Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers

Leo Frijda

vrijdag 8 februari 2013

Joseph Roth moet in Parijs ook wel eens het café Le Select aan de Boulevard Montparnasse hebben bezocht, want hij gebruikte briefpapier van dat café voor zijn brief aan Stefan Zweig van 31 december 1937. Lieber Freund, die alte Freundschaft besteht, begint Roth die brief aan Zweig.

Over de vriendschap tussen Roth en Zweig wil ik het pas 5 maart aanstaande tijdens mijn lezing voor Crescas hebben. Nu gaat het me om het café Le Select, één van de mooiste cafés van Parijs waar wij graag komen. Daar resideert de vermaarde cafékat Mickey. Zelden heb ik een meer majestueuze en stoïcijnse kat gezien. Mickey laat het minzaam toe dat cafébezoekers hem aanhalen en kunstenaars hem vereeuwigen. Zijn portret is al bij leven aan de muur van het café gehangen.


Mickey in Café Le Select
© Beatrice Szapiro

Mijn vriend Sam, eens een speelse kat, is op zijn oude dag bijna even majestueus en stoïcijns als Mickey. Dat komt hem goed van pas in zijn relatie tot de jonge hond, Tess, die intussen ook haar intree heeft gemaakt. Hebben wij nog moeite om Tess bij te brengen wie het voor het zeggen heeft, Sam weet van nature duidelijk te maken dat hij in de rangorde veel hoger staat dan Tess. Hond en kat accepteren elkaar en dat is alleen maar anders als Tess een speelse bui heeft. De eerste keer dat Tess zich aan te wild gedrag te buiten ging, heeft Sam haar met zijn nagels van achteren een flinke tik op de kont gegeven. Sindsdien hoeft hij slechts zijn poot op te tillen om Tess duidelijk te maken dat hij van dit, in zijn ogen overdreven, gedrag niet gediend is.

Deze wat persoonlijke aanloop brengt me opnieuw bij Milena Jesenská. Na mijn column over Ravensbrück, het boek van Sem-Sandberg, bedacht ik me ineens dat ik de kat van dochter Honza had gemist. Maar die kat staat wel degelijk in het boek van Sem-Sandberg. Als Milena 11 november 1939 gevangen is genomen, gaat Honza met haar kat naar het adres dat Milena haar van te voren had opgegeven. Honza is Jana Černá die in Kafka’s Milena heeft opgeschreven wat zij zich nog van haar moeder herinnert. Zij vertelt dat zij een kat had gevonden en van haar moeder mocht houden. It was allways I who used to keep cats. Now I’m old and you’re grown up, it’s your turn to have a kitten …, moet Milena haar hebben gezegd. Ook Jana Černá schrijft dat zij haar kat 11 november 1939 meeneemt naar het door Milena opgegeven adres van Fredy Mayer en zo is het dus in het boek van Sem-Sandberg terecht gekomen.

Er is echter nog een verhaal over de kat van Honza. Het staat in het boek van Margarete Buber-Neumann, Milena, de vriendin van Kafka, vertaald door Rachel Klein. Dat verhaal neem ik hier over. Om de kat te eren. Het speelt, zo begrijp ik, ten huize van de familie Mayer na de arrestatie van Milena.

Bij één gebeurtenis verwierf de kater (…) het respect van de hele familie. Dat gebeurde toen de Gestapo in de woning verscheen om Fredy Mayer te arresteren. Drie mannen woelden kasten en boekenplanken om toen plotseling uit een donkere hoek de grote kater in een gewaagde boog een Gestapoman van achteren op de schouder sprong en zijn nagels door het uniform heen sloeg. De heer van de geheime politie schrok zich dood en raakte geheel van streek. De huiszoeking werd onmiddellijk afgebroken.

Helaas werd Fredy Mayer niettemin zonder verdere formaliteiten naar de gevangenis afgevoerd.

Dan iets geheel anders, namelijk de muzikaliteit, of liever het gebrek aan muzikaliteit, van Joseph Roth en Franz Kafka.

Ich bin völlig unmusikalisch. Aber die Vögel hör ich gern singen, moet Joseph Roth tegen Soma Morgenstern hebben gezegd. Maar Morgenstern, net als Stefan Zweig een vriend van Roth, geloofde niet dat een zo gevoelig mens als Roth niet muzikaal zou zijn. Ik hield hem voor, schrijft Morgenstern in Joseph Roths Flucht und Ende, dat er maar weinig mensen zijn die honderd procent onmuzikaal zijn: Meistens behaupten das sogar sehr musikalische Menschen, die keine musikalische Bildung haben und demzufolge ein ernstes Werk der klassischen Musik nicht verstehen. Joseph Roth hield echter vol dass er musikalisch ungebildet sei und kein Interesse für Musik habe.

Ook Franz Kafka vond zichzelf onmuzikaal. Op 13 december 1912 vermeldt hij in zijn dagboek dat hij naar een concert van Brahms is gegaan en schrijft hij (in de vertaling van Nini Brunt): Het essentiële van mijn onmuzikaliteit is, dat ik muziek niet in haar geheel genieten kan, alleen zo nu en dan heeft ze een effect op mij en hoe zelden is dat effect muzikaal. Ook in één van zijn brieven aan Milena Jesenská schrijft Kafka: weisst Du eigentlich, dass ich vollständig, in einer meiner Erfahrung nach überhaupt sonst nicht vorkommenden Vollständigkeit unmusikalisch bin.

Net als bij Joseph Roth wordt het gebrek aan muzikaliteit bij Kafka genuanceerd door een vriend, die hem goed heeft gekend. In zijn biografie van Kafka schrijft Max Brod dass Kafka, wie zum Ausgleich für die besondere Gabe seiner musikalischen Sprachkunst, der eigentlichen Musikbegabung ermangelte. En dan volgt een interessante toevoeging van Brod:

Ich habe es öfters beobachtet, dass manche Autoren, deren Verse oder Prosa alle Zeichen guter Musik tragen, ihre musikalische Kraft gleichsam in der Sprache ausgeben, so dass für das Tonreich keine spezifische Eignung mehr übrigbleibt. Kafka spielte kein Instrument. Einmal sagte er mir, er könne die ‘Lustige Witwe’ nicht von ‘Tristan’ unterscheiden. Daran stimmt jedenfalls so viel, dass er sich um Kennenlernen hoher Musik nie sehr bemüht hat. Aber ein natürliches Gefühl für Rhythmus und Melos fehlte nicht.

Over de muzikaliteit van Roth en Kafka zeggen Morgenstern en Brod in wezen hetzelfde. Roth en Kafka beweren wel onmuzikaal te zijn maar dat komt alleen omdat zij hun muzikaliteit niet hebben ontwikkeld en voorrang hebben gegeven aan hun literair talent.

Iedereen is muzikaal luidt zelfs de titel van het boek van mijn buurtgenoot Henkjan Honing, de Amsterdamse hoogleraar muziekcognitie. Honing zal, zo vermoed ik, Brod bijvallen. Ik kreeg dat boek van hem cadeau en het begint, tot mijn geruststelling, als volgt:

Als je met mensen praat over muzikaliteit, krijg je vaak reacties in de trant van: ‘O, maar ik ben helemaal niet muzikaal, hoor.’ Of: ‘Ik kan absoluut geen toon houden.’ Vraag je even door, dan blijkt echter dat de meesten een kast vol cd’s hebben en dat ze vaak, en met veel plezier, naar muziek luisteren.

Noot:
Luc De Cloedt, lezer van deze columns, wees mij erop dat april aanstaande bij Uitgeverij Voetnoot in de serie Moldaviet negen door Irma Pieper vertaalde columns van Milena Jesenská verschijnen onder de titel De Weg naar eenvoud.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009