Appelfeld en de taal

Leo Frijda

vrijdag 12 oktober 2012

De nieuwe roman van Aharon Appelfeld, De man die niet ophield met slapen, verschijnt dit najaar bij uitgeverij Anthos in de vertaling van Kees Meiling. Deze roman, uit 2010, is één van de meest gevoelige boeken die Appelfeld heeft geschreven en neemt een centrale plaats in binnen het werk van de februari jl. tachtig jaar geworden Israëlische schrijver.

De roman lag al verscholen in eerdere boeken van Appelfeld, vooral Het verhaal van een leven en Het tijdperk der wonderen. In Beyond despair, opgedragen aan zijn ouders, zijn drie lezingen en een gesprek met Philip Roth gebundeld. Ook daarin is al onder woorden gebracht wat Appelfeld in De man die niet ophield met slapen heeft uitgewerkt. Oblivion and awakening are the fixed poles between which we have lived many years, schreef Appelfeld in zijn inleiding op Beyond despair. Over die jaren tussen vergetelheid en ontwaken gaat zijn nieuwe boek. Het is niet zonder meer autobiografisch, maar wel, wat is genoemd,imaginary autobiography.

Uit het gesprek met Philip Roth twee citaten omdat Appelfeld daarin de twee thema’s al aanduidt, het ouderlijk huis en de Hebreeuwse taal, die in De man die niet ophield met slapen eerst nog met elkaar strijden maar uiteindelijk met elkaar verbonden raken waardoor hij in die taal kan schrijven over wat hem in zijn jonge jaren is overkomen.

The need, you might say the necessity, to be faithfull to myself and to my childhood memories made me a distant, contemplative person. My contemplation brought me back to the region where I was born and where my parents’ home stood. That is my spiritual history, and it is from there that I spin the threads.

If it weren’t for Hebrew, I doubt whether I would have found my way to Judaism. Hebrew offered me the heart of the Jewish myth, its way of thinking and its beliefs, from the days of the Bible to Agnon.

De zeventienjarige hoofdpersoon van De man die niet ophield met slapen, afkomstig uit Czernowitz, is al enkele jaren vóór de stichting van de staat Israël via Italië naar Palestina gekomen, zonder zijn ouders, meegenomen door andere vluchtelingen die hem de slapende jongen noemen. In zijn slaap gaat Erwin, die nu Aharon heet, terug naar zijn geboorteland, waar zijn ouderlijk huis stond, en praat hij met zijn vader en moeder. Maar eigenlijk is de titel slechts de helft van het verhaal. Van dag tot dag ontwaakt hij meer en meer uit zijn slaap en leert hij, letterlijk, op eigen benen te staan. Het ontwaken gaat stap voor stap, de zinnen waarin hij in zijn slaap met zijn ouders praat veranderen bijna onmerkbaar van toon, zoals in de muziek van Steve Reich, totdat Aharon zichzelf heeft teruggevonden, niet alleen met de draden naar het verleden maar ook met een nieuwe opdracht, schrijven, en vooral ook met een nieuwe taal.

Celan en Appelfeld zijn allebei in de Boekovina geboren, Celan in Czernowitz en Appelfeld in het daar vlakbij gelegen Sadagora, nu ook deel uitmakend van Czernowitz. Zelf hebben zij de sjoa overleefd maar hun moeders zijn door de nationaalsocialisten vermoord. Duits, de moedertaal van Celan en Appelfeld, is daardoor besmet. Celan dichtte: verdraag je dan, moeder, als toen, ach, als thuis, het zachte, het pijnlijke rijm van het Duits? Appelfeld leerde een nieuwe taal en schreef zijn boeken niet in het Duits maar in het Hebreeuws. Ook dat doet pijn. Aharon, de slapende jongen, heeft zijn moeder beloofd om haar taal te koesteren, zodat hij voor altijd met haar verbonden zal blijven. Maar als hij in zijn slaap met zijn moeder praat, zegt zij hem dat de taal van de zee, de nieuwe taal die hij aanleert, zijn moedertaal zal wegdrukken. En dat is ook zo, want hoe meer Aharon zich zijn nieuwe taal eigen maakt, hoe minder hij zich nog van zijn moedertaal herinnert. Hij verliest zijn moedertaal en is bevreesd dat hij niet meer, zoals vroeger, met zijn moeder zal kunnen praten. In de loop van de roman wordt deze vrees minder. Ook als ik alle woorden ben vergeten, weet Aharon, dan nog zal ik voor altijd met je samen zijn en altijd weer zullen wij met elkaar spreken zoals wij dat vroeger hebben gedaan.


Appelfeld: iedere emigrant draagt twee talen met zich,
twee landschappen, twee werelden.
In ‘verandering van taal’, een film van Nurith Aviv, 2004.

Taal is voor Appelfeld meer dan een hulpmiddel om te communiceren. De taal is een melodie en die melodie klinkt anders in zijn geboorteland dan in zijn nieuwe land. De moedertaal van Aharon, de slapende jongen, is verbonden met het land aan de oevers van de Proet. Als hij slaapt, ziet hij beelden uit zijn jeugd, ruikt hij de geuren van vroeger, voor hem is daar alles fris als na een regenbui. Die beelden, schrijft hij, tonen de liefde die mij in mijn jeugdjaren heeft omringd. Iedere nacht weer keert hij in zijn slaap terug naar zijn geboortestad en ziet hij de lange laan die naar het ouderlijk huis aan de rand van de stad loopt.

Maar er is voor Appelfeld nog een probleem met het Duits. Duits is niet alleen de taal van zijn moeder, het is ook de taal van de assimilatie. Czernowitz was, in de woorden van Appelfeld, een zeer Joodse maar ook zeer geassimileerde stad. De grootouders leefden veelal nog volgens de Joodse traditie maar voor de Duitstalige ouders gold dat zij zich daar niet langer mee verbonden voelden. Ik kom, schreef Appelfeld in Het verhaal van een leven, uit een geassimileerd milieu, waarin geen enkel spoor was van een godsdienstig geloof. In *De man die niet ophield met slapen is dit niet anders. In het ouderlijk huis van Aharon werd niet gebeden, op sjabbat ging men naar het tennispark en speelde vader schaak. Als Aharon de namen van zijn vader en van zijn moeder in Hebreeuwse letters schrijft, komen zij hem als verkleed voor. Grootvader echter, denkt Aharon, had zich verheugd om zijn naam in het Hebreeuws te lezen want zijn leven lang had hij zich zorgen gemaakt of ik mij nog wel aan de Joodse geboden zou houden.

Het is de Tora die Aharon, de slapende jongen, uitnodigt om Hebreeuws te leren. Door gedeelten uit de Tora over te schrijven raakt Aharon steeds meer gewend aan de Hebreeuwse woorden en de melodie van zijn nieuwe taal. Ik heb mij de Hebreeuwse letters eigen gemaakt en ze staan nu in mij gebeiteld. Maar het overschrijven van de Tora leert hem meer dan letters en woorden, het maakt hem ook vertrouwd met de teksten die hij heeft overgeschreven.

Aharon wil schrijver worden net als zijn vader eens was. Zijn vader vond echter geen uitgever voor de boeken die hij schreef. Als Aharon in zijn slaap met zijn vader praat, vertrouwt die hem toe dat Aharon zal doen wat hemzelf niet is gelukt, verhalen schrijven die worden uitgegeven. Eerst is ook zijn vader sceptisch over de inspanningen van Aharon om een nieuwe taal te leren. Maar daarna komt hij tot het inzicht dat Aharon, anders dan hijzelf, het geloof van de grootouders heeft meegekregen. Zij zullen hem de weg wijzen zodat hij weet wat hij moet doen.

Uiteindelijk lukt het Aharon in het Hebreeuws de eerste regels van een verhaal te schrijven. Appelfeld gebruikt het beeld van de gesloten poort die de slapende jongen de weg naar het schrijverschap had versperd. De poort staat nu open en de slapende jongen is ontwaakt. Aharon kan verder gaan al doet het hem nog steeds pijn dat zijn taal nu een andere is dan de taal waarin zijn moeder haar liefde voor hem heeft uitgedrukt en zijn vader zijn boeken heeft geschreven.

Aan het eind van de roman wil Aharon, als hij in zijn slaap met zijn moeder praat, dat zij hem haar zegen geeft. Dat kan zij helaas niet doen want, zegt ze, vroeger kende ik de gebeden en de zegenspreuken wel maar in de loop van de tijd ben ik ze vergeten. Ik kan slechts mijn voorouders vragen je te zegenen. Ik wil je daarom omarmen en dat is mijn zegen. Aharon, schrijver geworden, wil teruggaan naar het land van zijn voorouders, maar zijn moeder raadt hem dat af want daar is het koud en gevaarlijk. Wacht tot je vader uit de kampen is teruggekeerd, zegt ze. Hij zal je helpen.

3 + 3 = ?

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.