Schaduwen van het verleden

Leo Frijda

vrijdag 28 augustus 2015

Vorige week is in Boekhandel Van Rossum aan de Beethovenstraat in Amsterdam het nieuwe boek van Paul Hellmann gepresenteerd, Irene, mijn grootmoeder, De neergang van een Weens-Joodse familie. Het is zijn derde boek na Mijn grote verwachtingen uit 2009 en Klein kwaad, Het proces-Demjanjuk, uit 2011.

Paul Hellmann heeft de oorlog in de onderduik overleefd maar zijn vader, Bernhard Hellmann, en zijn grootmoeder, Irene Hellmann-Redlich, zijn in de kampen vermoord. Zijn vader in Sobibor en zijn grootmoeder in Auschwitz.

In Mijn grote verwachtingen heeft Hellmann zijn ‘herinneringen’ aan de eigen onderduik opgetekend en beschreven waarom de ondergang van zijn vader en diens moeder pas in volle omvang tot hem doordrong in de late jaren zeventig. Ik beëindigde mijn bespreking van dit boek indertijd zo:

Het is in 1995 kort na zijn pensionering dat Paul Hellmann een bij een antiquair al omstreeks 1980 opgedoken hutkoffer met brieven, documenten, albums en losse foto’s van zijn vaders familie opent. Het doorbreekt het zwijgen. Het leidt in 2005 tot het bezoek aan Auschwitz en Sobibor en daarna tot de beslissing als medeaanklager op te treden in het proces tegen Demjanjuk en zo zijn positie als buitenstaander op te geven.

In zijn tweede boek, Klein kwaad, beschrijft Paul Hellmann zijn zoektocht naar de sporen van zijn eveneens ondergedoken maar verraden en in Sobibor vermoorde vader. Parallel daaraan doet hij verslag van het door hem als mede-aanklager bijgewoonde proces-Demjanjuk.

En nu dus Irene, mijn grootmoeder, De neergang van een Weens-joodse familie. In het twee weken geleden door mij genoemde boek van Judit Neurink, De Joodse bruid, Het verdwenen verleden van Irak, vindt de hoofdpersoon, Zara, net als Paul Hellmann, haar familiegeschiedenis terug in alsnog opgedoken voorwerpen die haar Joodse grootmoeder, Rahila, heeft verborgen. Al lezende in het dagboek van haar grootmoeder, ontvouwt zich voor Zara de geschiedenis van de Joden in dat deel van de wereld. Ze beseft: ‘In mij leven eeuwen Joodse geschiedenis voort.’

Paul Hellmann vermijdt grote woorden en zulke zinnen vind je bij hem dan ook niet terug. De geschiedenis van zijn grootmoeder heeft hij opgetekend aan de hand van door hem teruggevonden brieven. Het is vooral een feitelijk relaas geworden, ingetogen verteld, al ligt daaronder vaak verbazing, ontroering en pijn. In één van haar brieven, geschreven kort vóór de oorlog, noteert zijn grootmoeder: ‘De schaduwen van het verleden trekken aan mij voorbij’. Woorden die mij goed lijken te passen bij de zoektocht van Paul Hellmann. Eigenlijk vormen de tot nu toe door hem geschreven boeken een trilogie die onder die noemer kan worden samengevat.

Grootmoeder Irene Redlich (1882-1944) en grootvader Paul Hellmann (1876-1938) woonden voor de oorlog in het centrum van Wenen aan de Günthergasse, vlakbij het Burgtheater en de Opera. In een groot en prachtig ingericht appartement. Onder de elf kamers was een bibliotheek met open haard. Paul Hellmann heeft zijn boek geïllustreerd met oude foto’s, onder meer van de ‘Damenzimmer’, de kamer van Irene. Helaas ontbreekt een foto van de bibliotheek. De familie bezat enkele schilderijen van Gustav Klimt, waaronder ‘het portret van een oudere man met een opvallende witte haardos tegen een donkere achtergrond’. Dat schilderij is ook in het boek afgebeeld. ‘Het hing’, schrijft Paul Hellmann, ‘in het appartement aan de Günthergasse; te oordelen naar de interieurfoto’s zou het goed hebben gepast in de statige bibliotheek’. Een zeer rijke familie dus, met gouvernantes voor de drie kinderen en een zomerhuis in Altaussee.

In dit deel van het boek overheerst bij Paul Hellmann de verbazing, vooral als hij in zijn zoektocht stuit op Traumzeit für Millionäre, een boek waarin staat dat zijn grootvader, naar wie hij is vernoemd, de 110e plaats inneemt op de lijst van bijna 1.000 rijkste Weners in het jaar 1910. Wel zal na de Eerste Wereldoorlog het in de kledingindustrie verdiende familiekapitaal steeds verder afkalven totdat daarvan na de beurskrach van 1929 nog maar weinig is overgebleven.

Een sterke onderlinge band en Bildung, schrijft hij, waren voor zulke geassimileerde Joodse families kenmerkend. Een groot deel van de dag besteedde men aan muziek, literatuur en beeldende kunst. In hoge mate gold dat voor Irene. Zij had, blijkt uit haar brieven, vele contacten met schrijvers als Hugo von Hoffmansthal en Jakob Wassermann en met musici als Richard Strauss. Strauss heeft zelfs enkele liederen aan haar opgedragen, waaronder ‘na een logeerpartij in Altaussee’ het lied Schlechtes Wetter, getoonzet op een gedicht van Heinrich Heine. Jakob Wassermann had eveneens een zomerhuis in Altaussee en men kwam ‘vaak’ bij elkaar op bezoek.

‘De wereld van gisteren’ gaat open in dit boek van Paul Hellmann. Men denkt dus al gauw aan Stefan Zweig, in 1881 in Wenen geboren, slechts één jaar eerder dan Irene Redlich. Ook Zweig was afkomstig uit een zeer welvarend Joods gezin. In zijn herinneringen merkt hij op dat hij ‘noch op school, noch op de universiteit, noch in de letteren ooit ook maar de minste tegenwerking of geringschatting (heeft) meegemaakt als Jood’.

Wellicht gold dit ook voor de familie Hellmann. Paul Hellmann schrijft dat in de brieven van zijn grootmoeder nergens aan de orde komt dat zij behoorde tot een bevolkingsgroep die afkeer en zelfs haat opriep. Hij laat doorschemeren op dit punt niet alle vragen te kunnen beantwoorden, al maakt hij toch enkele voorzichtige kanttekeningen. Zo meent hij dat als gevolg van (de toenemende) antisemitische discriminatie ‘de Joodse intelligentsia weinig anders overbleef dan zich terug te trekken in eigen kring: een culturele elite van buitenstaanders die de nadruk legde op Bildung en zich onderscheidde door steun te verlenen aan wegbereiders van de (moderne) kunst’.

Het maken van terugtrekkende bewegingen zal de familie Hellmann uiteindelijk niet helpen. Als haar echtgenoot Paul Hellmann in 1938 is overleden, neemt Irene februari 1939 de wijk naar Engeland, naar haar dochter Ilse. Al ongeveer een maand later nam zij ‘het fatale besluit’ naar Rotterdam te gaan, naar haar zoon Bernhard die daar al enige jaren woonde met zijn vrouw en hun in 1935 geboren zoon Paul. In de loop van de oorlog gaat Irene op zichzelf wonen en duikt zij na enige tijd onder. Zij vindt een verblijfplaats in Bilthoven en later in Amsterdam.

Tussen verbazing en pijn vinden we ook ontroering. In het boek staan enkele foto’s van de kleine Paul met zijn beide grootouders. Uit 1937. Paul Hellmann toont zich in zijn boek vooral ‘geroerd’ als hij in brieven leest over bezoeken die hij samen met zijn vader aan zijn grootmoeder in Bilthoven moet hebben gebracht. In één van die brieven schrijft zijn grootmoeder:

Ik kan niet beschrijven wat zo’n bezoek voor mij betekent. Van vroeg tot laat speelden Paul en ik samen winkeltje. Kon je het maar zien, wij tweeën vormen een wonderlijk liefdespaar. Ik vroeg hem of hij het leuk vond als ik weer bij hem zou komen wonen. ‘Ik geloof het wel,’ zei hij, ‘dan kunnen we veel praten.’ Na elk afscheid van hem ben ik erg droevig.

Irene zelf voelde zich die oorlogsjaren in Nederland ‘eenzamer dan ooit’. ‘Ik ben niet meer dan een verwaaid blad’, schrijft ze. Laat ik er maar kort over zijn. Begin 1944 is Irene in Amsterdam gepakt. In Westerbork kwam zij ‘in strafbarak 67, gelegen naast de strafbarak met het nummer 66, waar (haar zoon) Bernhard een jaar eerder was vastgezet’. Op 3 maart verliet Irene Westerbork. In een goederentrein richting Auschwitz. Op 6 maart is zij daar vermoord. Het was de dag dat Paul Hellmann negen werd. Ruim zeventig jaar later schreef hij een indringend en mooi portret van zijn grootmoeder, ingetogen maar ook met verbazing, ontroering en pijn.


Paul Hellmann, Irene, mijn grootmoeder,
De neergang van een Weens-joodse familie,
Uitgeverij Augustus, Amsterdam 2015

3 + 3 = ?
Weer een boeiende bijdrage. Jammer dat ik de Sail moest misse..maar weet je wat we moeten maar wee eens mailen in Amicitia. hart gr en shabbatshalom

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.