Een laatste column

Leo Frijda

vrijdag 6 januari 2017

Acht jaar lang schreef ik columns voor Crescas, vooral over Joodse schrijvers. Crescas ben ik dankbaar dat mij die mogelijkheid werd geboden, want ik deed het met veel plezier. In het begin waren de columns enigszins educatief gekleurd, maar het was ook toen al tevens een zoektocht naar mijn eigen geschiedenis.

Ik ontdekte, zo beëindigde ik mijn eerste boek met een aantal oudere columns, dat veel schrijvers hebben geworsteld met hun jodendom, ze waren terechtgekomen in het onzekere gebied tussen assimilatie en traditie. Ze waren vaak Joden op bevel. Meestal niet erg orthodoxe Joden maar wel Joden die, ieder op hun eigen manier, hun jodendom niet konden en ook niet wilden loslaten. Ik ben Jood, ik ben Jodin, zei uiteindelijk ieder van hen. De titel van dat eerste boek was dan ook Het jodendom laat je niet los. Passend, voor mijzelf en, dunkt me, voor wat Crescas beoogt.

Daarna zijn mijn columns nog meer bepaald door eigen voorkeur. Dat vond zijn neerslag in de tweede bundel met columns, onder de titel Op het balkon van de elektrische tram. Daarin staat ‘mijn’ Kafka centraal. Mijn Kafka, schreef ik, is een Jood in Praag en staat op het balkon van de elektrische tram en is onzeker over zijn positie in deze wereld, in deze stad, in zijn familie. De voor Crescas geschreven columns over Kafka heb ik aangevuld met enkele nieuwe stukken en met bijdragen over schrijvers die in verband staan met Kafka en zijn tijd, of zich over Kafka hebben geuit. Het gaat daarbij, schreef ik in de inleiding op mijn tweede boek, vooral om mijn persoonlijke associaties en nasporingen bij het lezen van en over Kafka.

De titel, Op het balkon van de elektrische tram, is afgeleid van een verhaal van Kafka, De passagier, en ik kon het niet laten mij bij hem te voegen en ook plaats te nemen in die tram. Slechts af en toe liet ik daarover iets los. Bijvoorbeeld in het hoofdstuk waarin ik aanhaal dat Kafka in zijn jonge jaren bier placht te drinken samen met zijn vader. En in de hoofdstukken over Kafka en Joseph Roth in Parijs. Vooral echter in het laatste hoofdstuk: ‘Meer dan troost is: ook jij hebt wapens.’ Daarin gaf ik het woord aan Paul Celan, die zich in zijn gedichten vaak spiegelt aan Kafka. De Hebreeuwse naam van Kafka was ‘Anschel’ en Celan verbindt dit met de eigen achternaam, oorspronkelijk Antschel. Op internet vond ik een Paula Frijda-Anschel, waardoor ik, zo schreef ik ‘voorzichtig’, ‘op een eerbiedige afstand meedoe met Kafka en Celan’. ‘Kafka en Celan, twee van de grootste Joodse schrijvers die de vorige eeuw hebben doorleefd en ons in en met hun werk de hand reiken.’

De laatste maanden heb ik geen columns meer geschreven. Ik moest even bijkomen van een ongemak dat mij trof. Het bleek ook verstandig eens na te denken over wat ik de komende tijd graag zou willen doen. Geen nieuwe, mijn aandacht versnipperende columns maar, bedacht ik, de hiervoor bedoelde handreiking in een meer persoonlijk gekleurd perspectief uitwerken. Dat zou ik wel eens willen proberen. U moet mij dat maar gunnen, ook al kan ik er natuurlijk niet voor instaan dat het daadwerkelijk lukt.

De lezers van mijn columns wens ik een voorspoedig 2017. Van sommigen van hen kreeg ik af en toe een aardige reactie of interessante aanvullingen. Dan schrijft men niet in het luchtledige!

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.
Beste Leo, Dank voor acht jaar prachtige literaire columns. Ik voel mij bevoorrecht dat ik al die tijd je columns als eerste moest, en dus mocht lezen. Met jou samenwerken was een groot genoegen. Ik hoop te zijner tijd ook de neerslag van je 'meer persoonlijk gekleurd perspectief' te mogen lezen. Blijf gezond. Michel
Voor uw lezers, waaronder ik, jammer dat er voorlopig geen interessante literaire columns van uw hand meer verschijnen; maar ik wens u succes met uw 'meer persoonlijke gekleurde' project!
Geachte heer Frijda, Hartelijk dank voor uw altijd boeiende stukken! Ik heb er veel van geleerd. Ik wens u veel succes met uw nieuwe project en verheug me nu al op het resultaat. Groet, Rob van Dam.
Beste Leo, Bedankt voor al jouw mooie en ook leerzame columns. Ik heb ze al die tijd met plezier gelezen (en zelfs een tijd mogen redigeren). Ik wens jou zeer veel genoegen en succes met het nieuwe schrijfavontuur. Hartelijke groet en de beste wensen, Manja
Geachte heer Leo Frijda, Ik ben een Belgische niet-joodse lezer van uw columns op Crescas. Altijd het eerste waar ik naar uitkeek, ik miste u de laatste tijd wel een beetje. Goed om te lezen dat u het blijkbaar terug goed maakt. De columns zal ik missen maar misschien komt er iets anders van je hand op Crescas(dat kan ik niet goed opmaken uit uw tekst). Ik veronderstel dat Crescas uw geplaatste columns toegankelijk zal houden zodat de(toekomstige) lezers er inspiratie kunnen blijven opdoen. Bedankt voor het vele moois dat u ons lezers schonk.
Met dank voor die vele jaren met boeiende en leerzame columns.
Beste Leo, Spijtig dat je je lier aan de wilgen gaat hangen. Ik heb alle jaren met veel plezier je gedegen artikelen gelezen, en veel herkend waarover jij geschreven hebt. Met betrekking tot de Oosteuropese literatuur hebben wij veel aanknopingspunten. Ik hoop dat je ook toekomstig nog veel vreugde mag beleven bij het lezen en herlezen van de literatuur uit dit rijke en bewogen tijdperk. Hartelijke groeten, Hans
Dank voor je bijdragen, Leo! Jammer dat een hele leefwereld nu uit onze columns verdwijnt.
Beste Leo, Je zult gemist worden, ook door mij, maar al dat prachtige waardevollle materiaal dat je de afgelopen jaren hebt geschreven voor Crescas, blijft bewaard, en zal zeker worden 'hergebruikt' als een van 'jouw' schrijvers onder de aandacht komt. Heb het goed, wij zien en spreken elkaar zeker nog! Lieve groet, Raya
Beste meneer Frijda, Ik zal u gaan missen: uw nieuwe column was steeds het eerste wat ik las en als 'half-Middeneuropeaanse' was ik altijd erg nieuwsgierig naar wat u over 'mijn' Kafka en Roth zou schhrijven. Dankzij u heb ik de werken van Appelfeld leren kennen. Merci. Ik wens u veel succes en hoop nog veel van u te mogen lezen Margriet Hos
Geachte heer Frijda, Met enige regelmaat kijk ik op de site van Crescas om naar de nieuwe columns van Leo Frijda te kijken. Jammer dat u ermee ophoudt maar het is, als ik het goed begrijp, voor een goed (ander) doel. Ik reageerde al eens eerder, en wel op enkele columns over Jakob Wassermann, in het bijzonder over zijn Der Fall Maurizius. U vond het wel een nieuwe vertaling waard. Intussen begreep ik dat in Duitsland Wassermann eigenlijk niet meer gelezen wordt, geheel in tegenstelling tot tijdgenoot Joseph Roth. Ik heb het vertaalidee nog niet helemaal prijsgegeven. Mede door uw columns over Arnold Zweig stuitte ik op De Vriendt kehrt heim, in de jaren '30 vertaald door Nico Rost. Via de OBA kon ik het ter leen krijgen. Ik las het afgelopen weken en het boek intrigeert me, niet alleen door de naar Jakob Israel de Haan gemodeleerde De Vriendt en zijn 'dubbele gezicht' maar ook en misschien wel vooral door de schets van de ontwikkelingen in Palestina in de twintiger jaren en het 'gedoe' dat Zweig met het boek kreeg. Afgelopen november studeerde ik af aan de Vertalersvakschool en het bestuur stelt me nu in de gelegenheid met begeleiding van een ervaren vertaler aan een boekproject naar keuze te werken. Voor mij is De Vriendt kehrt heim een serieuze optie. Aan u drie vragen. Kent u de vertaling van Nico Rost en is die nog bruikbaar of gedateerd. Is, voor zover u weet, wel eens een poging gedaan om tot een herdruk van de oude vertaling of tot een nieuwe vertaling te komen? Waar zou ik een exemplaar van die oude vertaling op de kop kunnen tikken? Ik zou het zeer op prijs stellen een reactie van u te ontvangen. Met vriendelijke groet, Kees Wallis
Beste Kees Wallis, De vertaling van Nico Rost bezit ik in de uitgave uit 1939 in de Salamanderreeks. Die uitgave is antiquarisch nog steeds te vinden; zo zag ik het boek aangeboden op 'boekwinkeltjes.nl'. Zover ik weet is er geen herdruk of nieuwe vertaling. Maar zeker ben ik niet. Nico Rost vertaalde veel Duitstalige boeken en heeft daardoor in belangrijke mate bijgedragen aan de verspreiding van, vaak ook Joodse, Duitstalige literatuur. Zijn vertalingen zijn echter door de haast soms ook wat slordig. Of dat ook geldt voor zijn vertaling van het boek van Zweig durf ik niet te zeggen. U hebt de vertaling van Rost gelezen en bent dus ook bekend met het nawoord van Zweig waarin hij uitdrukkelijk schrijft met zijn hoofdpersoon niet De Haan te hebben bedoeld. Hij heeft alleen 'een schaduw van hem genomen'. In de biografie van Jan Fontijn over De Haan staat een passage over het boek van Arnold Zweig. (De bijgeplaatste foto is overigens niet van Arnod Zweig maar van Stefan Zweig!) Een van de valkuilen bij het lezen van zowel de roman van Zweig als de biografie van Fontijn is dat naar de situatie van Palestina in de jaren twintig gekeken wordt door de bril van de hedendaagse lezer. Dat vraagt behoedzaamheid. Laat u daardoor echter bepaald niet weerhouden om het boek van Zweig eventueel te gebruiken bij uw project. Daarmee veel succes en ik zou het plezierig vinden indien u mij op de hoogte houdt. Met vriendelijke groeten. Leo Frijda
Geachte heer Frijda, het is jammer dat ik niet meer genieten kan van uw columns. Ik heb ze steeds met zeer veel plezier gelezen. Het heeft mij genoegen gedaan dat u ook aan Edgar Hilsenrath aandacht besteedde. Ik heb veel van zijn boeken, vooral Nacht vond ik indrukwekkend en door uw column kreeg hij ook eens de aandacht die hij verdient. Dank daarvoor. Ik zal uw columns missen, en wens uw nog heel veel goeds met dank voor wat ik van u geleerd heb. Ik ben 85 maar ook dan kan men nog leren. Met vriendelijke groet S.Hennink-van Woerkom
Beste Leo Frijda. Ik ben journalist en zou graag met u in contact komen. Met vriendelijke groet Arthur

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009