Het tunnelongeluk

Simon Soesan

vrijdag 8 augustus 2014

We hebben een tunnel in Haifa. Een echte. In twee gedeelten gaat dat ding dwars door de Carmelberg heen, waardoor je in 7,5 minuut van de zeekant naar de kant van de Krayot rijdt, en vice versa. In het midden is een soort kruispunt, half op de berg, waar je óf verder kan gaan naar de andere kant, óf de berg op gaat. Prachtding. Wij gebruiken die tunnel veel, het verkort de reistijd en je omzeilt files.

Ook onze vriend Eran gebruikt de tunnel vaak. Onlangs nog, net voor de oorlog. Hij reed de tunnel in en … kreeg een lekke band. Netjes parkeerde hij de auto aan de zijkant en zette zijn driehoek neer. Toen hij naar zijn auto terugliep, werd hij geschampt door een voorbijrazende gek. Hij viel lelijk. Behalve schrammen in zijn gezicht en armen, verstuikte hij zijn enkel. Hup, naar het ziekenhuis met hem, waar hij een week revalideerde. Toen mocht hij naar huis. Sharona, zijn vrouw, haalde hem op. Met twee krukken, hinkend, en onder de schrammen, reden ze naar huis.

Daar aangekomen ging het luchtalarm, want de oorlog was al begonnen en Hamas moest zo nodig zijn ei … eh … raketten kwijt. Het grondoffensief was begonnen en iedereen maakte zich grote zorgen om familie en vrienden die in Gaza bezig waren. Eran stond net wiebelend op zijn krukken, naast de auto, toen het luchtalarm ging. Een buurman wilde naar een veilige plek rennen, maar zag Eran staan en rende op hem af. “Wat is er met jou gebeurd, Eran? Waar was je al die tijd?” vroeg hij bezorgd. Beiden vergaten het luchtalarm even. Eran, die niet van praatjes houdt, antwoordde: “Oh, niks bijzonders, ongelukje in die tunnel …” De buurman keek hem met grote ogen aan, zei niets meer en hielp hem het huis in, naar de bunkerkamer. Na het alarm ging de man weg en Eran zocht een luie stoel om te rusten.

Sharona, die in de keuken was, hoorde opeens lawaai buiten en keek door het raam. Tientallen buren stonden voor hun huis. Ze zwaaiden de Israëlische vlag, ze hadden spandoeken bij zich waarop snel held geschreven was en enkelen klopten aan met bloemen, snoepjes en meer. Sharona deed verbaasd de deur open en voor ze iets kon zeggen begonnen de buren: “We hebben het gehoord. Wat een held! Gewond geraakt in een tunnel terwijl hij achter terroristen aanging! Wat een held! Het Volk Israëls is dankbaar!” Ze wilde wat zeggen, maar de meute liep opgewonden hun huis binnen, naar Eran die ondertussen van vermoeidheid ingedommeld was. “Kijk hem eens, altijd de bescheiden held. En maar zeggen dat hij te oud is voor militaire dienst. En dan toch achter die smerige terroristen aan! Gibor Jisraeel, Held van Israël, dat is hij!” schreeuwde de buurman. Iedereen begon opgewonden Am Jisraeel Chai te zingen. Eran probeerde nog tegen te sputteren, maar niets hielp. Hij werd bedolven onder zoenen van mannen en vrouwen en kon er geen woord tussenkrijgen.

Dit spektakel ging nog een tijdje door, toen opeens de Buick van de burgemeester voorreed. Met de inspecteur van politie. De dikke burgemeester droeg hoogstpersoonlijk een grote fruitmand (insiders beweren dat een paar chocoladerepen onderweg spoorloos verdwenen waren …) en liep puffend het huis van Eran en Sharona binnen. “De stad Haifa is trots op u,” begon hij zwetend en puffend. Sharona was in shock, maar bracht de man snel een glas water. “Hebt u misschien ook cola?” vroeg de burgemeester en ging meteen door: “Achter gevaarlijke terroristen aan in een tunnel, beschoten worden, tientallen doodschieten en er toch nog levend uitkomen, dat is heldenwerk, meneer!” “Maar ik” … begon Eran. “Nee, nou niet zo bescheiden doen, ik heb orders gegeven om vanavond een ere-concert voor u te geven en u bent mijn eregast. Ik stuur een auto om u op te halen!” Op dat moment ging de telefoon. Premier Netanjahoe aan de lijn. Sharona, nu wit, gaf de telefoon trillend aan Eran. “Shhhh, Bibi, Bibi …” riepen de aanwezigen. Eran luisterde en zei “Dankuwel, maar echt, het was niet … nee … nee … tov … dank u …” en hing moedeloos op.

Buiten was ondertussen de fanfare aangekomen die druk begon te spelen. Eran, moedeloos van het proberen uit te leggen, strompelde op zijn krukken naar buiten en lachte schaapachtig. Bassam, onze vriend die het ware verhaal kende, was ondertussen ook bij het huis aangekomen, nadat hij Eran´s verhaal op de radio had gehoord.
“Ik weet wat Jiddisje overdrijving is, maar dit gaat alle perken te buiten,” zei hij tegen Eran. Deze gebaarde hem om naar binnen te gaan. Toen Bassam de stapel met snoepgoed en gebak zag, liep het water hem in de mond en zei hij niets meer.

´s Avonds, tijdens het concert waar Eran eregast was, werd aan het publiek verteld hoe Eran, ondanks zijn leeftijd, zich vrijwillig aanmeldde voor militaire dienst en achter tientallen terroristen aanging in een tunnel. Ondanks hun verzet had hij ze allemaal om zeep geholpen, deze held. Het publiek was door het dolle heen. Een staande ovatie. Eran, met krukken en schrammen, werd het toneel op geholpen.
Gegeneerd keek hij het publiek aan. “U moet me geloven, het was niets …” begon hij. Weer stond het publiek op voor een daverend applaus. Want zo zijn wij, Am Jisraeel. Wij overstelpen onze helden met liefde.

© Simon Soesan

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.
Tunnelvisie!

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011