Franz Kafka en Mania Tschissik

Leo Frijda

vrijdag 3 december 2010

Gisteravond in Savoy Shulamit van Goldfaden, noteert Kafka op 14 oktober 1911 in zijn dagboek. Kafka beschrijft de voorstelling uitgebreid. De rol van Shulamit werd gespeeld door Mania Tschissik. Zij speelde Shulamit, noteert Kafka een week later, met losse haren waardoor haar wangen bedekt waren. Haar bleke gezicht leek een meisjesgezicht uit vroegere tijden. Kafka is zoals altijd een scherp waarnemer:

Ihr Gang bekommt leicht etwas Feierliches, da sie die Gewohnheit hat, ihre langen Arme zu heben, zu strecken und langsam zu bewegen. Besonders als sie das jüdische Nationallied sang, in den grossen Hüften schwach schaukelte und die parallel den Hüften gebogenen Arme auf und ab bewegte, mit ausgehöhlten Händen, als spiele sie mit einem fliegenden Ball.

Kafka weet zo te schrijven dat je het voor je ziet. Zijn dagboeknotities, zo is wel opgemerkt, lijken soms als een film gemonteerd. In zijn mooie opstel over Kafka in de bioscoop (opgenomen in het postuum samengestelde en onlangs in Nederlandse vertaling uitgekomen Campo Santo) gaat W.G. Sebald daar dieper op in. Ook op de dagboekaantekening van 23 oktober 1921: Nachmittag Palästinafilm. Maar daarover de volgende keer. In deze column over Mania Tschissik volstaat dat Sebald in zijn opstel ook aan haar een passage wijdt:

Wat aan fotografische beelden zo ontroerend is, is dat ze ons soms iets van gene zijde lijken toe te wuiven. Kafka wist zulke beelden, zoals uit veel van zijn dagboeknotities valt op te maken, in de werkelijkheid zelf vast te leggen met behulp van momentopnamen die hij met zijn even gevoelige als ijskoude ogen maakte. Aan mevrouw Tschissik, de Joodse actrice, merkte hij op een keer vooral ‘het in twee golven gelegde, door het gaslicht beschenen haar’ op, en iets verder in dezelfde persoonsbeschrijving komt hij op de voorbereiding van haar gezicht te spreken. ‘De poeder’, zo noteert hij, ‘die ik tot nu toe heb zien gebruiken, haat ik, maar als die witte kleur, die laag boven de huid zwevende sluier van een enigszins verdofte melkkleur door de poeder wordt veroorzaakt, dan moeten ze zich maar allemaal poederen’.


Abraham Goldfaden (1840-1908)

Na haar rol in Shulamit speelde Mania Tschissik ook in Bar Kokhba van Goldfaden en Kafka had bloemen voor haar meegebracht met op het kaartje de woorden ‘uit dankbaarheid’. Op 5 november 1911 schrijft Kafka daarover in zijn dagboek de vaak geciteerde zinnen: Ich hatte gehofft durch den Blumenstrauss meine Liebe zu ihr ein wenig zu befriedigen, es war ganz nutzlos. Es ist nur durch Literatur oder durch den Beischlaf möglich.

Kafka was in 1911 al 28 jaar maar keek als een verliefde ‘jesjiewebocher’ op afstand naar Mania Tschissik die toen 30 jaar oud was. Hij dorst haar niet rechtstreeks aan te kijken, laat staan aan te spreken, schüchterne Schwärmerei, die er für Liebe hielt, schrijft Reiner Stach, één van zijn biografen. Te betwijfelen valt of Mania Tschissik er zelf veel van heeft gemerkt.

Mania (ook wel Amalie) Tschissik was in 1881 in het Poolse Tschestochau (Czestochowa) geboren en, na van huis te zijn weggelopen, al op jonge leeftijd getrouwd met de veertien jaar oudere Emanuel Tschissik. In 1900 en 1903 werden uit dit huwelijk twee kinderen geboren, één in Warschau en één in Londen. Voor Kafka was zij aanbiddelijk en hij maakt gewag van de kracht die uit haar verschijning spreekt. Was het wel zo’n aantrekkelijke vrouw? Kafka zelf merkt al op dat bijna niemand haar hübsch vindt. Isaac Bashevis Singer (die haar vermoedelijk nooit gezien zal hebben) vermeldt in zijn vertelling Een vriend van Kafka: ‘In Praag had ze nog iets. Nu is ze lelijk’. Ernst Pawel noemt Mania Tschissik in zijn biografie over Kafka een ‘snel verwelkende vrouw’.

Guido Massino heeft in zijn boek Kafka, Löwy und das Jiddische Theater het leven van Mania Tschissik proberen te reconstrueren. En dan blijkt dat zij zich altijd voor het Jiddisje toneel is blijven inzetten. Massino heeft haar teruggevonden in Londen waar zij de naam Milly Chissick had aangenomen en zich tot in de naoorlogse jaren sterk heeft gemaakt voor een klassieke interpretatie van de stukken van Goldfaden en Gordin. Zij trad die jaren op in de Jiddisje theaters van Londen, in het Pavillon Theatre en ook in het Grand Palais, het laatste grote Jiddisje theater in Europa dat in 1970 zijn poorten moest sluiten. Mania Tschissik stierf in 1976, 95 jaar oud. Het is de vraag, schrijft Massino, of zij heeft geweten dat zij een plaats in de wereldliteratuur is gaan innemen. Ik heb me ook afgevraagd of zij Dora Diamant, de latere levensgezellin van Kafka, heeft ontmoet die zich in het Londen van na de oorlog eveneens heeft bezig gehouden met het Jiddisje theater. Noch in het boek van Massino noch in de biografie over Dora Diamant blijkt daar iets van. In het boek van Massino staat wel een foto waarop Dora Diamant in Londen samen met anderen uit de wereld van het Jiddisje theater te zien is. Maar onder hen niet Mania Tschissik.


Milly Chissick omstreeks 1950
(afbeelding uit het boek van Massino)

Er zijn wel andere foto’s van Mania Tschissik. Guido Massino heeft die in zijn boek afgedrukt. Ook een foto uit 1950 die ik in deze column overneem. Milly Chissick, zoals zij zich toen noemde, was op dat moment ongeveer 69 jaar. Het is maar de vraag of Singer en Pawel, als ze deze foto’s hadden gezien, over een lelijke, snel verwelkende vrouw hadden geschreven.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009