sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Simon Soesan

Simon Soesan (1956, Beverwijk) woont sinds 1973 in Haifa, Israël, waar hij zijn eigen sales-en-marketing bureau had. Tegenwoordig is hij vertegenwoordiger van Keren Hayesod – United Israel Appeal in Duitsland. Soesan is bekend van columns in diverse Nederlandse bladen, zoals NRC-Handelsblad, het Reformatorisch Dagblad, Israël Actueel en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Zijn korte verhalen werden gebundeld in 'Pita met hagelslag' (2005) en ‘Patatje vrede’ (2007). Zijn familie en vriendschappen met Joden, Moslims en Christenen, inspireren hem bij het schrijven.

vrijdag 17 februari 2017

Sharona’s vader is gestorven. Eindelijk, want de man was de laatste jaren erg ziek en leed vreselijk.
Op zevenjarige leeftijd kwam hij in Auschwitz terecht. Net voordat de Duitse helden hem uit zijn huis weghaalden, kwam zijn oom naar hem toe en gaf hem een lucifersdoosje. “Onder alle lucifers heb ik een biljet van tien Amerikaanse dollars gevouwen. Gebruik het alleen in nood”, was zijn laatste advies aan zijn doodsbange neefje.
Toen de Duitse soldaten hun appartement binnen kwamen en het hele gezin op een rij langs de muur zetten, begon zijn kleine broertje van zes maanden te huilen. Zijn vader liep naar de baby toe om hem te troosten, waarop de Duitsers de vader en de baby doodschoten.
Vier jaar lang ging hij van kamp naar kamp. Hij overleefde ze allemaal en ook de Dodenmars overleefde hij op twaalfjarige leeftijd. Na de oorlog werd hij naar Israël gesmokkeld, maar de Engelsen waren nog aan de macht en vonden het blijkbaar nodig om overlevenden van de Duitse concentratiekampen naar Engelse concentratiekampen te sturen. Uiteindelijk kwam hij in Israël terecht, waar hij zijn vrouw leerde kennen en met haar stichtte hij een gezin. Sharona, haar zus en haar broer werden geboren. Intussen had hij werk gevonden als leraar wiskunde.

Wij leerden hem 35 jaar geleden kennen. Een vriendelijke, zachtaardige man die weigerde met ook maar één woord over de Sjoa te praten. Het was geen onderwerp van discussie voor hem, een taboe.

Enkele jaren geleden ging het mis. Hij kreeg problemen met zijn hart en zijn gezondheid ging snel achteruit. Eerst ging hij samen met zijn vrouw naar een bejaardentehuis. Voor de duidelijkheid: in ons land respecteren we ouderen en proberen we ze goede zorg te geven, in tegenstelling tot Nederland.

Zijn vrouw begon te dementeren en hijzelf kon niets meer: lopen ging niet meer, ademen kon hij nog amper.

Na enkele jaren van vreselijk lijden is hij nu overleden. We waren bij de begrafenis, waar plotseling ook een achterneef van Sharona, helemaal uit Amerika, verscheen. Hij vroeg of hij iets mocht zeggen.

We luisterden naar deze man, die in het Engels vertelde op de hoogte te zijn van wat er met zijn oudoom was gebeurd tijdens de Sjoa. Terwijl hij sprak stak hij zijn rechterhand in zijn broekzak en haalde een lucifersdoosje tevoorschijn. Hij legde het doosje op het in een talliet gewikkelde stoffelijk overschot. “Ik geef je dit lucifersdoosje mee. Onder de lucifers heb ik een biljet van tien Amerikaanse dollars gevouwen. Ik hoop dat je het aan mijn vader wilt geven wanneer je hem in het Hiernamaals tegenkomt”, was wat hij wilde zeggen. Tot onze verbazing haalde Sharona een heel oud stukje karton, een overblijfsel van het originele lucifersdoosje, tevoorschijn en legde het naast het doosje van haar verre achterneef.

De cirkel was gesloten.


Bewerkt en geredigeerd door Hendrien Kloots

© Caun & van Beem

Delen |

vrijdag 10 februari 2017

Onlangs mocht ik, als vertegenwoordiger van mijn land, deelnemen aan een forum over het Midden-Oosten. Er hadden negen mensen zitting in dit panel: drie Duitsers, die anti-Israël waren, vier Palestijnen, één vluchteling/immigrant uit Syrië en ik. Er was mij verteld dat ook andere ‘Joden’ waren uitgenodigd, maar die hadden afgezegd. Ik vroeg naar de namen van deze afzeggers, maar die kon men niet noemen. Altijd in voor een geintje, besloot ik toch deel te nemen. De ‘discussie’ begon met een inleiding, waarin werd verteld over concentratiekampen in Israël, waar Palestijnen worden vermoord. Toen ik wilde weten waar die kampen waren, had men daar geen antwoord op. Toen ik opmerkte dat het een beetje vreemd was om zoiets te beweren zonder enig bewijs, werd dat afgewimpeld als typisch Joodse propaganda.

De Syrische vluchteling mocht zijn verhaal vertellen. Ik gooide een balletje op en vroeg waar hij precies vandaan kwam in Syrië. Hij vond dat een rare vraag. De discussieleider vroeg mij echter waarom ik dat vroeg en ik blufte met “zijn accent klinkt niet Syrisch”, waarop de ‘vluchteling’ plotseling toegaf Marrokkaan te zijn en dat hij meedeed als vertegenwoordiger van Syrische vluchtelingen.

De drie Duitsers vertelden over hun bezoek aan Gaza. Zij beschreven hun reis in chronologische volgorde. Aangezien ik Gaza vrij goed ken, merkte ik op dat je niet in tien minuten van Bet Lahya naar Rafah kunt reizen, omdat het ene kamp (in feite dorp) aan de noordgrens ligt en de andere aan het puntje van de zuidgrens. De discussieleider controleerde dit snel op een tablet en moest me helaas gelijk geven. Toen ik vroeg of de Coca-Colafabriek in Gaza nog steeds produceerde, werd er verteld dat de Joden die fabriek hadden platgebombardeerd dus dat dat niet meer mogelijk was. Ik vroeg de discussieleider fijntjes dit ook even te controleren, waarop hij moest toegeven dat er nooit een Coca-Colafabriek in Gaza was geweest, die dus ook niet gebombardeerd kon zijn. De drie Duitsers moesten nu wel toegeven dat ze eigenlijk nog niet naar Gaza geweest waren, maar hun bezoek nog steeds aan het plannen waren. Maar ze waren zeker van plan om te gaan…! Ik vroeg hun waar ze gingen overnachten. In Tel Aviv, was het antwoord. Want Gaza zou te gevaarlijk zijn. Vanwege de Joden uiteraard.

Zo verliep de hele avond. Er werden ‘feiten’ gebracht onder groot applaus van het publiek, die ik vervolgens als bewezen onwaarheid kon wegzetten, vaak onder luid boegeroep van de geachte aanwezigen.

Eindelijk werd mij een vraag gesteld. Of Israël inderdaad atoomwapens bezit. Een van de Palestijnen in het forum haakte daar snel op in en vertelde het publiek opgewonden dat Iran zeker atoomraketten heeft en dat deze in zeven minuten Israël kunnen vernietigen. Groot applaus. In Duitsland. Toen werd het stil en mocht ik antwoorden.

Ik zei alleen maar: “Ik heb geen idee of we zulke wapens hebben, maar ik denk graag dat we één raket hebben die Mekka in 2 minuten en 37 seconden kan bereiken. Meer hebben we toch niet nodig?”

Het bleef doodstil in de zaal.

Ik ben er niet van overtuigd of ik een volgende keer weer zal worden uitgenodigd …


Bewerkt en geredigeerd door Hendrien Kloots

© Caun & van Beem

Delen |

vrijdag 3 februari 2017

Je zou er zó langs rijden of lopen, zonder er aandacht aan te schenken. Maar Bayt Cham, het opvanghuis voor Sjoa-overlevenden die zelf geen onderdak hebben, is een project dat fantastisch loopt. Dankzij diverse organisaties, waaronder de Internationale Christelijke Ambassade Jeruzalem (ICEJ), hebben tientallen bejaarden een dak boven hun hoofd, eten en drinken, gezelschap en vrienden om zich heen. Ze volgen hun dagelijkse programma’s en uiteraard was het de afgelopen week erg druk, toen ze de herdenking van de Holocaust voorbereidden.

Ik had de eer er bij te mogen zijn afgelopen donderdag, toen ministers van onze regering en andere hoogwaardigheidsbekleders samen met de bewoners en een groep van de ICEJ uit Duitsland ter gelegenheid van Holocaust Memorial Day een prachtige herdenking hielden, waar door de nationale en internationale pers verslag van werd gedaan.

Er zijn gelukkig heel wat organisaties in ons land die zich met deze groep bezighouden. Als kind van Sjoa-overlevenden weet ik dat het voor ons onmogelijk is zelfs maar te proberen een voorstelling te maken van wat deze mensen hebben meegemaakt. Interessant is om te zien dat juist veel christelijke organisaties zich met deze mensen bezighouden en dat, dankzij deze ondersteuning, behoorlijk wat mensen een goede en waardige kwaliteit van leven wordt geboden.

Het zal niet onopgemerkt zijn gebleven dat ik me erg bezighoud met de Sjoa. Ik lees er veel boeken over, bezoek diverse concentratiekampen en praat veel met overlevenden. Deze gesprekken maken altijd een diepe indruk op mij. Persoonlijk zie ik de Sjoa als een aanvankelijk goed voorbereide roof en moord, die uitliep op afslachting. Maar het begon met roof. Geld, huizen, sieraden, kunst.

Sjlomo is 82 jaar oud en woont in Bayt Cham. Hij heeft zijn familie nooit gekend, want als heel jong kind wisten zijn ouders hem bij een pastoor te verbergen voordat zij werden gedeporteerd. Zijn vader was bankier in Polen, een privé-bank. Zijn familie is nooit teruggekeerd en uiteraard is het familievermogen, samen met alle bezittingen, verdwenen. In 1947 werd hij het toenmalige Palestina binnengesmokkeld, omdat de Britten toen geen Joden toelieten in hun Mandaatgebied, om hun Arabische vriendjes niet boos te maken. Sjlomo werkte 43 jaar als ambtenaar bij de gemeente Haifa. Het pensioen dat hij ontvangt bedraagt bijna 300 euro per maand. Hij heeft nooit ook maar één cent ontvangen van Duitsland of van Polen, omdat hij zijn verhaal niet kon bewijzen. Hij was erg jong toen het allemaal gebeurde en zijn hele familie, ouders, broers, zusters, tantes, ooms, neven en nichten allen zijn vermoord door Duitsers en door Polen. Hij is nooit getrouwd omdat de pastoor waar zijn ouders hem in goed vertrouwen bij achterlieten niet alleen zijn leven redde, maar hem ook gebruikte voor zijn persoonlijk plezier.

Zonder organisaties bestaan projecten als Bayt Cham niet. En zou Sjlomo niet meer bestaan … Ik heb hem al diverse keren gesproken en ook bij deze herdenking spraken wij elkaar. Toen ik hem aan de groep Duitsers voorstelde had hij het even moeilijk, want iedere keer als hij Duitsers ontmoet, heeft hij dubbele gevoelens, zoals hij dat zelf uitdrukt. “Het blijft raar dat ik leef dankzij de kinderen en kleinkinderen van de moordenaars van mijn familie”, zegt hij vaak.

“Maar ze gaven me Bayt Cham, een warm huis”, komt er altijd direct achteraan.

Bewerkt en geredigeerd door Hendrien Kloots
© Caun & van Beem

Delen |

vrijdag 27 januari 2017

Ik vlieg erg veel. Meest tussen Europa en Israël, dus voornamelijk met onze nationale luchtvaartmaatschappij El Al. Niet alleen voel ik me er veilig, ik geniet bovendien van de goede service, het lekkere eten - altijd te weinig - en van ‘onze’ sfeer.
Ook vind ik het iedere keer weer amusant als de passagiers beginnen te klappen zodra de piloot het vliegtuig veilig aan de grond heeft gekregen. Alsof dat een bijzondere prestatie is van de piloot, waarbij het lijkt alsof het niet lukken van een landing normaler zou zijn …

Maar er is toch iets waar ik me vreselijk aan erger, hoewel ik niet weet of ik El Al daarvoor direct aansprakelijk kan stellen. En dat is het opstaan en weer gaan zitten van de persoon die altijd net achter mij blijkt te zitten. Om de een of andere reden wordt de stoel achter mij altijd bezet door iemand (m/v) die dermate problemen heeft met het zelfstandig gaan staan, dat het voor deze persoon noodzakelijk is om ausgerechnet mijn stoel als een soort papegaai te gebruiken zoals deze ook in ziekenhuisbedden gebruikt wordt. Met andere woorden, de persoon in kwestie gaat dan met zijn/haar volle gewicht aan mijn stoel hangen, waardoor de stoel (met mij erin) als het ware een aardbeving beleeft van rond de 8 op de Schaal van Richter en vervolgens nagenoeg gelanceerd wordt. En laat dat nou ook altijd gebeuren als ik net ingedommeld ben!

Ik vermoed dat het een complot is. Of misschien ook wel een geheim genootschap speciaal gericht op het bemannen van vliegtuigstoelen recht achter de mijne met bovenbeschreven types, hoewel ik begrijp dat dat moeilijk te bewijzen valt. Maar het zijn gluiperds allemaal. Stuk voor stuk. Ik verdenk ze er zelfs van dat ze afwachten tot ik ingedommeld ben, om meteen daarna helemaal los te gaan: twee handen op mijn hoofdsteun, gewicht snel verplaatsen zodat het geheel aan mijn stoel hangt en optrekken en dan in een keer loslaten. Waarbij mijn stoel zowel trilt als, afhankelijk van het gewicht van de dader, een flink stuk naar achteren getrokken wordt om daarna meteen weer terug te klappen. Vervolgens kijken hoe ik wakker schrik en mijn hoofd omdraai om te zien wat er aan de hand is, onschuldig “slicha” zeggen en weglopen. Om dan van een afstandje te wachten tot ik weer ingedommeld ben en het hele ritueel weer te herhalen, nu om weer te gaan zitten. Het is niets anders dan treiteren …

Op het traject van Duitsland naar Israël zijn mijn medepassagiers meestal Duitsers. Die geven nauwelijks sjoege. Die kijken alleen verstoord en vuil op, waardoor je meteen weer begrijpt dat Deutschland über alles is. Zo’n Pruisische blik, maar ze zeggen niets. Ik ook liever niet. Ik maak liever geen ruzie, zeker niet met mensen die ik niet ken. Ik zoek ze bij voorkeur zelf uit.

Onlangs was de maat echter meer dan vol. Een heerschap achter mij vond het nodig elke paar minuten even op te staan. En te gaan zitten. En weer op te staan. En weer te gaan zitten… En daar had hij klaarblijkelijk mijn stoel voor nodig. Ik werd door elkaar geschud alsof ik een milkshake was. En dan niet eens een “slicha”… Niks! Na de zesde keer vond ik het welletjes. Ik zocht wraak.

Op datzelfde moment kwam de stewardess langs met plastic bekers en een fles water. Dat gaf mij verfrissende inspiratie. Ik liet de stewardess langs lopen, draaide me om en riep haar zachtjes. De onverlaat recht achter mij was op dat moment net ingedommeld. De stewardess gaf mij een plastic bekertje en ik, half omgedraaid, strekte mijn hand met bekertje naar haar uit om wat water te krijgen. De lieve meid bedoelde het goed en mikte keurig in mijn bekertje. Maar door mijn hand richting gluiperd te bewegen, dwong ik haar en haar fles mee te bewegen tot boven het hoofd van mijn treiteraar. En toen trok ik ‘per ongeluk’ het bekertje weg. De arme stewardess bleef nog een fractie van een seconde doorschenken, maar dat was voldoende voor het beoogde resultaat. Meneer de treiteraar kreeg een fraaie plens water recht op zijn hoofd en schrok in één klap wakker. De stewardess stamelde een verontschuldiging. Ik keek mijn folteraar met samengeknepen ogen aan. Onze ogen zeiden meer dan woorden hadden kunnen doen. Hij toonde zich niet boos op de stewardess. Hij begreep het donders goed.

Tevreden draaide ik me terug. De dame naast me keek me nu woedend aan. “Waarom moet u mijn broer hebben?” vroeg ze me boos. Ik keek haar niet begrijpend aan. Ze maakte een gebaar dat ze op wilde staan. Galant als ik ben, stond ik snel op met behulp van mijn stoelleuningen, waarna ook zij ging staan - met behulp van de stoel voor haar. Daar zat een meneer die daar blijkbaar ook niet van gediend was. Deze meneer vloekte eerst vanuit zijn tenen, draaide zich toen om en schold de vrouw uitgebreid uit.

Ik keek onschuldig strak voor me uit.

De vrouw schold op haar beurt mij uit en beschuldigde mij er zelfs van dat het allemaal mijn schuld zou zijn… Haar broer maakte aanstalten om ook weer op te staan, maar een blik van mij deed hem besluiten dat maar te vergeten.

Wraak kan heel zoet zijn.


Bewerkt en geredigeerd door Hendrien Kloots
©Caun & van Beem

Delen |

vrijdag 20 januari 2017

Onlangs hoorde ik op onze radio in Israël uit de mond van Yehoram Gaon, een bekende en geliefde zanger, een bijzondere mening over de actualiteit. Hij had een interessant betoog met betrekking tot het onlangs veroorzaakte bloedbad in Jeruzalem. Wat hij zei was het volgende.

Er zijn mensen die willen dat de Amerikanen ‘even’ hun ambassade naar Jeruzalem gaan verplaatsen. En daar ben ik faliekant tegen. Helemaal geen ambassade naar Jeruzalem verplaatsen. Sterker nog, helemaal geen hoofdstad Jeruzalem in Jeruzalem. Zelfs Jeruzalem in Jeruzalem wil ik niet, want dat maakt de Arabieren boos en dan rijden ze met vrachtwagens op ons in. Kijk zelf maar eens wat een rust we hebben omdat de Amerikaanse ambassade in Tel Aviv is gevestigd en niet in Jeruzalem. Dus waarom zouden we ons problemen op de hals halen? Ik stel voor dat we Tel Aviv officieel onze hoofdstad maken en dan hebben we eindelijk rust. Zelfs de nieuwe Amerikaanse minister van Defensie heeft in zijn oneindige wijsheid al gezegd dat Tel Aviv onze hoofdstad is!

Dus, weg van de Tempelberg, want die naam alleen al maakt de ware eigenaren van dit heiligdom boos.

En nu we het er toch over hebben, dan is Tel Aviv als hoofdstad van de Israëlische staat eigenlijk ook niet ideaal. En ja, ik noem het ‘Israëlische staat’ en niet ‘Joodse staat’, want anders worden onze vijanden misschien boos en volgt er straks weer een bloedbad. Maar laten we niet vergeten dat Tel Aviv in de buurt is van Jaffo, Aboe Kabir, Sjeik Moenis, etc., wat bepaalde mensen toch behoorlijk kan irriteren en in feite een uitnodiging zou kunnen zijn voor wederom een bloedbad.
Misschien moeten we gewoon naar Israëls eerste kibboets Degania gaan. Een kibboets is per definitie zionistisch en behoeft verder geen discussie. Dat zou je tenminste normaal gesproken denken, ware het niet dat die kibboets op een paar (gekochte) hectares van een oud dorp – Oem Joeni – is gebouwd, zodat dat ook zomaar een uitnodiging zou kunnen zijn voor onze vijanden om een vrachtwagen te pakken en op onschuldige mensen in een andere stad in te rijden, bijvoorbeeld Risjon LeZion, omdat in die plaats ooit de Hebreeuwse taal weer opbloeide.

Misschien dat we daar onze hoofdstad zouden moeten vestigen? Of toch maar niet, want Risjon LeZion is gebouwd op de (eveneens gekochte) grond van ene Moestafa Abdallah Ali Dajhan!

Laten we anders Beersjeva, de stad van onze aartsvader Abraham, tot onze hoofdstad maken. Klinkt logisch… Lekker ver weg van Jeruzalem, kan niemand een probleem vinden, zou je denken, dus zou niemand een reden kunnen hebben daarom een vrachtwagen te pakken om een aantal onschuldige mensen te doden. Maar Beersjeva ligt erg dicht in de buurt van waar de drie hoofdstammen van de bedoeïenen, Azazme, Zorba en Machmadin, al eeuwenlang gevestigd zijn, en dan heb ik het nog niet eens over het feit dat de stad is gebouwd volgens de plannen van twee Arabische architecten, Said Efendi Alansasjibi en Rajhib Alansasjibi, wat voor hun nazaten wellicht een reden zou kunnen zijn om het eigendom van de stad op te eisen.

Zullen we anders Eilat dan maar nemen? Helaas, dat kan ook niet, want dat was een dorpje (43 inwoners) met de naam Oem Rasj-Rasj.

Waar we onze hoofdstad ook willen vestigen, overal krijgen we gegarandeerd problemen, want ooit was het Arabische grond. En we willen niemand ergeren natuurlijk, zeker de Veiligheidsraad niet! Dat die grond aan ons is verkocht en dat wij ervoor hebben betaald, is blijkbaar van ondergeschikt belang.

In 1949 wilde David Ben-Goerion Jeruzalem tot hoofdstad uitroepen, maar daar bleek enorme weerstand tegen te zijn. Niet alleen vanuit de rest van de wereld, maar ook vanuit Israël zelf. Zelfs president Weizmann was er op tegen en waarschuwde Ben-Goerion dat de hele wereld op onze nek zou springen en dat de Arabieren dan bloedbaden zouden gaan aanrichten. Minister Mosje Sjarett was er ook tegen en waarschuwde dat we uit de VN zouden worden gegooid en dat de toekomst van ons splinternieuwe land op het spel zou staan. Toen hij zag dat Ben-Goerion onvermurwbaar was, nam hij ontslag. Ben-Goerion schreef hem een brief: “Wij, die op 14 mei 1948 een Joodse staat oprichtten in het land Israël, zijn verplicht deze nationale missie te vervullen en Jeruzalem is de hoofdstad van de Joodse staat!” Vier dagen was Sjarett buiten de regering en kwam toen toch maar met hangende pootjes terug. Weinigen kennen het verhaal van zijn ontslag, maar iedereen weet sindsdien dat de hoofdstad van Israël Jeruzalem is.

De beste oplossing zou kunnen zijn dat wij, Joden in de hele wereld, ervan overtuigd moeten zijn dat Jeruzalem de hoofdstad is van de Joodse staat, en dat daar ook de ambassades behoren te zijn. Zodra wij, Joden, daar allemaal van overtuigd zijn – zonder andere Joodse geluiden – en het hierover eens zijn, kunnen we ook de rest van de wereld overtuigen en is dat probleem van de baan.

Maar zolang wij het onderling niet eens zijn – vaak omdat bepaalde types toch hun five minutes of fame in de media willen – zijn wijzelf het probleem.

Aldus Yehoram Gaon.


Bewerkt en geredigeerd door Hendrien Kloots
© Caun & van Beem

Delen |
feb 2017Het lucifersdoosje
feb 20172 minuten, 37 seconden
feb 2017Bayt Cham
jan 2017Wraak is zoet
jan 2017Wij, het probleem
jul 201655432
jun 2016Piekiediekie
jun 2016Terreur
mei 2016Nee, saba!
mei 201647
mei 2016Am Jisraeel Chai
apr 2016Lone soldiers
apr 2016Opa, loop toch niet zo snel
mrt 2016Saba Balagan
mrt 2016Tekenles
feb 2016Dag speen!
feb 2016Dol fijn
feb 2016Stampen
jan 2016Heppikniegedaan
jan 2016Koekel met 350
jan 2016Vuurwerk
dec 2015Wintermarkt
dec 2015Feest der Feesten
nov 2015Ter informatie
nov 2015Steek je rijk (oftewel Steek van de week)
okt 2015Wat een spreker is die man
okt 2015Bezorgd
okt 2015Tot de volgende keer
sep 2015Op het terras
aug 2015Waar is Menachem?
aug 2015Dagje Dachau
aug 2015Voor de duidelijkheid
aug 2015Praatjes vullen geen straatjes
jul 2015Snurk
jul 2015Mijn mooie overhemd
jul 2015Geen probleem
jun 2015Sharien en de soldaten
jun 2015Ver-keuring
jun 2015Antisemitisme op Sicilië
mei 2015... aldus Mantsoer
mei 2015De smeichelaar
mei 2015Family Business
mei 2015De rotonde
apr 201567 jaar Israël
apr 2015Pesach-tsores
apr 2015Antisemieten
mrt 2015De Vrijmatzeballen – een duizenden jaren oud geheim gedeeltelijk ontrafeld
mrt 2015Eén li eretz acheret – ik heb geen ander land
feb 2015Het lek
feb 2015De bofkonten
feb 2015De verkleedpartij
jan 2015Terug naar de hel
jan 2015Je suis … wat …?
jan 2015Vader weet het beter
dec 2014De achterste rij in sjoel met Chanoeka …
dec 2014Gratis Krant
dec 2014De Karmelieten
nov 2014Samen. Leven.
nov 2014Wat een schandaal!
nov 2014Medor ledor
nov 2014De Makollet
okt 2014Dankbaar
okt 2014Justitie
okt 2014Ziekenfonds
okt 2014Een mitswe doen
okt 2014Vast wel
sep 2014Wij geloven in vrede
sep 2014Te gast
sep 2014Duitse worst
sep 2014Neumann
aug 2014Het verhaal van Chamdi en Maria
aug 2014Tsadok
aug 2014Inpakken en wegwezen
aug 2014Het tunnelongeluk
jul 2014Laat me niet lachen
jul 2014Absurd
jun 2014Omgekeerde wereld
jun 2014Deurtje open, deurtje dicht
jun 2014Technion
jun 2014Moederdag
mei 2014Spin
mei 2014Stom-Stom
mei 2014Israël en de wereldkaart
mei 2014En uw naam is?
mei 2014Kinderen van
apr 2014Het jaar erna
apr 2014Apoetaah!
mrt 2014Sprookje
mrt 2014Kleine boodschap
mrt 2014Grapjas
mrt 2014Traditie, traditie
feb 2014Echt Hollands
feb 2014Doen we meteen!
feb 2014De blinde wacht
feb 2014De mesjoggene hond
jan 2014Joodse Stamppot
jan 2014De kip en de hond
jan 2014Lachen met Arik
jan 2014Daarom!
jan 2014Woord van het jaar
dec 2013Een verhaal van twee steden
dec 2013Hier ben ik thuis
dec 2013Hesped voor mijn moeder
dec 2013Yunis en de kaarsjes
nov 2013Lo Janoem We Lo Jisjan
nov 2013Dag vriend
nov 2013Klikken of knippen
nov 2013En gij gelooft het
nov 2013Mijn collega
okt 2013Traditie
okt 2013Het antwoord op de vraag
okt 2013Briefje aan Driesje (en Gretteke)
sep 2013Negentig
sep 2013Im een ani li, mi li?
aug 2013Chag Sameach
aug 2013IJzeren koepels
aug 2013De hitte van juli-augustus
jul 2013Cadeautje
jul 2013Ramadan
jul 2013Mijn vriend Ahmed
jun 2013Kan jou wat schelen!
jun 2013De Dode Zee
jun 2013Nooduitgang
jun 2013De toekomst
mei 2013Anders nog iets?
mei 2013Vriendjespolitiek
mei 2013Kaaskoppen
mei 2013Lag B'Omer
apr 2013Ladies and gentlemen: we have him!
apr 2013Gekke Yuval
apr 201368 Jaar later
apr 2013Simon Caun, één van de zes miljoen
mrt 2013Oy – Bama ...
mrt 2013De vijfde zoon
mrt 2013Dit is het enige land
mrt 2013Het complot
mrt 2013Twitter
feb 2013Bij de beesten af
feb 2013Een boom van een vent
feb 2013Een nieuw parlement
feb 2013De show
jan 2013Rubik’s kubus
jan 2013De hoop van de toekomst
jan 2013Geluidsoverlast
jan 2013Jihad is een miljoen waard
dec 2012Aliyah
dec 2012Eén van de honderdtweeënveertig
dec 2012De gouden wc
nov 2012Verkeerd adres
nov 2012Mein Shtetl brennt
nov 2012Krachtpatser
nov 2012Amsterdam Klezmer Band
nov 2012Circus
okt 2012De agressor
okt 2012De Armeense Elvis
okt 2012Stoelendans
okt 2012De Italiaanse school
sep 2012Excuses aan Ban Ki Moon
sep 2012Licht uit, spot aan
aug 2012Alles is overleefbaar?
aug 2012Aardbeien
jul 2012Wij, burgers van Israël
jul 2012De maan die boven ons schijnt
jun 2012De Palestijnse ramp
jun 2012Vier vingers en een duim
jun 2012De drollenbrigade
jun 2012Geluk
jun 2012Club 504 viert zestig
mei 2012Verontschuldigingen
mei 2012Maakt u zich vooral niet druk
mei 2012Welke Roemeen?
mei 2012Gewetenloos
apr 2012Onafhankelijk
apr 2012'Meant to go, not to stop ...`
apr 2012Het verloren volk gevonden?
apr 2012De overbodige stoel
mrt 2012Sterke verhalen
mrt 2012Het is niet elke dag Poerim!
mrt 2012Het verhaal van Ruth
mrt 2012De geschiedenisles
mrt 2012Jiddisje Kop
feb 2012Gorilla
feb 2012Rochamma
feb 201290 Kilometer van Haifa
feb 2012Het wonderkind
jan 2012Goed dat er politie is
jan 2012Petje af
jan 2012Hoop van de toekomst
dec 2011Het licht van de Almachtige
dec 2011De laatsten
dec 2011En Anwar redt er vier
dec 2011Sje Hichianoe
nov 2011Praatjesmaker
nov 2011Achmed Ismail Chatib
nov 2011Geinponem
nov 2011De uitzondering op de regel
okt 2011Deis je
okt 2011En de zonen keerden terug naar hun grenzen
okt 2011De eerlijke dokter
okt 2011Dakwerk
sep 2011Beste wensen
sep 2011Gekke Shai
sep 2011En ze moedigt militaire dienst aan!
sep 2011Staatsgeheim
sep 2011Het is ook nooit goed
aug 2011Verkeerd verbonden
jul 2011Mary - Miriam
jul 2011Onverdoofd
jul 2011Gekke Achmed
jun 2011Lachen met de man van 9 miljard
jun 2011Het verhaal van Chamdi en Maria
jun 2011De laatste der Zitany's
jun 2011Sjeintje Boterkoek
mei 2011Het gespetter, niet de steak
mei 2011De wandelclub
mei 2011De geschiedenisles
mei 2011Je lacht je dood
apr 2011Sprakeloos
apr 2011Wat deze avond verschilde
apr 2011De Koffer
apr 2011Een klein symbool
apr 2011Licht uit, spot aan
mrt 2011De mesjoggene hond
mrt 2011Yunis
mrt 2011Dankzij de redders van mijn ouders
mrt 2011Soldate X