Klassenfoto met Walter Benjamin

Leo Frijda

vrijdag 31 mei 2013

Deze zomer organiseert Crescas een vijfdaagse cursus over de Duits-Joodse filosoof Walter Benjamin. Samen met The Amsterdam-Maastricht Summer University en de faculteit filosofie van de Vrije Universiteit. Deze bijzonder interessante cursus gaat over de filosofische basis van zijn werk.

In mijn zoektocht door de Joodse literatuur van de vorige eeuw kwam ik Benjamin regelmatig tegen. Zo noemde ik hem in mijn column over de briefwisseling tussen Hannah Arendt en Gershom Scholem. Benjamin schreef bovendien indringende teksten over Franz Kafka en poëtisch verdichte herinneringen aan zijn jeugd in Berlijn. Zijn belangrijke essay over Kafka uit 1934, Zur zehnten Wiederkehr seines Todestages, is in vertaling opgenomen in Proces-verbaal van Franz Kafka, SUN, Nijmegen 1987. Berliner Kindheit um Neunzehnhundert is in 1974 in vertaling verschenen in de serie privé-domein van de Arbeiderspers. Antiquarisch zijn beide uitgaven gemakkelijk te vinden.

Walter Benjamin werd 15 juli 1892 in Berlijn geboren in een zeer welvarend, geassimileerd gezin. Hij bezocht het Kaiser-Friedrich Gymnasium aan de Savignyplatz in Berlijn-Charlottenburg. En daar wil ik het in deze column over hebben omdat vorig jaar bij Siedler Verlag, München, Klassenbild mit Walter Benjamin, Eine Spurensuche, is verschenen (ook als e-book te downloaden). Momme Brodersen beschrijft daarin de levensloop van Benjamin en zijn klasgenoten aan de hand van hun eindexamenfoto uit 1912. Benjamin neemt in die beschrijving geen prominentere plaats in dan de andere leerlingen. Ook over hen heeft Brodersen veel weten te achterhalen. Zo is in beknopte vorm een boeiend tijdsbeeld ontstaan.

De uitgever stuurde mij desgevraagd de best mogelijke afdruk van de klassenfoto en ik kreeg toestemming die hier over te nemen. In 1972 heeft één van de medeleerlingen van Benjamin, Fritz Strauss, de foto aan Gershom Scholem gegeven. Achterop de foto heeft Scholem genoteerd dat Strauss hem vertelde dat Benjamin in één van de bankjes op de tweede rij zit. Volgens Strauss is Benjamin de tweede leerling links. Scholem zelf meende daarentegen dat de leerling die op de eerste rij helemaal links zit, het meest op Benjamin lijkt. De foto is echter te onduidelijk om daarover met zekerheid iets te kunnen zeggen. Een medeleerling uit die tijd is nog de meest betrouwbare bron, zodat we het maar op de door Strauss aangewezen leerling houden. Eerlijksheidshalve moet daar nog aan worden toegevoegd dat Brodersen, die naar ieder van de leerlingen onderzoek heeft gedaan, in de analen van de school heeft teruggevonden dat in 1912 eindexamen werd gedaan door 22 leerlingen en dat slechts 20 van hen op de foto staan. Volgens Brodersen zou het dus zelfs zo kunnen zijn dat Benjamin helemaal niet aanwezig was toen de foto werd gemaakt.

De leerlingen van het Kaiser-Friedrich Gymnasium, allemaal jongens, kwamen overwegend uit de hogere en gegoede Berlijnse kringen. De beroepen van de vaders zijn bij ieder van hen vermeld. In 1912 was van de in totaal 820 leerlingen (naast het gymnasium telde de school ook Realschulklassen) ongeveer 35 procent Joods. In de eindexamenklas 1912 waren zelfs 13 van de 22 leerlingen Joods. Het merendeel dus. Daarover werd kennelijk wel eens geklaagd. Brodersen citeert uit door hem gevonden archiefstukken:

Ueber den starken Prozentsatz der jüdischen Schüler ist wiederholt berichtet worden; wenn er auch bedauerlich ist, so sind doch irgend welche Misstände bei der wirtschaftlichen Lage und den geistigen Interessen der Kreise, aus denen die Schüler stammen, nicht hervorgetreten.

Met zijn vrienden maakte Benjamin reizen waarvan hij dagboeken bijhield. Zo maakte hij Pinksteren 1911 samen met klasgenoten Steinfeld en Blumenthal (Benjamin noemt zijn vrienden altijd bij de achternaam) een reis naar Thüringen. En Pinksteren 1912 maakte hij samen met zijn klasgenoten Katz en Simon een Bildungsreise naar Italië. Uit het eerste dagboek haal ik de volgende passage aan:

12.4.11. Heute ist Jontew. Eben habe ich der Hagadda gelesen. – Beim Essen sagt Herr Chariz immer: “Ja, was soll man an Jontew machen” (d.h. kochen) Man sagt nicht: guten Tag, sondern: gut Jontew. Beim Abendbrot stand ein dreiarmiger Leuchter auf dem Tisch. Gott sei Dank wurde nicht Seder gemacht. Es wäre wohl sehr interessant gewesen und es hätte mich vielleicht auch ergriffen aber es wäre mir für mich wie unheiliges Theater vorgekommen.

De dagboeknotitie bevestigt dat Benjamin uit een geassimileerd gezin kwam. De schoolvrienden met wie hij omging, waren echter allen Joden. In het Duitsland van die tijd was dat meestal het geval.

Het Kaiser-Friedrich Gymnasium, gesticht rond de eeuwwisseling, had de naam van een moderne, liberale school. Niettemin namen Zucht, Ordnung und rechte Vaterlandsliebe een belangrijke plaats in. Benjamin was later, in zijn Berliner Chronik, niet erg te spreken over zijn middelbare school, al legt hij vooral een verbinding met het gebouw waarin de school gevestigd was: der ganze Bau ist von altjungferlicher, trauriger Sprödigkeit. Mehr noch als den Erlebnissen, die ich in seinem Innern hatte, ist es wahrscheinlich diesem seinen Äussern zuzuschreiben, dass ich keine einzige heitere Erinnerung an ihn bewahre. Dit kan echter mede liggen aan de tijd die Benjamin om gezondheidsredenen in het in Thüringen gelegen Landerziehungsheim Haubinda doorbracht waar hij sterk onder invloed kwam van de onderwijsvernieuwer Gustav Wyneken. In het werk van Benjamin zijn daarvan de sporen terug te vinden.


Walter Benjamin omstreeks 1910

Vaderlandsliefde bracht met zich dat de eindexaminandi die op de foto staan, zich in 1914 vrijwel allemaal vrijwillig voor het leger meldden. Dat gold ook voor de Joden onder hen. In dieser Stunde gilt es für uns aufs neue zu zeigen, dass wir stammestolzen Juden zu den besten Söhnen des Vaterlandes gehören, zo gaf de Reichsverein der Deutschen Juden het algemene gevoelen weer. Ook Benjamin meldde zich vrijwillig, al was het, schreef hij later, zonder enige Funken Kriegsbegeisterung im Herzen. Benjamin, die in eerste instantie was afgekeurd, onttrok zich in 1917 aan een nog steeds mogelijke dienstplicht door in Bern te gaan studeren.

Vier klasgenoten van Benjamin zijn in de Eerste Wereldoorlog omgekomen. Steinfeld, de reisgenoot van Benjamin in 1911, pleegde vermoedelijk zelfmoord door een in 1915 bij de geneeskundige troepen opgelopen kwikvergiftiging niet te laten behandelen. Theodor Böninger en Hans-Albrecht Korschel kwamen om in Galicië. Friedrich Bröseke in Darmstadt tijdens zijn opleiding tot piloot. Fritz Lefèvre vond de dood in Noord-Frankrijk.

Hoe is het de andere reisgenoten van Benjamin, Katz en Simon, volgens Brodersen vergaan? Erich Katz studeerde rechten en vestigde zich als advocaat en notaris in Berlijn. In 1933 probeerde hij weg te komen maar werd op verdenking van deviezensmokkel gearresteerd. Tot tien jaar tuchthuisstraf veroordeeld, werd hij in de beruchte strafinrichting Brandenburg-Görden opgesloten. Sinds 1937 ontbreekt van hem elk spoor. Franz Simon bracht het na zijn studie tot hoogleraar chemie in Berlijn en Breslau. Hij emigreerde in 1933 naar Engeland waar hij tot zijn dood, 31 oktober 1956, in Oxford heeft gewerkt. Het lukte hem uranium-235 te splitsen waardoor hij een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van de atoombom. Voor zijn wetenschappelijk werk is hij geridderd.

Van de dertien Joodse leerlingen van het Kaiser-Friedrich-Gymnasium zijn er acht aan de klauwen van de nationaalsocialisten ontstapt. Niet alleen Simon, maar ook Alfred Brauer, Werner Fraustädter, Max Grünberg, Werner Lachmann, Ernst Marcus, Franz Sachs en Fritz Strauss.

Brauer, een wiskundige, wist juni 1939 naar de Verenigde Staten te ontkomen waar hij op verschillende universiteiten les gaf. De jurist Fraustädter werd mede door zijn ervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog een overtuigd sociaal-democraat en was redacteur van de Jüdische Arbeiterstimme. Hij verliet Duitsland in 1933 en bereikte in 1935 Palestina. Fraustädter stierf 29 januari 1962 in Tel Aviv. Grunberg was eveneens jurist en ook hij verliet Duitsland in 1933. Hij ontsnapte uiteindelijk naar Chili waar hij tot zijn dood in 1953 heeft gewoond. De oogarts Lachmann is in 1939 naar Palestina ontkomen. Hij stierf 1 oktober 1971 in Haifa. Marcus kon in 1936 Duitsland verlaten nadat hij aan de universiteit van Sao Paulo tot hoogleraar zoölogie was benoemd. Hij stierf 30 juni 1968 in Brazilië. Sachs behoorde tot de vele juristen onder de klasgenoten. Hij emigreerde in 1935 naar Zuid-Afrika. Fritz Strauss, die in 1972 de klassenfoto aan Gershom Scholem gaf, wist al in 1933 Palestina te bereiken. Hij overleed 26 maart 1988 in Tel Aviv.

Vier van de niet-Joodse klasgenoten hebben zich bij de nationaalsocialisten aangesloten, Alfred Faeke, Walter Kränz, Lothar Nerger en Max Schoch. Nerger had in 1918 de Duitse nederlaag als ein grosses deutsches Unglück ervaren. Zijn toen al reactionaire politieke opvattingen sloten naadloos aan bij die van de nationaalsocialisten. Nerger studeerde theologie en werd in 1934 predikant in Berlijn. Hij was lid van de Glaubensbewegung Deutscher Christen, een antisemitische stroming die de bijbel van jüdischen Elementen und Einflüssen wilde ontdoen. Volgens ooggetuigen zou Nerger diensten hebben geleid in SA-uniform, duidelijk zichtbaar onder zijn toga.

Omgebracht door de nationaalsoscialisten zijn de Joodse klasgenoten Wolfgang Brandt, Erich Katz en Richard Salomon. Brandt bleef na 1933 in Duitsland. Hij werd tot dwangarbeid verplicht en 28 maart 1942 op transport gesteld naar het doorgangskamp Piaski bij Lublin. Daarna ontbreekt van hem elk spoor. Het lot van Katz, een schoolvriend van Benjamin, is hiervoor al aangehaald. De jurist Salomon is december 1942 naar Auschwitz gedeporteerd. Ook van hem ontbreekt elk verder spoor.

Daarmee is de geschiedenis nog niet helemaal verteld. Waarschijnlijk zullen Benjamin en zijn klasgenoten Bruno Tesch hebben gekend die twee jaar eerder aan de Kaiser-Friedrich Schule eindexamen had gedaan. Tesch ging chemie studeren en was in 1924 medeoprichter van de firma Tesch und Stabenow, Internationale Gesellschaft für Schädlingsbekämpfung. In 1942 was Tesch de enige eigenaar van deze firma en leverde hij Zyklon B voor de gaskamers van Auschwitz-Birkenau. Daarvoor heeft hij na de oorlog de doodstraf gekregen die in 1946 ten uitvoer is gelegd.

Walter Benjamin is in 1933, hij verbleef toen in het buitenland, niet naar Duitsland teruggekeerd. De Eröffnungsfeierlichkeiten des Dritten Reiches, zo liet hij zijn vriend Gershom Scholem weten, wilde hij geen eer bewijzen. Na een verblijf in Parijs probeerde hij met anderen illegaal Spanje te bereiken. Dat lukte, maar de vluchtelingen werden aangehouden door de Spaanse grenspolitie die dreigde hen terug te sturen. In de nacht van 26 op 27 september 1940 benam Benjamin zich in de grensplaats Port-Bou het leven. Het brengt het aantal slachtoffers van de sjoa onder de klasgenoten op vier.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009