75 jaar later, 79 namen

Simon Soesan

vrijdag 31 maart 2017

Ik ben een geboren en getogen Beverwijker. Niet bepaald een plek waar je Joden zou verwachten, maar toch kom ik daar vandaan. Mijn ouders hadden daar diverse winkels en in navolging van mijn oudere broers en zusters ben ik er ook naar school gegaan en heb er heel wat jeugdavonturen beleefd. Nooit heb ik geweten – en nooit heb ik ernaar gevraagd – wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog in Beverwijk is gebeurd. Er waren daar toch amper Joden?

Onlangs vroegen vrienden uit ‘de Wijk’ me of ik tijd had om iets te zeggen bij een herdenkingsdienst voor de vermoorde Joden uit Beverwijk. Ik was verbaasd. Joden, en dan nog vermoorde Joden, uit Beverwijk? Daar moest ik meer van weten.

Inmiddels weet ik dat er 79 Joden uit Beverwijk zijn weggevoerd en afgeslacht tijdens de fantastische en succesvolle samenwerking van de Nederlandse overheid en die van Duitsland gedurende de Sjoa. Ongelooflijke verhalen heb ik gehoord over helden en ook over verraders in Beverwijk. Over een sjoeltje dat niet meer bestaat. En wat ik ook heb geleerd, is dat er mensen zijn die het oprecht verschrikkelijk vinden wat er is gebeurd.

Op 26 maart herdacht Beverwijk haar Joodse inwoners die gedeporteerd en vermoord zijn. Samen met de Israëlische ambassadeur in Nederland, Aviv Shiron, mocht ik erbij zijn en ik had de eer een toespraak te mogen houden.

Dit is wat ik onder andere gezegd heb:
Mijn naam is Simon Soesan, jongste zoon van Jaap en Betty Soesan-Caun. Ik ben 61 jaar en zes dagen geleden geboren op de Baanstraat 78 in Beverwijk, niet ver hier vandaan. Ik ben in deze stad opgegroeid. Ik speelde in de speeltuin van Grapie, waar we naar Rintintin films keken en heel hard de laatste tien seconden voordat de film begon mee aftelden. Als kind ging ik in de zomer dagelijks naar de vakantiekolonie in Wijk aan Zee; ik slenterde door de Breestraat en ging vaak op zondag naar de matineevoorstelling in het Luxor Theater. Ik zat op de Groene Kikker oftewel de Julianaschool, eerst nog geleid door meneer Frijling, later door de legendarische meneer König. Daarna heb ik op de Plantage mavo gezeten. Met luilak haalden we kattenkwaad uit en in de winter schaatsten we op de tennisbaan naast het Harmonielaantje. Ik ben Beverwijker.

Mijn naam is Simon Soesan, jongste zoon van Jaap en Betty Soesan-Caun. Op de lagere school hoefde ik niet naar catechismusles, omdat ik Joods ben. Soms werd ik door kinderen voor ‘rotjood’ uitgescholden en soms waren er kinderen die ‘centenbak, centenbak, zo riep het Joodje’ zongen als ik naar of van school liep. Ik kocht elk jaar mijn nieuwe RIJAM schoolagenda bij Dingler, droomde weg op de speelgoedafdeling bij Blokker, liet het apenorkest tekeergaan bij V&D, ging naar de kinderboerderij bij het treinstation en kreeg een voorkeur – tot de dag van vandaag – voor de heerlijke patat en snacks van Snackbar Oase, ook niet ver hier vandaan in Beverwijk. Ik ben Beverwijker.

Mijn naam is Simon Soesan, jongste zoon van Jaap en Betty Soesan-Caun. Mijn vader is inmiddels 94 jaar oud. Helaas kan hij er vandaag niet bij zijn, maar hij heeft mij gevraagd alle Wijkers van hem te willen groeten. Mijn moeder is helaas drie jaar geleden overleden. Mijn ouders bezaten diverse winkels hier in Beverwijk, die allemaal door burgemeester Bruinsma zijn geopend.

De eerste boetiek in Europa, in samenwerking met de ontwerpster van de minirok Mary Quant, was Shop a Gogo van mijn ouders, op het Meerplein hier in Beverwijk, en werd in 1965 geopend met medewerking van de Bintangs. Mijn ouders, die in de Tweede Wereldoorlog samen 337 familieleden verloren, kregen vijf kinderen, dertien kleinkinderen en – tot nu toe – 26 achterkleinkinderen.

In het Joodse boek de Talmoed staat geschreven dat wie een leven redt, de hele wereld redt. De familie Snellen uit Sevenum redde twee levens uit mijn familie, mijn beide ouders, en nog vele andere levens. Omdat zij “nee” durfden te zeggen, bleven mijn ouders in leven, leven mijn twee broers, twee zusters en ik, leven onze kinderen en leven onze kleinkinderen.

Als kind leerde ik al snel dat er iets heel ergs was gebeurd met Joden zoals ik. Mijn ouders werden in Limburg verborgen door de familie Snellen uit Sevenum, en kwamen later te weten dat in die gruwelijke periode 337 van hun familieleden zijn gedeporteerd en vermoord. Omdat ze Joods waren. Mannen, vrouwen en kinderen. Mijn ouders overleefden deze hel omdat er gewone Nederlanders waren die simpelweg “nee” durfden te zeggen tegen deze jodenjacht. 337 familieleden werden afgeslacht door de Duitsers omdat er heel veel Nederlanders waren die zich nergens mee wilden of durfden te bemoeien, en omdat er helaas ook veel Nederlanders waren die het eigenlijk allemaal niet zo’n slecht idee vonden en de Duitsers actief hielpen.

Ik sta hier niet met een beschuldigende vinger te wijzen, noch sta ik hier om mensen te veroordelen. Ik vertel u slechts de simpele feiten. Nuchter, want ik ben Beverwijker.

In 1973 besloot ik dat ik, als Jood, vooral vanwege de droevige voorgeschiedenis, niet als minderheid in een land wilde leven en vertrok naar het enige land waar ik als Jood vrij kon leven: Israël. Trouwens, als ik voor ‘rotjood’ werd uitgescholden, werd daar vaak aan toegevoegd ‘naar je eigen land’ te gaan, dus daar ging ik als zeventienjarige.
Toen ik achttien jaar was geworden, werd ik parachutist in het eerste Joodse leger in 2000 jaar en ontmoette in datzelfde leger het liefste meisje van de hele wereld waarmee ik trouwde. Veertig jaar later koesteren wij de warmte van twee dochters en een zoon en – voorlopig – vijf kleinkinderen. Wij wonen bewust in Haifa, de stad waar Joden en niet-Joden in vrede met elkaar leven en zetten ons in om begrip en daadwerkelijk samen-leven te bevorderen. Ik heb drie boeken uitgegeven in Nederland met korte verhalen, die door sommigen als humoristisch worden betiteld, die dat leven in Haifa beschrijven.

In al die jaren kon ik, dankzij de banen die ik had en waarbij ik veel moest reizen, enkele malen per jaar naar Beverwijk komen, door de Breestraat slenteren, naar het strand in Wijk aan Zee gaan, soms met mijn gezin, en de lekkerste patat en snacks eten bij – u begrijpt het al – Oase. Want ik ben Beverwijker.

Ik heb mijn volwassen leven opgebouwd in Israël en daar heb ik nooit spijt van gehad. Maar heimwee, ja heimwee had en heb ik vaak, nog steeds. Als in december de feestdagen dichterbij komen, verlang ik naar de Breestraat, naar de avondmarkt, naar de Zwarte Pieten en Sinterklaas, ik verlang naar pepernoten en speculaas en ik verlang naar de eerste stappen in de verse sneeuw, wanneer we ’s morgens in het donker naar school liepen. Ik verlang naar de geur van vers brood van bakkerij Klees, ik verlang naar het vuurwerk tijdens oud en nieuw van de Chinees in de Zeestraat en denk aan het bijna onvergeeflijke verraad dat we soms pleegden door het stiekem eten van een kroketje bij van Etten en niet bij Oase. Ik ben nou eenmaal een Beverwijker.

Dankzij de moderne sociale media blijf ik Beverwijk volgen en ben ik in contact met Wijkers zoals Alex van Luyn en Jackie Roetz, die mij voor vandaag hebben uitgenodigd, waarvoor ik beiden zeer dankbaar ben. Ook zijn we bezig met een ongelooflijk verhaal, een waargebeurd drama, hier in Beverwijk, wat hier in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd en waarvan we hopen dat we het kunnen regelen dat de helden alsnog geëerd zullen worden. Want ook in Beverwijk heeft men geprobeerd Joden te redden. En uiteraard zet ik me hiervoor in, want ik ben Beverwijker.

Meer dan zeventig jaar geleden verloor Beverwijk haar Joodse inwoners. De kleine synagoge is er niet meer, en er zijn nog amper Joden in de stad. Zoals ik eerder al zei: we zijn hier vandaag niet samengekomen om te oordelen of te veroordelen. Vandaag gaat het om de herinnering aan die Beverwijkers die vermoord zijn omdat ze ‘anders’ waren. Ze waren Joods. Joden onderscheiden zich niet door agressief of onaangepast gedrag. In alle synagogen in Nederland eindigen de religieuze diensten met een gebed voor het Nederlandse koningshuis en een gebed voor de Nederlandse regering. Tot op de dag van vandaag. Als Joden hebben wij geprobeerd, en blijven wij proberen, Nederlanders te zijn en iets bij te dragen en toe te voegen aan de Nederlandse samenleving, cultuur en economie. Mijn familie arriveerde in 1639 in Nederland. Helaas mocht dat niet baten, want driehonderd jaar later werd de Joden gezegd dat ze geen Nederlanders waren en verloor mijn familie 337 leden.

Ik vertel u vandaag niet wat we van deze Holocaust kunnen leren. Vandaag gaat het om de herinnering. Misschien ook dat het kan gaan om het in de toekomst voorkomen van een dergelijke industriële moord. De gemeente Beverwijk heeft onlangs besloten de kosten te dragen om de namen van de tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoorde Joodse Beverwijkers bij te laten schrijven op het nieuw te bouwen Holocaust Namenmonument in Amsterdam. Daarvoor ben ik de gemeente Beverwijk, het College van Burgemeester en Wethouders, de gemeenteraad en allen die zich hiervoor hebben ingezet bijzonder dankbaar. Want het gaat erom dat het nooit vergeten mag worden. Het gaat erom dat altijd onthouden zal worden waar blinde haat en dom populisme toe kunnen leiden. En als u toch stilstaat in herinnering, denkt u dan toch ook eens aan de mensen die deze Joden op de treinen hebben gezet. Het gaat hier om veel, heel veel, te vroeg beëindigde levens en elk leven is een wereld op zichzelf.

En ondanks de vele jaren in Israël, blijf ik terugkomen naar Beverwijk. De Breestraat is de Breestraat niet meer, de Zeestraat is voor mij onherkenbaar geworden, de velden bij de Baljuwslaan, waar we ons tussen de struiken verstopten, zijn veranderd in mooie grote huizen. Het gemeentehuis op het Westerhoutplein is het gemeentehuis niet meer en als ik in de ramen van de winkels op de Plantage kijk, waar de mavo ook al weg is, dan zie ik een forse man van 61 en niet de kleine brillenjood van Soesan. Alles is veranderd, behalve één ding, en daar ga ik zo een patatje halen. Want ik blijf Beverwijker.

Mijn naam is Simon Soesan, jongste zoon van Jaap en Betty Soesan-Caun. Ik dank u voor het luisteren en voor uw geduld. Ik dank u ook voor het herinneren van uw Joodse burgers. Door te herinneren heeft hun leven zin gehad, door het vastleggen van hun namen in het Holocaust Namenmonument leven zij voort.



Bewerkt en geredigeerd door Hendrien Kloots

© Caun & van Beem

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.
Ik vond dit artikel heel ontroerend en zo echt. Ik lees graag de columns van dhr, Sousan. Ik dank ook Crescas om dit met ons te delen. Shabbat shalom. Eveline
Het was een bijzondere bijeenkomst in de Grote Kerk in Beverwijk. Bij menigeen stonden de tranen in de ogen. Ik heb Simon gekend. En ja er werd gescholden. Bij V & D stond het joodje. En wie een bril droeg was een brillenjood. Maar ik heb het nooit zo ervaren. Het was niet echt gemeen en zeker niet zo bedoeld. En dat er zo weinig opstonden tegen de bezetter was niet zo vreemd. Beverwijk was een kleine plaats met relatief veel Duitse soldaten. En dan nog. Wat kon je doen. De meeste mensen hadden de grootste moeite om het hoofd boven water te houden. Simon is ver na de oorlog geborenen, hij kan dat niet weten. Dat de overheid en politie wel een kwalijke rol heeft gespeeld, is een onvergeeflijke en kwalijke zaak.
Mooi en ontroerend verhaal, dank aan Simon Soesan!

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011