Grapjas

Simon Soesan

vrijdag 14 maart 2014

Toen Ze’ev vijftien jaar terug zijn onderbeen verloor tijdens een legeractie, maakte hij er geen drama van. Ze’ev, een boom van een vent die bij de infanterie reservedienst deed, maakte zijn eigen tourniquet en wachtte rustig tot een hospik hem hielp en een helikopter hem naar een ziekenhuis bracht. Aviva, zijn vrouw was erg overstuur, maar Ze’ev, vanuit zijn bed in het ziekenhuis, beloofde haar gauw weer op de been te zijn en hij meende dat letterlijk. In drie maanden tijd leerde hij met zijn prothese omgaan en na nog drie maanden kon je niet aan zijn manier van lopen zien dat hij een kunstbeen had. Hij ging weer fietsen, hij ging weer met Aviva naar feestjes waar hij met haar danste en hij ging zelfs weer voetballen.

Met Ze’ev is het vaak lachen. Ik ging eens met hem mee om schoenen te kopen en hij had geen probleem om de argeloze verkoper te verrassen bij het uittrekken van een schoen. Uiteraard deed hij eerst de prothese los, waardoor een verschrikte verkoper zichzelf met een schoen in een prothese in zijn hand aantrof. Of die keer toen hij met ons in China op zakenreis was en een voetmassage nam. Tot de dag van vandaag hoor ik nog de kreet van de masseuse die zijn kunstbeen vast hield.

Toen Aviva enkele jaren terug omkwam in het Matsa restaurant, dat werd opgeblazen door een niet-gewelddadige Moslim, was hij een tijd lang de weg kwijt. Ze hebben geen kinderen kunnen krijgen maar hadden meer dan genoeg aan elkaar. Hij wilde geen medelijden en werkte harder dan ooit. Als je hem zo bezig zag, kon je niet weten wat een tragedie de man al achter zich had liggen. Het duurde bijna een jaar, maar toch vond hij zijn gevoel voor humor terug. Tijdens onze onafhankelijkheidsdag-barbecue verbaasde hij toeschouwers toen hij bij het aftrappen van een voetbalwedstrijd zijn hele prothese door de lucht trapte.

Ook heeft Ze’ev eens Chroetsjev nagedaan. Alleen sloeg hij niet met een schoen, maar met zijn hele prothese op tafel om een vergadering te leiden. Ze’ev is een grapjas en zijn humor werkt altijd aanstekelijk. Ook toen hij onlangs werd aangereden door een vrachtwagen, bleef hij grappen maken. “Dat moet wel een heel bijzondere vrouw zijn geweest die op me viel,” waren zijn eerste woorden toen hij in het ziekenhuis bijkwam. Dat was in de polikliniek, en uiteraard moest hij de zuster vragen om hem uit zijn schoenen te helpen. Deze was niet onder de indruk, zei niets, liep weg en kwam terug met een injectiespuit van wel 50 cm grootte. Ze’ev keek haar verschrikt aan. “Je gaat me daarmee toch niet prikken hè?” vroeg hij met grote ogen. “Nee hoor,” was het laconieke antwoord, “ik wilde je alleen even de stuipen op het lijf jagen.” Op zijn grote ogen en open mond reageerde ze: “Jij begon toch?”

Toen dezelfde zuster hem de volgende ochtend kwam controleren, vond ze hem met zijn gezicht onder het bloed in een bebloed kussen. Verschrikt wilde ze alarm slaan, maar Ze’ev stopte haar. “En die ketchup is nog kosjer ook!” schaterde hij. Sindsdien weten wij het niet meer, want ze dollen elkaar non-stop. Ze gingen samenwonen en werden bekend als een stel dat graag elkaar en hun omgeving in de maling nam. Toen ze besloten te trouwen, namen wij revanche. Na hun uitnodiging ging er een correctie naar alle genodigden. Naast de zaal in het hotel waar ze wilden trouwen, hadden wij een andere zaal gehuurd en met het hotel geregeld dat alles gewoon doorging, alleen in een andere zaal. Toen het stel aankwam en door het hotelpersoneel naar ‘hun’ zaal werd geleid, was er alleen een fotograaf aanwezig die hun ontsteltenis fotografeerde: de hele zaal was leeg.
Want Ze’ev is niet de enige grapjas, begrijpt u.

© Simon Soesan


(Deze column verscheen eerder in het NIW)

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011