Sereth

Leo Frijda

vrijdag 27 april 2012

Sereth, nu Siret, gelegen aan de gelijknamige rivier, was een kleine plaats in de Boekovina met, in 1941, ongeveer 1600 Joden. De oorlog bereikte ook de Boekovina en de Joden van Sereth zijn naar Transnistrië gedeporteerd wat de meesten van hen niet hebben overleefd. Auschwitz is het symbool van de sjoa maar daardoor kan uit het zicht raken dat in het midden en oosten van Europa veel Joden ook buiten de bekende concentratiekampen zijn omgekomen.


Kaart van de Boekovina en Transnistrië

‘Hoor je de joden jammeren?’
‘Niet meer,’ zei de wind. ‘De eerste dagen was het tamelijk hard, vooral het geroep om water. Daarna werd het gejammer zachter en nu hoor je niets meer.’
‘Denk je dat ze allemaal dood zijn?’
‘Nee,’ zei de wind, ‘niet allemaal’.

Nee, niet alle Joden uit Sereth zijn dood. De broers Edgar en Manfred Hilsenrath leven nog, de één werd schrijver van romans, het citaat is uit zijn boek De thuiskomst van Jossel Wassermann, en de ander is gaan werken voor het ruimtevaartonderzoek in Amerika. Dit voorjaar is een boek gepubliceerd waarin Manfred Hilsenrath herinneringen ophaalt aan de hand van bepaalde passages uit de romans van zijn broer. De aanhalingen uit de romans en de herinneringen van Manfred Hilsenrath zijn achter elkaar geplaatst. Zwei Seiten der Erinnerung, die Brüder Edgar und Manfred Hilsenrath heet het door Volker Dittrich samengestelde en uitgegeven boek.

Bij die opzet kan wel een vraagteken worden geplaatst. Zo gaat De thuiskomst van Jossel Wassermann over Pohodna, een sjtetl dat aan de rivier de Proet zou liggen. Pohodna is niet zonder meer Sereth al zal Hilsenrath ongetwijfeld veel hebben verwerkt van wat hij in Sereth heeft gezien en meegemaakt. Dat geldt zeker ook voor zijn (niet in het Nederlands vertaalde) roman Die Abenteuer des Ruben Jablonski, die de ondertitel Ein autobiographischer Roman draagt en waarin Sereth wel bij name wordt genoemd.

Helmut Braun heeft zijn biografie van Edgar Hilsenrath, in 2006 bij Dittrich verschenen, de titel Ich bin nicht Ranek meegegeven, een aanhaling van Hilsenrath zelf waarmee hij heeft willen zeggen dat hij niet kan worden vereenzelvigd met Ranek, de hoofdpersoon uit zijn roman Nacht. Toch gebruikt ook Helmut Braun voor zijn biografie passages uit de romans. Als men maar in het oog blijft houden dat de romans niet één op één het levensverhaal van Hilsenrath vormen, is dat niet erg. Vrijwel alle romans van Hilsenrath weerspiegelen zijn levensverhaal. Waarschijnlijk is Edgar Hilsenrath, na Isaac B. Singer, de laatste schrijver die het talent, de kennis en de kracht heeft om het vooroorlogse jodendom in zulke authentieke kleuren tot leven te wekken, staat op de achterkant van De thuiskomst van Jossel Wassermann, in de vertaling van Elly Schippers. En daar gaat het om. De wind, die in het eerdere citaat uit dit boek aan het woord komt, is de wind die waait om de trein met de uit Sereth gedeporteerde Joden. Nog een citaat uit die roman:

En de wind buiten fluisterde de rebbe iets in het oor. En de rebbe knikte en zei: ‘Ja, je hebt volkomen gelijk. De gojim zijn dom. Ze plunderen nu onze huizen. En ze graven in onze tuinen. En ze denken dat we alles wat we bezaten achtergelaten hebben. En ze lachen in hun vuistje, terwijl ze niet weten dat we het beste hebben meegenomen.’
‘Wat is het beste?’, vroeg de wind.
En de rebbe zei: ‘Onze geschiedenis. Die hebben we meegenomen.’
En de wind zei: ‘Maar rebbe, dat kan toch niet. De geschiedenis van de joden is in het sjtetl achtergebleven.’
‘Nee,’ zei de rebbe, ‘je vergist je. Alleen de sporen van onze geschiedenis zijn achtergebleven.’

Edgar en Manfred Hilsenrath zijn niet in Sereth geboren. Daar woonden hun grootouders, de ouders van hun moeder, en andere verwanten. Edgar is 2 april 1926 in Leipzig geboren waar zijn vader handelde in bont. De familie is daarna naar Halle verhuisd, de vader was in die plaats een kleine meubelwinkel begonnen. In Halle zijn Edgar en de drie jaar jongere Manfred opgegroeid totdat hun vader, gedwongen door de steeds verdergaande antisemitische maatregelen, zijn vrouw en twee zonen naar de familie in de Boekovina stuurde. Op 14 juli 1938 kwamen zij met de trein in Sereth aan.

Later zal Edgar Hilsenrath worden gevraagd welke streek hij als zijn Heimat ervaart en hij antwoordt (ik citeer uit de biografie van Helmut Braun):

Meine stärkste Bindung besteht zu diesem kleinen Städtchen in der Bukowina, in dem meine Grosseltern gelebt haben. (...) Siret war und ist meine Lieblingsstadt. Das lässt sich nicht besser erklären. Dort lebten Juden, Zigeuner, Ukrainer, Rumänen, Ungarn und Deutsche friedlich zusammen. Ein warmherziger Vielvölkerstaat. Hier in der Bukowina, in diesem kleinen osteuropäischen Ort, fühlte ich mich zum ersten Mal frei von den Bedrohungen der Nazis.

Hilsenrath vertelt in Die Abenteuer des Ruben Jablonski over het bruisende leven in Sereth, es war immer was los in Sereth. Juden, Ukrainer, Rumänen und die anderen Volksgruppen lebten friedlich zusammen:

‘Wenn der Hitler sich mal hierher verirren würde’, sagte ein alter Jude in der Synagoge, ‘dann würde er Mund und Augen aufreissen.’
‘Wass soll denn der Hitler hier machen?’ sagte sein Nebenmann. ‘Glauben Sie, dass Hitler nicht Besseres zu tun hat, als nach Sereth zu kommen? Ich wette mit Ihnen: Der Hitler hat noch nie etwas von Sereth gehört.’
‘Und warum nicht?’
‘Nun, ich weiss es nicht.’
‘Glauben Sie wirklich, Sereth läge am Arsch der Welt?’
‘Am Arsch Europas’, sagte der Jude. ‘Und Europa ist nicht die Welt.’

En, inderdaad, in Sereth bleef het voorlopig rustig. Tot juni 1941. Maar zover is het nog niet en ik zou graag Sereth uitgebreid tot leven roepen aan de hand van De thuiskomst van Jossel Wassermann en Die Abenteuer des Ruben Jablonski. Ik zal me bedwingen want beide romans kan de lezer van deze columns, vast en zeker ook een liefhebber van boeken over onze geschiedenis, gemakkelijk zelf aanschaffen. De thuiskomst van Jossel Wassermann is bij Ambo | Anthos verschenen en Die Abenteuer des Ruben Jablonski (net als de andere romans van Edgar Hilsenrath) bij de Deutscher Taschenbuch Verlag.

Laat ik de grootvader van de broers Hilsenrath een centrale plaats geven met enkele citaten over de talen die de Joden van Sereth spraken en over hun leven volgens de Joodse tradities. In Die Abenteuer des Ruben Jablonski schrijft Hilsenrath dat de eenvoudige Joden in Sereth Jiddisj spraken maar de meer ontwikkelden Duits, zij het met een Boekoviner accent.

Im Hause meines Grossvaters konnte man drei sprachliche Variationen hören. Wenn man unter sich war, sprach man Kauderwelsch, eben ein Durcheinander von Jiddisch und Deutsch; mit einfachen Leuten, zum Beispiel dem Sattlermeister von nebenan oder den Strassenhändlern, die zu uns in die Küche kamen, um einen Schnaps oder Kaffee zu trinken, sprach man Jiddisch, mit vornehmen Besuch, zum Beispiel dem Herrn Apotheker oder dem Herrn Doktor, sprach man Hochdeutsch. Besonders mein Grossvater war ein Meister der drei Sprachvariationen. Niemand konnte so gut auf Jiddisch wettern und fluchen wie er. Aber er konnte auch Kauderwelsch, und wenn er mit dem Apotheker, oder Doktor Deutsch sprach, konnte man glauben, er wäre bei Schiller oder Goethe zur Schule gegangen.

Nog een mooie passage uit Die Abenteuer des Ruben Jablonski. Een oudere heer vertelt aan de moeder van Hilsenrath wat een Duitse officier eens tegen hem heeft gezegd:

‘Ihr Juden sind ausser den Volksdeutschen die einzigen, die unsere Sprache verstehen. Und glauben Sie mir, gnädige Frau, der hat doch tatsächlich einen persönliche Brief an den Kaiser geschrieben und ihm mitgeteilt, dass die Juden schon wegen der Sprache die natürlichen Verbündeten des Deutschen Reiches seien.’
‘Es ist nur schade’, sagte meine Mutter, ‘dass Hitler das nicht weiss.’
Und der ältere Herr nickte und sagte: ‘Ja, der Hitler, der ist eben ein Dummkopf.’

Over het leven volgens de Joodse tradities laat ik Manfred Hilsenrath aan het woord:

Das hat mir etwas gewundert, das Edgar in ‘Jossel Wassermanns Heimkehr’, da schreibt er ja sehr viel über Sereth, dass er da die ganzen religiösen Sitten und Gebräuche der Juden so schön beschreibt, weil zu hause selbst hat er wirklich nicht viel an Religion gedacht. Er wollte nie mit dem Grossvater in den Tempel gehen, am Freitagabendtisch hat er immer gekichert und ich mit ihm.

Eines, was der Grossvater unbedingt wollte, war, dass kein Schinken ins Haus kam. Kein Schweinefleisch. Ein koscheres Haus, und das muss respektiert werden. Aber Edgar hat immer seine Mutter angebettelt: ‘Ich muss Schinken haben!’ Und die Mutter hat nachgegeben. (...) Und der Grossvater hat das ein Paar Tage später entdeckt, und das gab einen furchtbaren Krach im Hause.

Helmut Braun nuanceert in zijn biografie dit beeld enigszins. Edgar Hilsenrath heeft in Sereth wel degelijk veel van de Joodse rituelen en gebruiken meegekregen. Hij was drie jaar ouder dan zijn broer en bereidde zich ernsthaft voor op zijn bar mitswa in 1939. Kort daarna, schrijft Braun, verlor er sein Interesse an der Religion. Hilsenrath heeft echter altijd zijn Joodse hart behouden en dat is het belangrijkste laat hij Jossel Wassermann zeggen. Zijn moeder had op zijn verzoek varkensvlees in huis gehaald. In de biografie van Braun zag ik een foto uit 1977 waarop hij samen met zijn moeder de seideravond viert in de Joodse gemeente van Berlijn. Die keer was dat op haar verzoek. Zijn moeder stierf een half jaar later in Israël, in Nahariya.

Sereth lag helaas niet am Arsch Europas. Oostenrijk was het hart van Europa, schrijft Hilsenrath in De thuiskomst van Jossel Wassermann, en Oostenrijk was de hoop op een mogelijk samenleven onder één kroon, in een staat met vele volkeren, nationaliteiten, religies, talen, zeden en gewoonten. Wij, in de Boekovina, waren dus het hart van Europa, maar als de meest oostelijke provincie waren we tegelijkertijd het achtereind van dat hart, iets wat ze in Czernowitz, onze hoofdstad, niet graag hoorden.

Nee, Sereth lag helaas niet am Arsch Europas. Sereth lag midden in Europa. Eind juni 1941 verlaten Edgar en Manfred Hilsenrath met hun moeder Sereth. Samen met de overige familieleden en bijna alle andere Joodse inwoners. Weer per trein. Uiteindelijk, 14 oktober 1941, naar Transnistrië, het land tussen de rivieren Dnjestr en Bug. Voor de volgende column zult u de hiervoor afgedrukte kaart nog een keer nodig hebben.

3 + 3 = ?
Dank voor de mooie columns die voor mij vaak een leestip bevatten. Kent u intussen het boek "Mendelssohn op het dak" van Yiri Weil? Een aanrader.

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.