Anders nog iets?

Simon Soesan

vrijdag 31 mei 2013

Pietsie, onze dwergpoedel van acht jaar oud, voelde zich niet lekker. Haar neusje was koud en droog, haar ogen stonden droevig en ze wilde niets, behalve liggen. Daar ze de enige hond in Israël is die wekelijks in bad gaat en meer dan dagelijks haar achterwerk schoongemaakt krijgt met een speciaal nat handdoekje, slaapt ze aan het voeteneinde van welk bed dan ook, onder de dekens. En daar ze erg klein is, is het soms moeilijk, vooral in de winter, om haar onder een donsdeken terug te vinden.

Maar zelfs slapen en rusten hielpen haar niet: de dokter zei dat ze een flinke kou had opgelopen. Op de koop toe kreeg ze last van diarree. De dokter zei dat dat wel een paar dagen zou duren.

Snel werd er een familievergadering gehouden. Ons mannetje, zijn oudste zus en zijn moeder zaten samen met mij aan tafel om de noodsituatie te bespreken. Onze andere dochter zou via de telefoon worden ingelicht, zij was uiteraard op haar legerbasis.

Na enig wikken en wegen werd besloten Pietsie te helpen. Ze zocht immers nog steeds de warmte van een bed met donsdeken, maar … laten we zeggen dat we er niet op konden vertrouwen dat ze schoon zou zijn. Dus mocht ik, als afgezant van de Pietsie-commissie, even naar de winkel gaan, want er was besloten haar een luier om te doen. In elk geval, tot de ‘bui’ over zou zijn in een paar dagen.

Daar het al avond was en deze missie in verband stond met leven en dood, werd ik de regen in gestuurd met het adres van een apotheek met nachtdienst. Daar aangekomen stond ik in een rij, want medicijnen zijn erg populair in Israël, al zijn ze meestal niet nodig. Eindelijk was het mijn beurt.

“Goedenavond, hoe kan ik u helpen?” vroeg de apotheker beleefd.
“Ik zoek luiers,” antwoordde ik.
“Heeft u een maat?” vroeg hij.
“O, de allerkleinste,” zei ik.
“Aha een nieuwkomer!” zei de apotheker opgetogen. Ik hoorde instemmend gemompel om me heen.

“Nou, eigenlijk …,” begon ik, maar de apotheker was me voor. “Hier heeft u de kleinste en zachtste. Ze zijn duur, maar dat heeft u vast ervoor over,” riep hij opgewekt.
“Nou, ik zoek eigenlijk iets goedkoops,” zei ik. “Wat mij betreft kan het zelfs een mindere kwaliteit zijn.”

Het werd doodstil in de apotheek. De mensen in de rij stopten met mompelen en keken me met koude blikken aan.
“Begrijpt u, het is maar voor een paar dagen, daarna heeft ze die dingen niet nodig,” wilde ik uitleggen.
“Ik begrijp het,” zei de apotheker met een koud gezicht. “Ik hoop niet dat u me nu gaat zeggen dat u ouderwetse katoenen luiers zoekt.”
“Nog beter!” zei ik opgewekt. “Zolang ze het bed maar niet bevuilt, daar gaat het om!”
De apotheker keek me nu boos aan. “Wel, wij hebben geen ouderwetse dingen. Wij geven de kleintjes alleen het beste. Eerlijk gezegd begrijp ik niet waarom u zo harteloos en gierig bent voor uw kleintje.”

Het gemompel om me heen begon weer. Het klonk instemmend.

“Vrek!” siste iemand achter me.
“Babyhater!” hoorde ik van nabij de deur.
“Geeft u mij de goedkoopste en kleinste luiers nu maar,” zei ik. Ik wilde daar weg.
“Heeft u een huidcrème of een zalfje erbij nodig?” vroeg de apotheker.
“Nee, we redden ons best zonder, dank u,” antwoordde ik.

Ik hoorde diepe zuchten van ongeloof om me heen. En besloot er het beste van te maken en wat lol te hebben.
“Trouwens, als ze zo nodig moet, laten we het haar op straat doen,” zei ik, terwijl de mensen om me heen met hun ogen rolden.

“Meneer, ik geloof u niet,” zei de apotheker bleek.
“Emmes,” zei ik met een serieus gezicht. “U denkt toch niet dat we haar ons huis laten bevuilen? Ik bedoel, we houden van haar, maar als ze zo nodig moet, dan de straat op, weer of geen weer.”

Ik kreeg de rekening en betaalde.

Toen ik naar de uitgang liep, hield een vrouw me tegen. Ze draaide zich naar mij om en had tranen in haar ogen. “Harteloze barbaar!” zei ze dramatisch.

Thuisgekomen deden we Pietsie een luiertje om en stopten haar in bed, onder een donsdeken. Twee dagen later was ze weer helemaal de oude en was ik met mijn vrouw in de buurt van de apotheek. Ik liep even naar binnen. Ik moest gewoon. De apotheker herkende me en keek me ijskoud aan.

“Ik wilde wat vragen,” zei ik beleefd. “Die luiers van een paar dagen geleden, daar hebben we er maar drie van gebruikt. Kan ik de rest terugbrengen?”

“Eruit, meneer!” schreeuwde de apotheker.

© Simon Soesan


Eerder gepubliceerd in het NIW, 2001

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.
Hahahahahaha!

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011