Kaaskoppen

Simon Soesan

vrijdag 10 mei 2013

Hoewel we met Sjawoe'ot in feite de ontvangst van de Tora vieren, wordt dit feest in Israël gevierd met maaltijden en lekkernijen die op melk zijn gebaseerd. Ook kleden velen zich traditiegewijs in het wit. In kibboetsiem en mosjaviem wordt de oogst getoond en rijden kinderen op karretjes achter tractors rond.

Samen met Bassam schijn ik de indruk gewekt te hebben liefhebber van lekker eten te zijn. Dit kan ik niet tegenspreken. Wat verwacht u van iemand die als kind verwend is met de beste kippensoep, de beste opgebakken aardappeltjes, de beste boterkoek en veel andere lekkernijen? Zoals de lezer weet, zijn de meeste chagiem (Joodse feestdagen) verbonden met lekker eten. Met Bassam heb ik een ongeschreven overeenkomst: we vieren de chagiem, Joodse en Christelijke, zoveel mogelijk samen, want ook bij 'hun' wordt er goed genasjt.

Dit jaar hadden we een dilemma: Sjawoe'ot viel midden in de week en we waren op drie etentjes uitgenodigd. Zjieda en Bassam zaten bij ons thuis, want we moesten overleggen hoe we dit zouden oplossen. Beide dames hadden dezelfde voorkeur, maar Bassam en ik waren het al eens, voordat we er over gingen praten.
Met een serieus gezicht zei Bassam: "We kunnen ons niet veroorloven om mensen te versjteren. Ik stel voor dat we overal even langs gaan."
"Ja," viel ik mijn kameraad bij, "we kunnen overal een uurtje langs gaan."
"Kunnen we bij iedereen iets proeven ...”, zei Bassam.
"Proeven, ja ...", hielp ik mijn vriend.

Onze vrouwen keken ons koud aan. "Moet je jullie nou zien zitten!" begon Zjieda, "net twee kleine kinderen. Alsof jullie thuis iets tekort komen!"
"Helemaal niet!" verdedigde ik ons. "We hebben drie uitnodigingen. Bij de eerste weten we dat er zalige macaroni met kaas staat te wachten ..."
"Macaroni met kaas, ja!" zei Bassam opgewonden.
"En bij de tweede weten we dat we alle soorten kazen gaan proeven," ging ik door.
"Alle soorten, ja, ja!" viel Bassam me bij.
"En de derde staat buiten discussie: die zetten elk jaar wel zes verschillende kaastaarten klaar!" besloot ik mijn betoog.
"Zes taarten!" riep Bassam dromerig. Hij zag ze al voor zich.

"Nou, laat maar," zei mijn vrouw tegen Zjieda. "Die twee kleuters moeten gewoon, dus we gaan maar mee." Ik keek haar dankbaar aan. Wat een begrip! Wat een liefde! En wat gingen wij heerlijk nasjen!
Die woensdag, op Sjawoe'ot, gingen we samen in één auto weg. De kinderen hadden hun eigen plannen en we hadden afgesproken elkaar voor het avondeten thuis te treffen. Zjieda reed en Bassam zat naast haar. Met een zakje. Hij was met nasjen begonnen!
"Wat eet jij daar?" vroeg ik hem geïnteresseerd.
"Kaaskoekjes," zei Bassam met volle mond. ”Zjieda heeft wat gemaakt voor ons Pinksterweekeinde en ik probeer ze een beetje."
Zelfs Zjieda moest hier om lachen. Haar kookkunst had geen controle nodig, dat wisten we allemaal. Ik wilde nog wat zeggen, maar keek naar mijn levenspartner die 'nee' schudde. Ze wist dat ik Bassam om een koekje wilde vragen.
Bassam en Zjieda sloegen ons door de spiegels gade en lachten. Ik haalde m’n schouders op: nog even en ik zou aan mijn trekken komen.
De uren daarop gingen we alle drie de uitnodigingen af. Inderdaad was er zalige macaroni met kaas, heerlijke soorten kaas met stokbrood en uiteindelijk een variëteit van wel liefst acht taarten, de een nog lekkerder dan de andere. Wat kun je doen? Weigeren? Niet netjes.
Bassam probeerde nog wat stukjes taart mee naar huis te nemen. "Voor de kinderen," gooide hij er nog bovenop. Maar Zjieda trok hem vriendelijk doch vastberaden mee naar de auto.

"Klaar?" vroeg mijn echtgenote ijzig. "Of hebben jullie nog trek?"
Ik keek Bassam aan. "Het is anders wel een mitswe hoor!" probeerde ik nog.
"Doe mij een mitswe ...", zei mijn vrouw dreigend. Ik wist dat het nu tijd was om m'n kaken op elkaar te houden. Zevenendertig jaar samen laat je wel wat leren van elkaar.

Thuis aangekomen zagen we een bekende wagen. Bassams schoonmoeder was langsgekomen. Ze had twee kaastaarten gebakken. Daar ik vroeger padvinder ben geweest, weet ik dat je elke dag een goede daad moet doen. Vandaag zou ik er een paar extra doen. We gaan zijn schoonmoeder echt niet beledigen, zeg!

Even later zaten Bassam en ik aan een stuk taart van zijn schoonmoeder. Het avondeten werd klaargemaakt en na een uurtje zaten we allemaal aan tafel: twaalf man, de helft vanwege Sjawoe'ot, de andere helft alvast vanwege Pinksteren.
Ik voelde me erg zwaar na het eten. Bassam had nog wat gebak bij z'n koffie.

Later, veel later was het weer stil in huis: de gasten waren weg en de kinderen in bed. "Waarom liet je me zoveel eten? Je zei bijna niks vandaag," vroeg ik mijn partner.
"Ik weet allang dat als jij en Bassam samen willen eten, dat ik er beter bij kan zijn om het in de gaten te houden," antwoordde ze. "Als jullie het stiekem doen, komt er geen eind aan. En trouwens, tot september zijn er geen chagiem meer en kun je wat aan je lijn doen, meneer."
De telefoon ging. Welke mesjoggene belt om elf uur 's avonds?

Het was Bassam. Of ik wat kaastaart mee naar het werk kon brengen. Ik zei ja.
Toch zonde om het te laten bederven?

© Simon Soesan

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011