Opa, loop toch niet zo snel

Simon Soesan

vrijdag 8 april 2016

Onlangs moest ik denken aan het liedje ‘Pappie loop toch niet zo snel’. Dat gebeurde toen ik aan het wandelen was met onze twee oudste kleinzoons. Men zegt al tientallen jaren tegen mij dat ik marcheer en niet normaal wandel. Ook beweert mijn levenspartner dat ik deuren niet normaal zou openen. Inderdaad heb ik in de loop der jaren een techniek ontwikkeld - en zelfs geperfectioneerd - waarbij ik met behulp van een schouder en wat kracht iedere deur kan openen, waarbij het van tevoren nooit te voorzien is of de scharnieren al of niet op de plek blijven waar ze behoren te zitten en meestal ook het meest effectief tot hun recht komen. Wat is hier nu niet normaal aan? Deze techniek is waarschijnlijk een restant uit mijn legertijd, toen ik zowel veel moest marcheren als ook af en toe wat kracht moest gebruiken bij het openen van sommige deuren.

Onze kleinzoons weten daar niets van. Zij kennen slechts hun saba, die zich als een kind gedraagt als hij bij hen is. Zo ook onlangs, toen we naar de speelplaats liepen waar ooit onze eigen kinderen hebben gespeeld. De oudste huppelde vooruit en de kleinste hield mijn hand vast. Terwijl ik met de oudste een gesprek aanging, voelde ik dat de kleinste uit balans raakte en aan mijn arm hing. Ik keek om. “Saba loopt zo snel …” zei de lieverd terwijl hij mij door zijn brilletje verwijtend aankeek. “Ja saba,” kwam zijn oudere broertje hem onmiddellijk te hulp, je loopt veel te snel.”

Ik keek naar de twee dreumesen. “Pak mijn handen maar vast en dan bepalen jullie hoe snel of langzaam we moeten lopen,” stelde ik ze voor. Beiden knikten en namen ieder een hand. Zo liepen we langzaam naar de speelplaats, bijna in slow motion. Daar aangekomen, leidden de twee broertjes mij langzaam en voorzichtig naar een bank aan de zijkant. Na een uurtje ravotten, klimmen, glijden en schommelen hadden ze er genoeg van en wilden ze naar huis. Ze kwamen naar me toe en de oudste zei: “Langzaam aan hè, saba.” Weer namen ze me beiden bij de hand en wederom gingen we in slow motion op weg.

Bij de uitgang van de speelplaats ontmoetten we bekenden, die bezorgd naar ons keken en vroegen waarom we zo langzaam liepen. “Saba is al heel oud en savta had gezegd dat we heel voorzichtig en rustig aan moesten doen met hem,” legde de oudste uit.

Thuisgekomen vroeg ik mijn echtgenote om uitleg over deze opmerking. Eerst veinsde zij totaal niet te begrijpen waar ik het over had. Maar na enig aandringen gaf ze uiteindelijk toch toe dat ze het met de twee jongens over mijn gevorderde leeftijd had gehad en dat ze het wel een goed idee vond om ze te manen het een beetje rustiger aan te doen met hun zestigjarige saba. Ze kon haar grijns helaas niet onderdrukken …

Enkele dagen later kwamen de twee jongens bij ons eten. Zij stelden voor dat savta niets zou koken en misschien een pizza kon bestellen. Ook stelden ze voor dat savta maar rustig in een luie stoel moest gaan zitten en zich vooral niet moest inspannen. De jongste bracht haar een bolletje wol en twee breinaalden. Terwijl de oudste haar een brochure over een bejaardenhuis met een gesloten afdeling voor dementerenden bracht, samen met een proefpakketje incontinentieluiers …

Ik ontken alles.

En niemand wordt verder geacht zich ergens mee te bemoeien!


Simon Soesan

Bewerkt en geredigeerd door Hendrien Kloots

© Caun & Van Beem

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011