Engführung

Leo Frijda

vrijdag 6 maart 2009

Van zijn gedicht Todesfuge heeft Paul Celan nooit afstand genomen. Wel is hij gestopt met voordragen omdat het gedicht, lesebuchreif geworden, als te mooi, te poëtisch werd verstaan. Het ging Celan niet om esthetiek: es geht mir nicht um Wohllaut, es geht mir um Wahrheit.

In het lange gedicht Engführung, in het Nederlands Stretto, heeft Celan nogmaals de Sjoa in taal gevangen. Het gedicht dateert van begin 1958 en sluit de bundel Sprachgitter af. Het is een uiterste poging met de taal het onzegbare te zeggen en de tot zwijgen gebrachte stemmen van de omgekomen Europese Joden hoorbaar te maken. Sprachgitter begint met het gedicht Stimmen waarin Celan het verleden met het heden verbindt. In Engführung verbindt Celan de Sjoa met de bedreiging van het menselijk bestaan door de atoombom. Engführung begint zo (wederom in de vertaling van Ton Naaijkens):

Weggevoerd naar het
terrein
met het onloochenbare spoor:
gras, uiteengeschreven. De stenen, wit,
met de schaduw van de halmen:
lees niet meer - kijk!
Kijk niet meer - loop!

In Meridian, de rede in 1960 gehouden bij de aanvaarding van de George-Büchner-Prijs, heeft Celan gezegd: ga met de kunst naar je allereigenste Enge. Die weg van het onmogelijke is Celan gegaan.

Celan was er zeer gevoelig voor indien zijn gedichten verkeerd werden begrepen, vooral indien in kritiek antisemitische elementen verscholen lagen. Het lijkt soms bijna obsessief maar steeds moet voor ogen worden gehouden dat daardoor de basis onder zijn gedichten en onder zijn bestaan werd weggetrokken.

Nog pijnlijker was het verwijt van plagiaat dat sinds het begin van de jaren vijftig door Claire Goll werd verspreid. Claire Goll was de vrouw van de dichter Yvan Goll (1891-1950) voor wie Celan gedichten uit het Frans in het Duits had vertaald. Al enkele jaren na het overlijden van Yvan Goll begon Claire Goll Celan van plagiaat te beschuldigen. Celan zou vertalingen van gedichten van Yvan Goll gebruikt hebben voor zijn eigen gedichten. Extra beroerd is dat Claire Goll, zelf Jodin, zich in haar aanval op Celan bedient van antisemitische clichés. Nog in haar herinneringen uit 1978, La poursuite du vent, maakt ze Celan zwart. In de Duitse vertaling is de passage over Celan weggelaten, in de Nederlandse uitgave (ik bezit die uit 1999) helaas niet. In 2000 is alle beschikbare documentatie door Barbara Weidemann gepubliceerd onder de titel Die Goll-Affäre. Daarmee is definitief komen vast te staan dat het verwijt van plagiaat volkomen misplaatst was.

Het onterechte verwijt van plagiaat heeft Celan diep verwond en is voor hem een toetssteen geweest in de relatie met zijn vrienden. Het heeft zijn psychische problemen minst genomen verergerd en heeft mede veroorzaakt dat Celan vanaf 1962 afwisselend in verschillende klinieken is opgenomen.

Op 23 december 1952 is Celan getrouwd met Gisèle Lestrange. De in 2001 gepubliceerde briefwisseling tussen Paul Celan en Gisèle Lestrange is een waarlijk document humain. Gisèle Lestrange was beeldend kunstenaar en bekend zijn haar etsen bij de gedichten van Celan. Net als Celan was zij een begenadigd briefschrijver. De liefdesbrieven zijn ontroerend. Gisèle Lestrange begreep Celan en verstond zijn gedichten. Het Jood zijn van Celan was geen beletsel. Gisèle Lestrange, zelf afkomstig uit een katholiek adellijk geslacht, was volledig doordrongen van de centrale betekenis daarvan voor Celan. In de brieven heb ik niets aangetroffen wat erop zou kunnen wijzen dat Gisèle Lestrange de reacties van Celan op onterechte kritieken of op het verwijt van plagiaat niet begreep of overtrokken vond. Gisèle Lestrange is tot het eind toe Celan trouw gebleven hoewel Celan haar niet altijd trouw is geweest. Celan was bovendien geen gemakkelijke man om mee te leven. Wir werden standhalten zijn woorden die in de brieven met enige regelmaat terugkomen. En zelfs toen de psychische problemen zo ernstig waren dat Celan haar en hun zoon Eric met een mes te lijf is gegaan en samenwonen niet doenlijk meer was, liet Gisèle Lestrange Celan niet los, lieten zij elkaar niet los. Ich habe keine Frau so geliebt, wie ich Dich geliebt habe, wie ich Dich liebe, schrijft Celan begin 1970. In de nacht van 19 op 20 april 1970 heeft Celan zich in de Seine bij de Pont Mirabeau verdronken. Drie maanden daarvoor had Celan nog geschreven: Ich habe in meinen Gedichten ein Äusserstes an menschlicher Erfahrung in dieser unserer Zeit eingebracht.

Paul Celan - Die Goll-Affäre, Suhrkamp, 2000. Paul Celan - Gisèle Celan-Lestrange, Briefwechsel, Suhrkamp, 2001 Deze uitgave bestaat uit twee banden. Band 1 bevat de brieven en band 2 een uitvoerig commentaar.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.
geachte heer Frijda, ik was/ben bijzonder geboeid door uw webcolumns over Paul Celan.zij vormen nu een onderdeel van de besprekingen over deze dichter bij onze poezieclub LAA (LeesAtelierAmsterdam).Guda Kos vertelde mij over haar ontmoeting met u. Wellicht kunnen we elkaar ook nog eens ontmoeten. Schrijft u deze columns nog steeds? Ik zie ze niet meer! Hartelijke groeten, Kees Blokker

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009