Onze geschiedenis

Leo Frijda

vrijdag 14 augustus 2015

De vorige columns gingen over het Café des Westens en het Romanische Café. Het zijn cafés in het Berlijn van voor de oorlog die een deel zijn van onze geschiedenis. Ik had het voornemen vandaag iets te schrijven over enkele kort geleden verschenen boeken. Het zijn allemaal heel verschillende boeken, dus dat wordt, dacht ik, een potpourri. Maar al schrijvende zag ik toch wel degelijk een verband. In al die onderling zo verschillende boeken staat steeds een aspect van onze geschiedenis centraal.

Eerst weer terug naar Berlijn omdat uitgeverij Vantilt het boek met herinneringen van Walter Benjamin, Kinderjaren in Berlijn rond 1900, opnieuw heeft uitgegeven. De vertaling is van Hans Driessen. Een nieuwe vertaling is nodig, schreef ik twee jaar geleden, omdat na de vertaling uit 1974 alsnog een ‘Fassung letzter Hand’ is gevonden. In die ‘Fassung letzter Hand’ heeft Benjamin de nodige veranderingen in de tekst aangebracht en het is deze versie die in de nieuwe vertaling van Kinderjaren in Berlijn rond 1900 kon worden gebruikt.

Boven mijn column van twee jaar geleden staat: ‘De groeten van meneer onhandig’. Zo had Hans Hom in 1974 ‘Ungeschickt lässt grüssen’ uit het laatste verhaal, Het mannetje met de bochel, vertaald. Hannah Arendt had die woorden, ‘Ungeschickt lässt grüssen’ bovendien gebruikt om Benjamin maar ook Proust en Kafka te typeren. Ik zocht meteen op hoe Hans Driessen die woorden had vertaald. ‘De groeten van onhandige Harrie’, staat er. Deze vertaling roept bij mij helaas niet het gevoel op dat ik in navolging van Hannah Arendt had bij ‘De groeten van meneer onhandig’. Dit terzijde, want laat u vooral niet weerhouden deze bijzondere ‘in beelden gestolde herinneringen’ van Walter Benjamin in de nieuwe vertaling van Hans Driessen te gaan lezen.

Als je al jaren over Joodse literatuur schrijft, ontkom je er niet aan af en toe op boeken te wijzen die helaas nog niet zijn vertaald. Het geeft dan voldoening dat dit alsnog gebeurt. Over Edgar Hilsenrath schreef ik in 2012 drie columns en ik wees toen ook op de in 1997 verschenen ‘autobiografische roman’ Die Abenteuer des Ruben Jablonski. Maart van dit jaar is deze roman, vertaald door Elly Schippers, onder de titel De belevenissen van Ruben Jablonski, Een autobiografische roman, bij Ambo/Anthos verschenen. Daaruit heb ik indertijd al verschillende passages geciteerd. Hier wil ik liever - nogmaals - een citaat overnemen uit De thuiskomst van Jossel Wassermann, ook vertaald door Elly Schippers. In dat citaat, zo passend in een column met boeken over onze geschiedenis, waait de wind om de trein met de uit Sereth, een plaats in de Boekovina, gedeporteerde Joden.

En de wind buiten fluisterde de rebbe iets in het oor. En de rebbe knikte en zei: ‘Ja, je hebt volkomen gelijk. De gojim zijn dom. Ze plunderen nu onze huizen. En ze graven in onze tuinen. En ze denken dat we alles wat we bezaten achtergelaten hebben. En ze lachen in hun vuistje, terwijl ze niet weten dat we het beste hebben meegenomen.’
‘Wat is het beste?’, vroeg de wind.
En de rebbe zei: ‘Onze geschiedenis. Die hebben we meegenomen.’
En de wind zei: ‘Maar rebbe, dat kan toch niet. De geschiedenis van de joden is in het sjtetl achtergebleven.’
‘Nee,’ zei de rebbe, ‘je vergist je. Alleen de sporen van onze geschiedenis zijn achtergebleven.’

Ruim twee jaar geleden schreef ik over Die Fünf, de oorspronkelijk in het Russisch geschreven roman van Vladimir Jabotinsky (of Zjabotinski) over zijn geboortestad Odessa aan het begin van de vorige eeuw. Van die belangrijke roman is februari van dit jaar een Nederlandse vertaling verschenen onder de titel Afscheid van Odessa. De vertaling is van Otto Boele en Inge van Gemert. Ook in Odessa ligt onze geschiedenis.

De exil-uitgeverijen Allert de Lange en Querido zijn in deze columns regelmatig genoemd. Over Em. Querido’s Uitgeverij tijdens en na de bezetting is een door Willem van Toorn, Arjen Fortuin en Hugo van Doornum geschreven boek uitgekomen onder de titel Verborgen boeken. Aangekondigd is een biografie van Arjen Fortuin over Emanuel Querido, 1871-1943, Een leven met boeken, te verschijnen eind september van dit jaar. Ik haal Verborgen boeken echter vooral aan omdat daarin is opgenomen de brief van Querido aan de Rijkscommissaris voor de Bezette Nederlandse Gebieden, waarin hij stelt dat hij als Portugese Jood geen volbloed Jood is. Het heeft hem en anderen die deze weg hebben gevolgd niet geholpen. Querido is op 23 juli 1943 in Sobibor vermoord.

Na de oorlog is weinig subtiel geoordeeld over de poging van Portugese Joden zich aan deportatie te onttrekken door hun Jood-zijn te verloochenen. Een en ander kan echter niet als een zwarte bladzij in onze geschiedenis worden beschouwd. Een veel evenwichtiger benadering is te vinden in de bundel artikelen die de Amsterdam University Press heeft uitgegeven onder de titel Ontjoodst door de wetenschap en in het proefschrift van Jaap Cohen, De onontkoombare afkomst van Eli d’Oliveira, Een Portugees-Joodse familiegeschiedenis, uitgegeven door Querido.

De ‘Aktie Portugesia’ maakt slechts een onderdeel uit van dit prachtige proefschrift dat een belangrijk gedeelte van onze geschiedenis bestrijkt. De familiegeschiedenis begint al in de 17e eeuw. Ik heb het boek in één adem uitgelezen. Zoveel materiaal en zo goed geschreven! Hier kan ik het bij laten want Jaap Cohen zal in november bij Crescas zelf aan het woord komen. Laat u die kans niet ontgaan!

Tenslotte het boek van Judit Neurink, De Joodse bruid, Het verdwenen verleden van Irak, vorig jaar al verschenen bij Uitgeverij Jurgen Maas. Deze roman bevat eveneens een familiegeschiedenis maar wel van een familie die leefde in een deel van de wereld, Iraaks-Koerdistan, waarvan ik eerlijk gezegd maar bitter weinig weet.

De hoofdpersoon van dit boek, Zara, vindt het dagboek dat haar Joodse grootmoeder, Rahila, heeft verborgen toen zij om zich en haar familie te redden met een Moslim trouwde, een Moslim die dit wist en van haar hield. Al lezende in het dagboek van haar grootmoeder ontvouwt zich voor Zara de geschiedenis van de Joden in dit deel van de wereld. Uiteindelijk kan ze er niet omheen en beseft ze: ‘Ik ben niet zomaar een Koerdische. Ik ben een Joodse. In mij leven eeuwen Joodse geschiedenis voort.’

3 + 3 = ?
Geachte heer, Ik ben groot geworden met de verhalen van mijn moeder over grote, veelal Joodse, Nederlandse en Duitse toneelspelers en cabarettiers van voor de oorlog. Namen die velen nog nooit hebbn gehoord klinken mij heel bekend in de oren. Uw columns lees ik dan ook graag en met veel interesse. In verband met vakantie kwam ik er niet eerder toe te reageren op uw vorige column getiteld: Damals im Romanischen Café. U vermeldde daarin, dat dit gedicht op een (Frans?) chanson zou zijn gebaseerd. Dat klopt helemaal en u kunt de bladmuziek onder die titel op internet vinden. Ik had het u graag toegestuurd, maar het kennelijk beveiligd tegen opiëren, dus dat lukt niet. Het aardige van het gedicht is uiteraard het feit, dat het een aantal bekende namen noemt. zoals o.a. Kisch, wiens kleinzoon nu arts in israëlis. Kisch die dat fascinerende oorlogsdagboek schreef getiteld “Schreib dass auf Kisch”. Maar mij trof in het gedicht nog een naam, nl. die van Kortner, dos Jingel, Fritz Kortner, een van de allergrootste Oostenrijkse acteurs ooit. In zijn biografie deelt hij zijn leven in in twee periodes: een voor en een na Hitler. We maken in het boek kennis met alle groten van het Oostenrijkse en het Duitse toneel, die hij niet altijd even hoog aanslaat. en ook het publiek krijgt er nogal eens van langs. Zijn filosofie is uiterst boeiend en de beschrijving van zijn omgeving heel beeldend. Ik kan het iedereen aanraden: Aller Tage Abend. Groots! Met vriendelijke groeten, Roland van Geens
Vervolg Fascinerend vond ik zijn scherpe analyse van het opkomende antisemitisme in Oostenrijk, lang voor Hitler aan de macht kwam zie blz. 46 in zijn boek. Dat bracht hem er al in 1933 toe naar Engeland te vluchten. Wat ik in mijn eerste reactie vergat te vermelden zijn de geboorte- en sterfdata van Kortner, t.w. Wenen 12 mei 1892 en 22 juli 1970. Er is een tweede deel "Letzten Endes" , dat post mortem door zijn weduwe, de actrice Johanna Hofer, is bezorgd. Roland van Geens
Dank voor deze reacties en interessant wat u over Kortner schrijft. Ja, in het chanson komen verschillende namen voor. Over Kisch en zijn oorlogsdagboek schreef ik eerder, ook opgenomen in mijn boek 'Op het balkon van de elektrische tram'.
Wat een prachtig citaat uit de thuiskomst van......... Een wijsheid die je direct begrijpt. Zal het dan toch zo zijn dat wij door het mysterie gegrepen worden. Ik geloof niet in God maar in een kracht ;daar is dit citaat het bewijs van , voor mij althans.

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.