Pesach-tsores

Simon Soesan

vrijdag 17 april 2015

Uiteraard waren we met onze familie bij elkaar voor Pesach. En ik had het voorrecht om, op de valreep, nog even een pakje matzemeel te mogen halen bij Kobi en Danny, onze buurtsuper. Uiteraard stond er een lange rij voor de kassa en ik, bekend om mijn geduld, begon op het pakje matzemeel te trommelen.

“Ojwawoj, mensen schamen zich nergens meer voor …” hoorde ik een dame achter mij verzuchten. Even was het stil, maar al snel vervolgde zij haar gemopper met: “Matzemeel. Mensen kopen matzemeel zonder zich zelfs maar te schamen. Alsof matzeballen ooit lekker kunnen worden als ze van matzemeel gemaakt worden. Hij wéét waarschijnlijk niet eens dat je matzeballen van echte matzes maakt. Kijk dat nou toch staan …” ik had zo’n vermoeden dat ik het onderwerp van haar toorn was, maar gaf geen sjoege. Het was een korte dag; die avond was de seider en er was nog genoeg te doen.

“Zie je dat?” vervolgde ze haar betoog, ze kreeg er duidelijk zin in. “Mensen zonder ook maar een greintje cultuur of gevoel voor traditie … matzemeel … daar gaat het jodendom …” Ze maakte een geluid alsof er een graatje dwars zat in haar keel en ik besloot ter plekke dat ik haar niet zou helpen reanimeren. Danny stond bij de kassa en ik zag aan hem dat hij het ook allemaal gehoord had. Hij keek me glimlachend aan en schudde zijn hoofd, mij inseinend niet te reageren. Helaas voor hem had ik andere plannen. Ook ik heb mijn grenzen en ik hou van een gebbetje op zijn tijd, dus draaide ik mij om naar de dame in kwestie en toonde haar mijn stralendste glimlach. Ze keek me uitdagend aan.
“Mevrouw, weet uw man dat u in de buurtsuper met vreemde mannen flirt?” vroeg ik haar poeslief. Ze kleurde langzaam vuurrood, keek verbijsterd en hapte naar lucht. Haar vriendin, die naast haar stond, kreeg een spontane hoestbui. “Ik … ik … dat is …” Maar ik begon net lekker op stoom te komen en ging dus door. “Gaat u maar voor hoor, ik heb alle tijd en u zult wel haast hebben. Betaalt u Danny nou maar zijn woekerprijzen. Ik wens u een Chag sameach.” Om onverklaarbare redenen keek Danny mij vuil aan.

“U … u … u …” probeerde ze het weer. “Over Danny mag u alleen maar goede dingen zeggen!” kwam haar vriendin haar te hulp. “Het wordt dan in ieder geval wel heel stil in de winkel en hij is toch nog niet dood?” reageerde ik poeslief. “De gotspe, de gotspe …” mompelde de eerste dame, nog steeds knalrood. “Jouw vriendin misschien?” vroeg ik Danny, met mijn hoofd naar de dame wijzend. Hij rolde met zijn ogen. “Je vraagt je af waar dat naartoe moet als tegenwoordig vrouwen al met vreemde mannen in een winkel staan te sjansen. Er zou gewoon een wet moeten komen die dat verbiedt. Matzeballen? Ammehoela. Gewoon schaamteloze dames die op een avontuurtje uit zijn,” vervolgde ik vrolijk.

Beide dames achter mij kregen nu een hevige hoestbui. Wellicht dat ze een koutje hadden opgelopen. Danny schudde zijn hoofd.

“Je hebt inmiddels dus al kennis gemaakt met de echtgenote van de nieuwe rabbijn van onze buurtsjoel, begrijp ik?” vroeg hij met een gemene glimlach op zijn gezicht. Mijn hart sloeg even over. Ik zit in de sjoelcommissie. Maar vanwege mijn vele reizen bleek ik duidelijk niet geheel op de hoogte …

Ik draaide me om en keek, nu met geheel andere ogen, nogmaals naar de dame. Ze had zich geheel hersteld. Ze keek me lang en zwijgend aan en zei toen tegen haar vriendin: “Ziet er niet slecht uit voor een man van 83.”

“De uitgang is aan je linkerkant,” was Danny nog even behulpzaam.

Ik schreef het al: geen goed woord over voor die Danny.

© Simon Soesan

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011