Bij de neus genomen

Simon Soesan

vrijdag 18 augustus 2017

Wissam is al jaren onze opticien. Hij woont met vrouw en kinderen in Hadar, de wijk halverwege de Carmelberg. Zijn winkel is klein, de behandelruimte waar hij de oogmetingen doet, is nog kleiner, maar wij zijn verknocht aan hem en kennen hem en zijn gezin inmiddels goed. Jaren geleden is dat begonnen, toen ik nog de trotse eigenaar was van een Kever, bouwjaar 1965. Zijn vader was een echte Volkswagenman, opgeleid in Wolfsburg, die zelfs Duits sprak. Hij repareerde de Kever, wat amper nodig was. Wissam had andere plannen en werd opticien. In de loop der jaren raakten we bevriend en onze gezinnen bleven contact houden. Wissam werd onze opticien en omdat we bij ons thuis allemaal brildragend zijn, zagen we hem meer dan regelmatig, buiten de ontmoetingen van onze gezinnen om.

Onlangs was het weer tijd om onze ogen te laten meten en een nieuwe bril aan te schaffen. Samen met mijn levenspartner ging ik naar Hadar, waar we eerst nog even bij een lokale uitbater een koffie met verse baklava nuttigden. Daarna gingen we naar Wissam.

“Kon je weer niet van de baklava afblijven?”, was zijn eerste vraag nog vóór hij mij begroette. Blijkbaar had de baklava sporen achtergelaten.
Hij begon met de ogen van mijn vrouw. “Je weet het hè, niet te lang in haar ogen kijken, want dan word je verliefd”, waarschuwde ik hem voor de zoveelste keer in al die jaren. “Sjmeichelaar, verzin eens iets nieuws”, was de liefhebbende reactie van mijn innig geliefde echtgenote.

Het kiezen van een montuur voor mijn vrouw ging deze keer aardig vlot en toen was het mijn beurt. Ik ging in de stoel zitten voor de oogmeting. Mijn ogen waren weer slechter geworden. “Je wordt oud, opa”, zei Wissam. “Laten we het hopen”, reageerde ik alert voor mijn leeftijd. Wissam moest de juiste positie berekenen voor het brandpunt van mijn glazen en zette een soort liniaal op mijn neus.
“Kijk goed naar mijn neus en beweeg je niet”, zei Wissam.
“Als ik naar jou kijk, zie ik alleen maar een neus, zit er dan nog een gezicht achter?”, vroeg ik hem vriendelijk.
“… zei de Joodse meneer …”, lachte Wissam.

“Mijn neus valt anders best mee”, zei ik, objectief als ik ben.
“Maar je stopt hem wel overal in”, antwoordde Wissam, terwijl hij enkele getallen opschreef en onverstoorbaar doorging.

Even later mocht ik een montuur uitzoeken. Hetgeen in de praktijk betekent dat mijn vrouw er al enkele had uitgezocht waaruit ik mocht kiezen. Waarna zij de uiteindelijke beslissing nam … Ten slotte kwam de rekening. “Valt me nog niet eens tegen”, reageerde ik spontaan en eerlijk.

“Zoals je al zei, jou kan ik niet bij de neus nemen”, zei Wissam, waarna hij vervolgde:
“Waarschijnlijk zijn mijn handen te klein …”.


Bewerkt en geredigeerd door Hendrien Kloots

© Caun & van Beem

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011