Het jaar erna

Simon Soesan

vrijdag 11 april 2014

Enkele jaren gelden bezocht ik een goede vriend die toen in een dorp in Groningen woonde. Er was iets bekends aan het adres maar ik wist niet wat. Daar het in onze familie nog steeds traditie is om, in geval van twijfel, mijn vader te bellen, deed ik dat. Ik gaf hem het adres. Met zijn supergeheugen wist hij me te vertellen dat daar ooit een broer van mijn opa had gewoond. Die was – uiteraard – tijdens de Tweede Wereldoorlog met gezin en al door zijn dorpsburen aan de Duitsers verraden en, met vrouw en kinderen, uit zijn huis gesleept, op de trein gezet en afgeslacht in een concentratiekamp. Het huis staat er nog steeds en ik liep ernaar toe, om even te kijken. Terwijl ik daar zo stond, zag ik de gordijnen bewegen en even later kwam een oude man het huis uit en liep op me af.

“Oprotten! Zeg niets, ik weet wie je bent! Al jaren wacht ik op het moment dat een Jood zal komen om me mijn huis af te pakken. Oprotten en snel!” Mijn vriend en ik keken elkaar aan. Hij wilde wat zeggen, maar ik seinde hem om rustig te blijven. We liepen terug naar zijn huis. Het had immers geen nut om in discussie te gaan. Had ik bewijzen? Wat kon ik de man zeggen?

Ik moest hieraan denken toen ik deze week de documentaire Het jaar erna zag, die afgelopen maandag bij omroep Max werd uitgezonden. Drie mensen, waaronder mijn vader van 90, vertelden daar hun relaas: hoe ze werden opgevangen in Nederland toen ze het lef hadden om naar huis te komen, nadat ze de Holocaust op de een of andere manier hadden overleefd. Hun relaas spreekt boekdelen. Maar was niet verbazend.

In Nederland anno 2014 is niets meer verbazingwekkend. Een Nederlandse priester, die zijn leven wijdde aan het helpen van kinderen met een beperking in het stadje Homs in Syrië, wordt zijn huis uitgesleurd, afgeslacht en de Nederlandse regering blijft stil. Zelfs de blaaskaak op Buitenlandse zaken, die altijd wel even in de schijnwerpers wil staan, heeft het te druk om er iets van te zeggen. Misschien is het een Nederlandse eigenschap, ik weet het niet. Ik ben geen antropoloog. De verkeerde kant helpen, foute dingen toestaan, zand erover, niks zeggen, huichelen ...

Nogmaals, voor de zoveelste keer: mijn familie en ik hebben ons leven te danken aan de familie Snellen, die behoorden tot een zeldzame minderheid van Nederlanders die daadwerkelijk ‘nee’ zeiden tegen de Duitse afslachting – met grootschalige Nederlandse hulp – van de Nederlandse Joden, Roma en Sinti, homofielen en andere ‘anderen’.

Op mijn bar mitswe, nadat ik mijn parasja had voorgezongen, zei de rabbijn tegen mij dat ik zo’n mooie stem had en dat ik moest overwegen om misschien rabbijn of voorzanger te worden. Ik zei toen al dat ik naar Israël zou gaan. Toen wist ik dat al. Omdat ik nooit meer als Jood als een minderheid wil leven. Toen al wist ik dat er geen plaats voor mij is als Jood buiten Israël.
En ik ging naar Israël. Nu al meer dan veertig jaar geleden en ik heb er geen spijt van gehad. Want met al onze problemen in ons landje is en blijft het ons landje. Ongeacht wat de buren of een blaaskaak op het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken denken. En de fouten die we maken zijn onze fouten en staan in een grote schaduw van alles wat we wel juist weten te doen. Kwestie van perspectief.

Drie mensen, waaronder mijn kei van een vader, vertelden hun verhaal. Niet over wat hun overkwam tijdens de Nederlands-Duitse samenwerking om van de Joden af te komen, maar wat zich daarna in Nederland afspeelde: roof, leugens en het ‘verkrachten’ van mensen die blijkbaar nog niet genoeg meegemaakt hadden. Ik vraag me af wie heeft gekeken. Hoeveel mensen deze documentaire zagen. Zeker niet veel overheidsdienaren.

Mijn vaders opmerking, over hoe men hem in de tram toesiste dat ‘ze hem hadden moeten vergassen’, kreeg een extra dimensie toen hij zei dat hij daar verdrietig van werd en zich afvroeg hoe men zoiets kan zeggen. Deze opmerking, samen met de droevige verhalen van de twee andere geïnterviewde overlevenden, zullen nog lang nagalmen bij helaas te weinig mensen.

© Simon Soesan

3 + 3 = ?
Beste Simon ik heb je vader zijn verhaal zien doen en was overdonderd door een stuk geschiedenis waar ik nog nooit bij stil had gestaan. Frappant dat hij slechts het woord "verdrietig" in de mond nam, want mij maakt het razend. Wat een ingetogen en wijs mens! Daar kan de blaaskaak nog een heleboel van leren. Die zou het liefst vandaag nog een kopje thee drinken met de Iraanse Holocaust ontkenners, zodat gezegde "de kogel komt van links" op termijn "de atoombom komt van links" mag heten. Kan hij uiteindelijk een rondedansje doen met Dries, Greta en andere anti-semieten. Maar hun gericht komt. Am Israel Chai!
Beste Simon, zou je dit interview van omroep Max via Youtube of een potcast op het internet kunnen krijgen? Of wellicht via Dr.Manfred Gerstenfeld in Arutz7 gepubliceerd? Chag Sameach.
@Wiep, dank! @Goedeket: ik begrijp niet waar u het over hebt
@Dit interview is te zien in "uitzending gemist" op de computer. Hoop dat het lukt, ga het zelf ook zo bekijken. Gag Pesach sameach!
gak samegh! de documentaire "het jaar erna" is de beste film,die ik heb mogen zien. We hebben eigenlijk nooit er over nagedacht wat er gebeurde in het kikkerland na de sjoah, maar de shoah was nog lang niet over voor heel veel mensen. Hoe men toch in nederland blijft wonen als jood is me absoluut niet duidelijk, nu er een homeland voor ons joodse volk is.
Beste Simon, Dat je vader een "kei" is weet ik echt al jaren. Het feit dat hij nu nog steeds de moed heeft zijn mond open te trekken is tekenend. Laten we hopen dat er eens een moment komt ook in Nederland dat er weer plaats voor ons Joden. Maar daar hebben we dan wel mensen zoals je vader bij nodig. Waardig en toch confronterend. Gak Pesach sameiach!

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.