Lone soldiers

Simon Soesan

vrijdag 15 april 2016

Als je in Israël in het leger dient en je familie woont buiten Israël, dan ben je een zogenoemde Lone Soldier. In het Nederlands bestaat hier geen goed woord voor. Het is niet eenzaam, en het is niet alleenstaand, wat de letterlijke vertaling is van ‘lone’. Vandaar dat ik de Engelse term gebruik. Tegenwoordig is een Lone Soldier zijn, een bekende status. In 1976, toen ik rekruut werd in het eerste Joodse leger sinds bijna 2000 jaar, was het iets wat wel al bestond, maar nog niet goed georganiseerd was. Ook voelde ik er toen weinig voor om als buitenbeentje gezien te worden en mijn kameraden waren zo aardig om de inhoud van de pakketten die ze van thuis gestuurd kregen, met mij te delen.

Na een paar uitputtende eerste weken in het leger was het bijna Pesach. Wij werden op appel geroepen en de commandant deelde ons mee dat bijna iedereen naar huis kon voor de seider. Het woord ‘bijna’ was hét sleutelwoord in de rekrutentijd. Het was altijd ‘bijna’ Sjabbat, de mars was altijd ‘bijna’ voorbij, maar in werkelijkheid moest er dan nog heel veel gebeuren voordat het feitelijk zover was. Zoals te verwachten was, bleek dat de soldaten die op de zwarte lijst van de commandant stonden, vanwege slecht gedrag of andere dingen die niet op prijs gesteld werden, niet naar huis zouden mogen. Maar de basis moest bewaakt worden en er waren nog niet genoeg soldaten die dat zouden kunnen doen.
Opeens hoorde ik mijn naam noemen. “Hollandi, jij hebt hier toch geen familie? Wat vind je ervan om je kameraden een seider met hun familie te gunnen en dat jij, die toch nergens heen gaat, op onze basis gaat passen?”
Hoewel mijn Ivriet toen nog niet al te best was, begreep ik onmiddellijk dat ik de pineut was. Ik werd niet geacht deze vraag te beantwoorden … Toen enkele uren later mijn makkers mij vanuit de bus vrolijk gedag zwaaiden, voelde ik mij dan ook verre van blij.

Het regende onafgebroken en de commandant van de basis vertelde me dat ik twee dagen op een wachttoren mocht doorbrengen, hetgeen mijn feeststemming uiteraard nog meer verhoogde. Boven in de wachttoren stond als enig communicatiemiddel een ouderwetse draaischijftelefoon waarmee ik, als ik naar het toilet moest, iemand kon bellen om mij even af te lossen. Ik moest vier uur op en vier uur af. Diezelfde avond was het seideravond. Het regende nog steeds. Iedereen die net als ik op wacht in een toren zat, kreeg een kartonnen doos met een plastic mini-seiderset erin, plus een lauwe maaltijd.

Twee dagen later mocht ook ik eindelijk op verlof. Ik reisde naar de kibboets waar ik toen woonde, waar ik uit kon slapen, waar mijn was voor mij werd gedaan en waar ik verwend werd door mijn kibboetsouders.

Elk jaar met Pesach denk ik even terug aan die koude, natte en overweldigend eenzame twee dagen. Hoewel tegenwoordig de Lone Soldiers veel beter behandeld worden, zijn er nog steeds honderden jongeren die de feestdagen, en dus ook de seider, alleen en in het leger doormaken. Onze seider telt dit jaar 25 personen. Kinderen, kleinkinderen, familie, vrienden en een, willekeurig gekozen, Lone Soldier.

Die gaan we uiteraard extra verwennen.


Simon Soesan

Bewerkt en geredigeerd door Hendrien Kloots

© Caun & Van Beem

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.
Beste heer Soesan, ik vind de kolommen van u geweldig. In het bijzonder over de kleinkinderen. Zou lone als vereenzaamd vertaald kunnen worden?
Dank u voor de reactie. Ook ik vind mijn kleinkinderen net allerleukst..... Ik liet het woord "lone" zo omdat ik echt geen goed woord ervoor kon vinden. Vereenzaamd zou mogelijk kunnen.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011