jewsandwords

Leo Frijda

vrijdag 16 augustus 2013

The atheists of the Book, zo stellen Amos Oz en zijn dochter Fania Oz-Salzberger zich met een zekere nadruk voor in hun boek jewsandwords. Het is dan ook een persoonlijk gekleurd verhaal over wat volgens hen de Joden typeert en de Joodse familie bij elkaar houdt. Een boeiend en bovendien ook sympathiek boek want het laat alle ruimte om mee te denken en met hen van mening te verschillen. Ook vader en dochter zijn het niet altijd met elkaar eens. Dan is alleen the novelist among us of the historian among us aan het woord.

Amos Oz en Fania Oz-Salzberger zijn secular Jewish Israelis. Ze geloven niet in God en de Tora beschouwen ze als een door mensen geschreven boek. Daar voegen zij echter onmiddellijk aan toe dat zij as Jewish atheists, take religion to be a great human invention. Bovendien, the Hebrew Bible is a magnificent human creation.

En daarmee vallen de oude geschriften uitdrukkelijk binnen hun gezichtsveld. Ze putten daaruit uitvoerig ter ondersteuning van wat zij te zeggen hebben:

Simply put, our thesis is this: in order to remain a Jewish family, a Jewish family perforce relied on words. Not any words, but words that came from books.

In jewsandwords staan daarover prachtige zinnen waarvan ik er twee graag aanhaal:

The (Jewish) children were made to inherit not only a faith, not only a collective fate, not only the irreversible mark of circumcision, but also the formative stamp of a library.

Centuries passed, they (the Jews) migrated, they moved, they ran, they trudged, and they carried the books on their backs.

Ook vader en dochter Oz dragen hun boeken mee. We nonbelievers, schrijven ze, remain Jews by reading. Als jewsandwords eerder was verschenen, had ik deze woorden graag als motto genomen voor mijn boek, Het jodendom laat je niet los, over Joodse schrijvers en hun jodendom. Dit motto had mooi mijn persoonlijke motivatie verwoord die leidde tot columns over Heinrich Heine en Franz Kafka, over Else Lasker-Schüler en Bernard Malamud. Waarom ik hier juist hen noem, blijkt hierna.

Twee weken geleden ging mijn column over Voor de wet, het bekende verhaal van Kafka, opgenomen in de roman Het proces. Het mooie van dit verhaal is, schreef ik, dat Joodse traditie en moderne literatuur elkaar raken. Kafka gebruikt beelden die refereren aan Tora en Talmoed maar geeft de moderne lezer, Jood en niet-Jood, alle ruimte om daar zelf een eigen betekenis aan te geven. Ik zou dus denken dat Kafka en Oz, hoewel verschillende persoonlijkheden, levend in andere tijden en op andere plaatsen, elkaar de hand kunnen schudden. Ze zijn familie van elkaar.

In het boek van Amos Oz en Fania Oz-Salzberger staat een nogal bondig geformuleerde passage waarin ze schrijven dat Kafka en anderen de synagoge van hun voorouders geheel achter zich hadden gelaten, alleen een oude kromgebogen figuur loopt nog rond in hun dromen. Ook al voelen ze zich schuldig, de band met het Joodse leven van hun voorouders is doorgesneden, de amputatie is definitief.

Laat ik de hele passage hier maar overnemen:

There came a brief and momentous time both in Jewish annals and in world history, when Jews of traditional upbringing met head on the offer, or temptation, of modern existence. For one or two generations, they lived in both worlds at once. This is a case not of dual membership, but rather of irreplaceable amputation: leaving the old synagogue for the world’s gleaming novelties. Trading dusty wisdoms for sweet sin and sour uncertainties. Embarking on ships to new worlds saddled with guilt and longing. Yiddish clung to their necks like a heartbroken mother. An ancient bearded figure recurred in their dreams, hunched in the empty schoolroom. This is where Heine belongs, and Sigmund Freud, and Franz Kafka, and Walter Benjamin, and Else Lasker-Schüler. Also Saul Bellow and Bernard Malamud. Each and every one of them was gravely, irretrievably in trouble with Time. They all experienced, in their several ways, the abrupt collapse of ancient time and the bewildering eeriness of modern time.

Nu staat deze passage in het hoofdstuk Time and timelessness en niet in het eerdere hoofdstuk Continuity, waarin Amos Oz en Fania Oz-Salzberger de geschiedenis van het Joodse volk a unique continuum noemen. Toch plaatsen ze ook in dat hoofdstuk Heine en Freud, naast Einstein en Arendt, niet zonder meer binnen the great chain of Jewish scholarship, mythically and textually launched on Mount Sinai by Moses, the first teacher. Heine c.s., menen ze, staan op enige afstand, with some learned rabbi or bookish mother or synagogue still flickering on their biographical horizon. Al zijn deze schrijvers en geleerden in ieder geval nog wel etched by something intimately and textually Jewish.

De recensent van Ha’aretz vroeg zich af of Amos Oz en Fania Oz-Salzberger van mening zijn dat de door hen genoemde schrijvers en geleerden fell off the Jewish continuum. Ik denk echter niet dat zij dit zo bedoelen. De geciteerde passage gaat immers vooral over het gemangeld zijn tussen de synagoge van de voorouders en het moderne bestaan en dat gedurende een periode die niet langer dan één of twee generaties heeft geduurd. Niettemin ben ook ik niet helemaal zeker wat precies door hen wordt bedoeld. Dat zou ik hen graag willen vragen want die oude kromgebogen figuur heeft iets van een karikatuur en Heine en Kafka droegen meer van Tora en Talmoed met zich dan Oz en dochter lijken te suggereren.

Er is nog meer in jewsandwords dat mij aan het denken heeft gezet zonder dat in dit boek een afdoend antwoord is te vinden. Jewish culture, schrijven Amos Oz en Fania Oz-Salzberger, was never evenhandedly multilingual. Its gist was always Hebrew. In dit verband citeren ze een gesprek tussen Agnon en Saul Bellow waarin Agnon aangeeft dat de taal van de diaspora will not last. Maar wat gebeurt er dan met dichters als Heinrich Heine, vraagt Bellow. Agnon answered: ‘He has been beautifully translated into Hebrew and his survival is assured’. Oz en dochter noemen dit vintage cultural arrogance. Maar toch. Overigens schrijven ze bij de bespreking van het in het Jiddisj geschreven gedicht van Itzik Manger, Langs de weg staat een boom, dat het in Engelse vertaling de helft van zijn original tenderness verliest en in het Hebreeuws zelfs driekwart.

Nu las ik jewsandwords toen ik enkele weken geleden in Israël was en daardoor bleef dat Hebreeuws me dwars zitten. Om twee redenen, een persoonlijke en een algemene. Ik ben wel eens begonnen Hebreeuws te leren maar het is nooit wat geworden. En dat is een ernstig gemis. Tegelijk ben ik in de diaspora niet de enige met dat euvel. Zou het zo kunnen zijn dat niet Hebreeuws sprekende Joden, die in de diaspora leven, in de loop van de tijd steeds verder komen af te staan van hun wortels en van de bron die hen moet voeden? Want, zo staat ook in jewsandwords: Your ideas are not your ideas. They are the progeny of the bookshelf on your wall and of the language that you inhabit. Zou het zo kunnen zijn dat we in en buiten Israël steeds meer een verschillende taal spreken en dat in onze boekenkasten niet altijd meer dezelfde boeken staan?

Amos Oz en Fania Oz-Salzberger schrijven terecht dat de herleving van het Hebreeuws van het begin af aan worthy literature heeft opgeleverd. Het geeft mij de kans in deze column tot slot ook aandacht te vragen voor een ander boek dat ik in Israël las, Goede mensen, van Nir Baram. Om Agnon te parafraseren, gelukkig prachtig in het Nederlands vertaald door Hilde Pach.

Goede mensen is een roman over de terreur onder Hitler en Stalin. Zo magistraal dat het boeken van Varlam Sjalamov en Vasili Grossman naar de kroon steekt. De wereldliteratuur is verrijkt met een grootse roman. De schrijver woont in Israël, is geboren in 1976, heet Nir Baram en mag zich met één klap een waardig opvolger noemen van zijn beroemde landgenoten Amos Oz en A.B. Yehoshua. Dit zijn niet mijn zinnen maar die van Michel Krielaars die in de NRC van 16 november vorig jaar over Goede mensen een zeer lovende recensie schreef. Terecht. ‘Baram laat zien’, zo beëindigt Krielaars zijn recensie, ‘waartoe gewone mensen in staat zijn. Het resultaat van hun handelen is zo langzamerhand bekend, want het is van alle tijden en herhaalt zich keer op keer. Maar juist dat maakt Goede mensen tot zo’n veelzeggende, belangrijke en originele roman, die je niet ongelezen mag laten als je de duistere kanten van het leven wilt begrijpen.’ Lezen dus, zowel jewsandwords als Goede mensen. Want we remain Jews by reading, dat hoe dan ook.

Amos Oz en Fania Oz-Salzberger, jewsandwords, Yale University Press, New Haven & London, 2012.
Nir Baram, Goede mensen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2012, vertaling Hilde Pach.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.
Beste Leo, Met veel waardering heb ik je laatste column gelezen over o.a. JewsandWords geschreven door vader en dochter Oz. Je vraagt je daarin af of de niet Hebreeuws sprekende Joden in de diaspora \"in de loop van de tijd steeds verder komen af te staan van hun wortels en van de bron die hen moet voeden?\". Na bijna twee jaar inwoner van Israel te zijn geweest zou ik je ter overweging willen geven dat zeer veel perfect Hebreeuws sprekende Joden in Israel totaal geen weet hebben van hun wortels en van de bron die hen moet voeden, er absoluut niet in geïnteresseerd zijn of er zelfs een grondige afkeer van hebben ontwikkeld. Misschien is er voor de Hebreeuws sprekende Joden in de diaspora een belangrijke taak weggelegd. Ik ben, onder andere in Amerika, veel inspirerende voorbeelden tegen gekomen. Hartelijke groet, Joop
Ik lees en herlees vaak je artikels en doe er mijn voordeel mee. Vooral bij het zoeken naar interessante literatuur. "Goede mensen" van Nir Baram vind ik zeer sterk, zeker van zo een jonge auteur. Sjalamov schreef prachtige verhalen over de Goelag die ieders aandacht verdienen. Maar "Leven en lot" van Vasili Grossman steekt er voor mij toch bovenuit, een van de beste boeken die ik ooit las.

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009