inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Simon Soesan

Simon Soesan (1956, Beverwijk) woont sinds 1973 in Haifa, Israël, waar hij zijn eigen sales-en-marketing bureau had. Tegenwoordig is hij vertegenwoordiger van Keren Hayesod – United Israel Appeal in Duitsland. Soesan is bekend van columns in diverse Nederlandse bladen, zoals NRC-Handelsblad, het Reformatorisch Dagblad, Israël Actueel en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Zijn korte verhalen werden gebundeld in 'Pita met hagelslag' (2005) en ‘Patatje vrede’ (2007), 'Apoetaah' (2016) is zijn derde boek en in juni 2018 is 'Ik ben jij' verschenen. Zijn familie en vriendschappen met Joden, Moslims en Christenen, inspireren hem bij het schrijven.

vrijdag 12 april 2013

Luchthaven Krakow, 11 september 2010
Mijn chauffeur heet Dominique. Hij is net de twintig voorbij en zijn ouders, die mijn gastheren in Krakow zijn, hadden hem de familie–BMW gegeven om mij naar Auschwitz te brengen. Hij was door zijn ouders op de hoogte gesteld van wat ik wilde doen en waarom. In zijn gebrekkig Engels vertelde hij me dat hij een week eerder voor het eerst naar de kampen was gaan kijken, als voorbereiding op mijn bezoek. Hij vroeg me of ik het goed vond als hij meeliep vandaag en ik knikte in toestemming.

Oswieczim, 11 september 2010
Stomverbaasd stap ik uit de wagen. Hoewel ik word opgewacht, moet ik even alles in me opnemen. Het beruchte kamp Auschwitz ligt in het midden van dit dorpje en opeens begrijp ik dat niemand kan zeggen dat ze het niet hebben geweten. Gewoon: aan een kant van de straat pastorale Poolse huizen, aan de andere kant het kamp.
Mijn contact van het Auschwitz Museum wacht me op. Ik krijg een kop koffie en een korte uitleg over het kamp en kamp Auschwitz-2, beter bekend als Birkenau. Auschwitz zelf is een nijverheidskamp vergeleken met Birkenau: werkplaatsen en een fabriek. Er is een ´kleine´ gaskamer, maar daarover later meer.
Mijn doel was om de laatste momenten van mijn oom te begrijpen en ik wilde geen rondleiding in het museum waar het ergste van het ergste zich heeft afgespeeld.

Haifa, april – september 2010
Het heeft me veel tijd gekost om ze te vinden en het was nog moeilijker om ze te overtuigen dat ik hen niet berecht, dat ik geen mening kan vormen over hun overleving, maar dat ik wil weten wat zich op de selectieplaats in Birkenau heeft afgespeeld op 22 Juli 1942, de avond dat mijn oom op zestienjarige leeftijd werd vermoord.
De twee mannen zijn om en nabij de 85 jaar oud en ik heb beloofd hun namen niet te noemen. Eén komt uit Polen, de ander was in Frankrijk geboren. Beiden waren op zestienjarige leeftijd in 1942 in Birkenau aangekomen. Gezond en sterk als ze waren, werden ze aan het werk gezet. Kapo´s waren ze, Kamp Polizei, die de veewagens moesten leegmaken, de Joden naar de gaskamers moesten drijven, de lijken moesten verbranden en de as in de rivier moesten gooien. Ze waren niet trots op wat ze deden, maar het moest. Birkenau van de Duitsers was geen plaats om principes te hebben. Het was een plaats waar de overlevingskans te klein was om idealen te hebben.
Van mijn vragen begrijpen ze dat het mij om een plastische uitleg gaat. Technisch bijna. En gedurende vijf maanden hoor ik met afgrijzen de verhalen uit de mond van twee jongens van zestien, die het vuile werk in Birkenau moesten doen.

Birkenau, 11 september 2010
We gaan de beroemde poort in, over de rails die te treinen toen naar binnen brachten. Het is een regenachtige dag, er is veel modder en het is koud. Mijn gids, die namens het museum met me meeloopt, geeft me uitleg. Nummers, systemen, links de barakken voor diegenen die eerst nog konden werken voor hun dood, rechts de barakken waar dr. Mengele zijn experimenten mocht uitvoeren. Dr. Mengele, die later, uit Zuid-Amerika, geld naar zijn broer stuurde om een fabriek op te zetten voor landbouwwagens. De Duitse regering gaf een vergunning. Om de fabriek in Dachau op te zetten, waar deze floreert. En haar producten in heel Europa verkoopt, onder de naam Mengele, Dachau.
We staan stil bij een veewagen.
Het is stil. Ondanks dat er diverse groepen rondlopen.
‘Hier kwam uw oom aan. Het moet ongeveer zeven uur ‘s avonds zijn geweest. Het was juli, maar slecht vijftien graden die avond.’ Mijn gids kijkt me aan. Ik knik en hij gaat door.
‘Uw oom was twee dagen op weg. De veewagen was vol. Er was geen water, geen eten, geen toilet en er was slechts staanplaats want die wagens waren propvol. Ze komen aan en de deuren worden opengemaakt. Er zijn schijnwerpers, blaffende honden en schreeuwende Duitsers die iedereen naar buiten manen. De meesten in de veewagen raken dan in shock. De zieken, bangen en uitgeputten worden de veewagen uitgeslagen of geschopt, of met zwepen geslagen. We weten dat iedereen levend is aangekomen. U weet al wie er een nummer kreeg, wie geregistreerd werd, dus laten we het hebben over het groepje van uw oom. Dezen worden niet geregistreerd maar in draf naar de gaskamers gestuurd.’
Hij wijst naar het einde van de rails, een 500 meter verder, nabij een bos. Ik loop met hem mee. ‘Nee meneer’, zegt mijn gids vastbesloten. ‘U loopt. Er werd gerend.’ ik leg hem uit dat ik in kostuum ben omdat ik later een vergadering in Krakow heb. Hij haalt zijn schouders op. ‘Uw oom was toch ook in kostuum’ zegt hij kortaf en pakt mijn arm. In draf rennen we naar het einde van de rails. Mijn schoenen zitten onder de modder, modder vliegt op mijn kostuum, maar we rennen naar het einde van de rails.
Daar is het monument, maar we keren naar rechts, waar puin te zien is. 'Gaskamer 3 met crematorium’, gaat mijn gids door. Hij wijst naar de andere kant van het monument, waar gaskamers 2 en 1 met hun crematoria liggen, of wat er van over was. De Duitsers, overtuigd van de juistheid van hun missie, bliezen alles op toen de geallieerden kwamen. Hij neemt me mee naar links en ik zie de trappen. Ze zijn afgeschermd met een ketting en er liggen bloemen op de treden. De ketting gaat voor me open. Ik mag naar beneden en met kloppend hart ga ik stap voor stap naar beneden. Aan beide kanten is er nu een muur met rode stenen. Het eind van deze gang bestaat niet meer, want alles is opgeblazen. Maar ik begrijp wat hier gebeurde.
Trillend ga ik de trap weer op. Iets wat mijn oom en een 1,7 miljoen andere Joden niet hebben mogen doen. Ik heb geen woorden over en langzaam lopen we terug naar de uitgang, die een kilometer van ons af is. We stoppen bij een paar barakken.
Buitengekomen wacht Dominique, die vooruit was gegaan, al op ons. Een blik op mij doet hem zwijgen en we rijden terug naar Kamp Auschwitz. Daar aangekomen legt mijn gids uit dat ik nog geen gaskamer heb kunnen zien, omdat alles in Birkenau is opgeblazen. Maar de gaskamer in Auschwitz is intact. We lopen door het kamp en naderen een heuveltje waar een schoorsteen boven uitsteekt. Het heuveltje heeft groen gras, want dat vonden de Duitsers wel zo esthetisch. Een groep wordt tegen gehouden. Een vriend had op mijn verzoek een rabbijn laten komen. Een liberale rabbijn, ook op mijn verzoek. We kijken elkaar gespannen aan en knikken.
We lopen de ingang in en bevinden ons in de kleedkamer. Hier moest men zich uitkleden. Voor het douchen, werd ze gezegd. ‘Daar is de deur naar de gaskamer’, zegt mijn gids en zodra wij er doorheen lopen, slaat hij de deur dicht. Niet op slot, maar om mij het geluid te laten horen van de deur die dicht ging voor zo velen, de deur die het einde was.
Trillend sta ik daar, waar zo velen, zo ontelbaar velen, vermoord zijn. Samen met de rabbijn zeg ik gebeden. Gebeden die mijn volk al 5771 jaar begeleiden, gebeden voor mijn oom, gebeden voor mijn afgeslachte volk. We lopen door naar de volgende ruimte. De crematoria. Waar de lichamen verbrand werden. En daarna mag ik naar buiten. Het is even droog, de lucht blijft grauw en is nog nooit zo vers voor me geweest. Ik besef me dat ik sta te snikken. Tranen lopen over mijn wangen. Voor een zestienjarig jochie uit Amsterdam, voor mijn volk, dat bijna compleet uitgeroeid werd.
Er wordt niets gezegd. We lopen langzaam naar de kantoren van het museum, waar men koffie voor ons heeft gemaakt. Onderweg loopt een Duitse groep naast me. Enkelen hebben een blikje bier in de handen. Een van de Duitsers vraagt zijn gids waarom hij geen Joodse bezoekers ziet. ‘Misschien hebben we te weinig overgelaten’, zegt een grappenmaker. De gids legt uit dat op zaterdag, vanwege de sabbat, er weinig Joden komen. ‘Dus is zaterdag Judenrein’, zegt de grappenmaker. Ik kan me niet inhouden en loop op de groep af.
‘Zeker niet’, zeg ik luid en loop door, voor het eerst van mijn leven blij en trots dat ik een keppeltje had opgedaan. De Duitsers kijken me geschokt na. Een begint te rennen en komt naar me toe. ‘Namens het Duitse volk bied ik mijn verontschuldigingen aan voor wat uw volk is aangedaan’, zegt de man. Ik kijk hem even aan. Hij schijnt het te menen. ‘Meneer’, zeg ik, ‘uw volk heeft geen kopje koffie over mijn volk laten vallen. Excuses kunnen niet omvatten wat uw volk ons heeft aangedaan.’
En ik loop door.
Even later zijn we in de kantoren en met een warm kopje koffie praten we na. Ik kijk naar mijn gastheren en begrijp dat ze allemaal oprecht zijn. En toch kan ik niet lang blijven. Ik voel me alsof alles onrein is, alsof alles smerig is en wil weg. Ik weet genoeg.

Birkenau 22 Juli 1942, ongeveer zeven uur 's avonds
Mijn oom moet bang zijn geweest. En moe, uitgehongerd en uitgedroogd. Als, na twee dagen reizen in de stinkende en overvolle veewagen, de trein stil staat, gaan de deuren open en wordt hij verblind door schijnwerpers. Hij hoorde honden blaffen en het ‘Juden raus, schnell!’ van de Duitsers. Hij moet gehuild hebben. Wat moet hij bang zijn geweest. Misschien was hij niet vlot genoeg geweest en werd hij door Kapo’s geschopt en eruit gesleurd. Eenmaal buiten moest hij rennen met de groep. Een 300 meter. Tot aan de trappen. Misschien is hij daar gestruikeld, misschien heeft hij om zich heen gekeken of om hulp geroepen. Wie weet.
Hij marcheerde tussen de twee muren tot aan de deuren, waarna ze zich, onder geschreeuw en gehuil, moesten uitkleden. Van zijn pas gekochte pak zal wel weinig over zijn geweest. En daarna naar de gaskamers, waar de deuren werden dichtgeslagen en de blikken met Zyklon-gas naar beneden werden gegooid en iedereen in paniek raakte.
Waarna er geschreeuwd werd door de honderden in die gaskamer.
Waarna het stil werd.
Waarna jongens van zestien jaar oud de lichamen optilden en verbrandden.
Waarna de as in de rivier werd gegooid.

Auschwitz – Birkenau, 11 september 2010
Mijn zoektocht naar mijn oom is geëindigd. Ik heb hem gevonden.
In het onreine gras van Birkenau, in het onreine water van de Vistula rivier, in de onreine lucht van Polen: ik heb mijn oom kunnen vinden, maar kwam te laat.
Veel te laat.

© Simon Soesan

Delen |

Reacties

mia corbey-van praag

zaterdag 13 april 2013
Dank U voor uw indringende artikel, meneer Soesan.
Vandaag, 13 april, heb ik op TV de opening van het Riijksmuseum gezien.
Vandaag, 13 pril, heb ik gehuild om mijn Oma. Met haar ging ik vaak naar het Rijksmuseum. We keken dan naar de klokkentoren, waaruit op gezette tijden een mannetje tevoorschijn kwam. dat met een hamer op de torenklok sloeg. Geweldig.
Mijn Oma is in Auschwitz vermoord.

Simon Soesan

zondag 14 april 2013
Zolang we het niet vergeten, leven ze allemaal mee met ons.
Dank u voor uw reactie.

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
aug 2019Ontspoord, macht en verbeelding
jul 2019Bij hoog en laag
jun 2019Omgekeerde wereld
mei 2019Een kaart uit het verleden
apr 2019Kiezen
mrt 2019Gids voor de verwarde Israëlvolger
mrt 2019Nechama gaf een kus … aan mij en m’n zus
mrt 2019Niet uit hun naam
feb 2019Ik wil die naam terug
feb 2019Westerbork
jan 20196, 7
dec 2018Sapperdeflap – סאפרדפלאפ
nov 2018Dubbelganger
nov 2018Saba! Kijk mij eens!
nov 2018Antisemitisme? Prima toch?
okt 2018Veilig weer naar buiten
aug 2018Allemaal Israëli's
mei 2018Inpakken en wegwezen
mrt 2018Pesachfikkie met saba
mrt 2018Nee, nee en nog eens nee
mrt 2018Lente
feb 2018Wokkiewokkie
feb 2018Cadeautjes
dec 2017Get a life
dec 2017Ada
nov 2017Little criminals
nov 2017Sjalom chavera
nov 2017El Al
okt 2017Saba, water!
sep 2017UNEPTZO
sep 2017Bomba!
sep 2017Modern antisemitisme
aug 2017Bij de neus genomen
aug 2017Dubbele moraal
jun 2017Beschaamd
jun 2017De grote zorgen van Brave Burger S (BBS) – een waar gebeurd verhaal
mei 2017Chajaliem bodediem
apr 2017De nieuwe Jood
apr 2017Gematst
mrt 201775 jaar later, 79 namen
mrt 2017BN onder de BN'ers
mrt 2017Über alles
feb 2017Taxi Frankfurt
feb 2017Het lucifersdoosje
feb 20172 minuten, 37 seconden
feb 2017Bayt Cham
jan 2017Wraak is zoet
jan 2017Wij, het probleem
jul 201655432
jun 2016Piekiediekie
jun 2016Terreur
mei 2016Nee, saba!
mei 201647
mei 2016Am Jisraeel Chai
apr 2016Lone soldiers
apr 2016Opa, loop toch niet zo snel
mrt 2016Saba Balagan
mrt 2016Tekenles
feb 2016Dag speen!
feb 2016Dol fijn
feb 2016Stampen
jan 2016Heppikniegedaan
jan 2016Koekel met 350
jan 2016Vuurwerk
dec 2015Wintermarkt
dec 2015Feest der Feesten
nov 2015Ter informatie
nov 2015Steek je rijk (oftewel Steek van de week)
okt 2015Wat een spreker is die man
okt 2015Bezorgd
okt 2015Tot de volgende keer
sep 2015Op het terras
aug 2015Waar is Menachem?
aug 2015Dagje Dachau
aug 2015Voor de duidelijkheid
aug 2015Praatjes vullen geen straatjes
jul 2015Snurk
jul 2015Mijn mooie overhemd
jul 2015Geen probleem
jun 2015Sharien en de soldaten
jun 2015Ver-keuring
jun 2015Antisemitisme op Sicilië
mei 2015... aldus Mantsoer
mei 2015De smeichelaar
mei 2015Family Business
mei 2015De rotonde
apr 201567 jaar Israël
apr 2015Pesach-tsores
apr 2015Antisemieten
mrt 2015De Vrijmatzeballen – een duizenden jaren oud geheim gedeeltelijk ontrafeld
mrt 2015Eén li eretz acheret – ik heb geen ander land
feb 2015Het lek
feb 2015De bofkonten
feb 2015De verkleedpartij
jan 2015Terug naar de hel
jan 2015Je suis … wat …?
jan 2015Vader weet het beter
dec 2014De achterste rij in sjoel met Chanoeka …
dec 2014Gratis Krant
dec 2014De Karmelieten
nov 2014Samen. Leven.
nov 2014Wat een schandaal!
nov 2014Medor ledor
nov 2014De Makollet
okt 2014Dankbaar
okt 2014Justitie
okt 2014Ziekenfonds
okt 2014Een mitswe doen
okt 2014Vast wel
sep 2014Wij geloven in vrede
sep 2014Te gast
sep 2014Duitse worst
sep 2014Neumann
aug 2014Het verhaal van Chamdi en Maria
aug 2014Tsadok
aug 2014Inpakken en wegwezen
aug 2014Het tunnelongeluk
jul 2014Laat me niet lachen
jul 2014Absurd
jun 2014Omgekeerde wereld
jun 2014Deurtje open, deurtje dicht
jun 2014Technion
jun 2014Moederdag
mei 2014Spin
mei 2014Stom-Stom
mei 2014Israël en de wereldkaart
mei 2014En uw naam is?
mei 2014Kinderen van
apr 2014Het jaar erna
apr 2014Apoetaah!
mrt 2014Sprookje
mrt 2014Kleine boodschap
mrt 2014Grapjas
mrt 2014Traditie, traditie
feb 2014Echt Hollands
feb 2014Doen we meteen!
feb 2014De blinde wacht
feb 2014De mesjoggene hond
jan 2014Joodse Stamppot
jan 2014De kip en de hond
jan 2014Lachen met Arik
jan 2014Daarom!
jan 2014Woord van het jaar
dec 2013Een verhaal van twee steden
dec 2013Hier ben ik thuis
dec 2013Hesped voor mijn moeder
dec 2013Yunis en de kaarsjes
nov 2013Lo Janoem We Lo Jisjan
nov 2013Dag vriend
nov 2013Klikken of knippen
nov 2013En gij gelooft het
nov 2013Mijn collega
okt 2013Traditie
okt 2013Het antwoord op de vraag
okt 2013Briefje aan Driesje (en Gretteke)
sep 2013Negentig
sep 2013Im een ani li, mi li?
aug 2013Chag Sameach
aug 2013IJzeren koepels
aug 2013De hitte van juli-augustus
jul 2013Cadeautje
jul 2013Ramadan
jul 2013Mijn vriend Ahmed
jun 2013Kan jou wat schelen!
jun 2013De Dode Zee
jun 2013Nooduitgang
jun 2013De toekomst
mei 2013Anders nog iets?
mei 2013Vriendjespolitiek
mei 2013Kaaskoppen
mei 2013Lag B'Omer
apr 2013Ladies and gentlemen: we have him!
apr 2013Gekke Yuval
apr 201368 Jaar later
apr 2013Simon Caun, één van de zes miljoen
mrt 2013Oy – Bama ...
mrt 2013De vijfde zoon
mrt 2013Dit is het enige land
mrt 2013Het complot
mrt 2013Twitter
feb 2013Bij de beesten af
feb 2013Een boom van een vent
feb 2013Een nieuw parlement
feb 2013De show
jan 2013Rubik’s kubus
jan 2013De hoop van de toekomst
jan 2013Geluidsoverlast
jan 2013Jihad is een miljoen waard
dec 2012Aliyah
dec 2012Eén van de honderdtweeënveertig
dec 2012De gouden wc
nov 2012Verkeerd adres
nov 2012Mein Shtetl brennt
nov 2012Krachtpatser
nov 2012Amsterdam Klezmer Band
nov 2012Circus
okt 2012De agressor
okt 2012De Armeense Elvis
okt 2012Stoelendans
okt 2012De Italiaanse school
sep 2012Excuses aan Ban Ki Moon
sep 2012Licht uit, spot aan
aug 2012Alles is overleefbaar?
aug 2012Aardbeien
jul 2012Wij, burgers van Israël
jul 2012De maan die boven ons schijnt
jun 2012De Palestijnse ramp
jun 2012Vier vingers en een duim
jun 2012De drollenbrigade
jun 2012Geluk
jun 2012Club 504 viert zestig
mei 2012Verontschuldigingen
mei 2012Maakt u zich vooral niet druk
mei 2012Welke Roemeen?
mei 2012Gewetenloos
apr 2012Onafhankelijk
apr 2012'Meant to go, not to stop ...`
apr 2012Het verloren volk gevonden?
apr 2012De overbodige stoel
mrt 2012Sterke verhalen
mrt 2012Het is niet elke dag Poerim!
mrt 2012Het verhaal van Ruth
mrt 2012De geschiedenisles
mrt 2012Jiddisje Kop
feb 2012Gorilla
feb 2012Rochamma
feb 201290 Kilometer van Haifa
feb 2012Het wonderkind
jan 2012Goed dat er politie is
jan 2012Petje af
jan 2012Hoop van de toekomst
dec 2011Het licht van de Almachtige
dec 2011De laatsten
dec 2011En Anwar redt er vier
dec 2011Sje Hichianoe
nov 2011Praatjesmaker
nov 2011Achmed Ismail Chatib
nov 2011Geinponem
nov 2011De uitzondering op de regel
okt 2011Deis je
okt 2011En de zonen keerden terug naar hun grenzen
okt 2011De eerlijke dokter
okt 2011Dakwerk
sep 2011Beste wensen
sep 2011Gekke Shai
sep 2011En ze moedigt militaire dienst aan!
sep 2011Staatsgeheim
sep 2011Het is ook nooit goed
aug 2011Verkeerd verbonden
jul 2011Mary - Miriam
jul 2011Onverdoofd
jul 2011Gekke Achmed
jun 2011Lachen met de man van 9 miljard
jun 2011Het verhaal van Chamdi en Maria
jun 2011De laatste der Zitany's
jun 2011Sjeintje Boterkoek
mei 2011Het gespetter, niet de steak
mei 2011De wandelclub
mei 2011De geschiedenisles
mei 2011Je lacht je dood
apr 2011Sprakeloos
apr 2011Wat deze avond verschilde
apr 2011De Koffer
apr 2011Een klein symbool
apr 2011Licht uit, spot aan
mrt 2011De mesjoggene hond
mrt 2011Yunis
mrt 2011Dankzij de redders van mijn ouders
mrt 2011Soldate X