voor fanatici is om iets engs te doen.

Toen onze vrouwen even stopten bij een kraampje, keken Bassam en ik elkaar veelbetekenend aan. Snel accepteerden we een kopje Arabische koffie met baklava dat daar gratis aangeboden werd. In hoog tempo sloegen wij het naar binnen. Onze eega’s kwamen er alweer aan.

“Kun je je nou niet een keer inhouden?” vroeg mijn vrouw.

Ik hield wijselijk mijn mond.

“Ziad!” riep Bassam wederom naar een kerstman.

Waarschijnlijk had het gerucht van een 130 kilo wegende reus die kerstmannen omhelsde al de ronde gedaan, want Vadertje Kerst zette het op een lopen.

Toen we later met onze kinderen bij Chaled lunchten, vertelde Zjieda onder grote hilariteit over Bassam en de kerstman.

“Maar hij leek echt sprekend op hem!” probeerde Bassam nog.

Dit keer werd hem door zijn vrouw de mond gesnoerd.
Met behulp van wat choemoes.


Simon Soesan

Bewerkt en geredigeerd door Hendrien Kloots

Eerder, op 28 december 2005, in iets andere vorm gepubliceerd in NRC-Handelsblad.

© Caun & Van Beem

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011