Nogmaals Jacob Israel de Haan

Leo Frijda

vrijdag 13 december 2013

In een eerdere column schreef ik over de in 2008 opgerichte stichting Jacob Israël de Haan en het streven van die stichting om te komen tot een ‘goede en complete biografie’ van De Haan.

Op 31 oktober van dit jaar organiseerde de stichting Jacob Israël de Haan al haar vijfde lezing. Dit keer sprak Ron Blom over Jacob Israël de Haan en de socialistische beweging over homoseksualiteit en jodendom. Onder de titel ‘Kanalje verenigt u, maar blijft u zelf’ is de lezing kortgeleden in druk verschenen in de serie Uitgelezen boeken.


Tekening van Maurits de Groot (november 1918)
(website DBNL)

De Haan is in 1919 naar Palestina gegaan en in 1924, naar wordt aangenomen, door een lid van de zionistische beweging vermoord. ‘De Haans rechtvaardigheidsgevoel en zijn pleidooi voor een ongedeeld Palestina stond de vorming van een joodse staat in Palestina in de weg,’ schrijft Blom. Dat klinkt de lezer heel anders in de oren dan de beschrijving van De Haan door Tom Segev in diens boek One Palestine, Complete (Jews and Arabs under the British Mandate): ‘De Haan was one of those eccentrics, adventurers, and fanatics drawn to Palestina as if to an open frontier, where all norms of behavior were suspended, where everything seemed possible.’ Was De Haan een rechtvaardige met politiek inzicht of een excentrieke fanaticus?

Over die vraag zal Jan Fontijn zich moeten buigen want hij, zo is bekend gemaakt, gaat de biografie van De Haan schrijven. In 2011 hield Fontijn de Jacob Israël de Haan-lezing, Tederheid en storm, De persoonlijkheid van Jacob Israël de Haan. Uitgeverij De Buitenkant heeft in 2012 die lezing prachtig uitgegeven. Naast de tekst van de lezing heeft Fontijn voor deze uitgave ook tien krantenstukken geselecteerd uit de vele bijdragen die De Haan sinds 1919 voor het Algemeen Handelsblad heeft geschreven. Fontijn is vol lof over deze ‘feuilletons’ van ‘een nieuwsgierig en volleerd journalist’ en spreekt de hoop uit dat zijn bloemlezing een aansporing is alle feuilletons van De Haan uit te geven.

In de tijd dat De Haan in Jeruzalem woonde, schreef hij behalve de bijdragen voor het Algemeen Handelsblad ook een groot aantal kwatrijnen. Deze Kwatrijnen verschenen postuum in 1924. Onder de titel Jerusalem waren in 1921 al enkele feuilletons gepubliceerd en een uitgebreidere bundeling onder de titel Palestina verscheen in 1925. In haar Digitale Bibliotheek heeft Crescas een aantal boeken van De Haan opgenomen. De kwatrijnen en de feuilletons echter nog niet. Deze zijn wel te vinden op de internetsite van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren, DBNL. Ze kunnen ook worden gedownload. Misschien kan Crescas op haar site links plaatsen naar andere sites. Daarvoor komen DBNL en de Koninklijke Bibliotheek in aanmerking omdat op die sites voor de doelgroep van Crescas interessante oude boeken en tijdschriften te lezen of te downloaden zijn.

Over de feuilletons van De Haan schrijft Fontijn terecht dat het schitterende krantenstukken zijn: ‘speelse, humoristische bijdragen wisselen af met bijdragen over het leven van alledag in Jeruzalem, over het onderwijs, de landbouw, de architectuur, de economie, de ontwikkeling van het Hebreeuws als moedertaal, over zijn wandelingen en tochten door Jeruzalem en Palestina, bijdragen over zijn ontmoetingen met bekende en onbekende personen uit de Joodse en Arabische samenleving.’

De feuilletons zijn bovendien meer dan krantenstukken. In het nummer van De Engelbewaarder over De Haan als correspondent in Palestina schreef Ludy Giebels dat De Haan zijn feuilletons goot ‘in de vorm van een persoonlijk dagboek’. Om zicht te krijgen op de persoonlijkheid van De Haan zijn én de feuilletons én de kwatrijnen onontbeerlijk. Zij vullen elkaar aan.

En hiermee kom ik weer op de vraag of De Haan een rechtvaardige was met politiek inzicht of een excentrieke fanaticus. Hem slechts als een excentrieke fanaticus te beschouwen, gaat zeker te ver. De Haan had soms bepaald gelijk. Hij doorzag al voordat hij in Palestina was aangekomen dat, anders dan in zionistische kringen veelal werd gedacht, ‘wij wel een volk zijn zonder land, maar ons land niet een land is zonder volk’ en dat het Arabisch nationalisme mede opkwam als reactie op het zionisme. Dat al vroeg ingenomen standpunt kan dus niet louter worden teruggevoerd op de voorkeur die hij in Palestina toonde voor Arabische jongens.

Toch zijn de waarnemingen en standpunten van De Haan tegelijkertijd moeilijk los te zien van zijn rusteloze persoonlijkheid die zo duidelijk naar voren komt in de kwatrijnen ‘waarin verlangen, droom, angst voor het leven, angst voor de dood, vertwijfeling, berusting en vooral onrust was’. Had De Haan het maar gelaten bij zijn feuilletons en gedichten en had hij zich met zijn rusteloze persoonlijkheid maar niet ingelaten met de politiek. Maar helaas, naast tuchtloos drijven was hem eerzuchtig dringen niet vreemd:

JERUZALEM

Mijn hart is hier van smarten toegeschroeid.
Vraag mij dan niet het Joodsche Lied te zingen.
Hoe kwam ik blijde en werd ik hier bedroefd
Door tuchtloos drijven en eerzuchtig dringen.

Terug naar Fontijn, de toekomstige biograaf van De Haan. Fontijn probeert, schrijft hij, een visie op de mens De Haan te ontwikkelen. Dat ‘stuit op problemen’. Fontijn ziet de onrust van De Haan, zijn doodsverlangen, zijn depressies. Maar hij vraagt zich ook af of we ‘zijn grote persoonlijke moed en gevoel voor recht’ dan niet miskennen. ‘Wie alleen maar naar psychologische verklaringen zoekt, doet te kort aan de politieke inzichten en overtuigingen van De Haan en de moed daarvoor uit te komen.’ Een voor een biografie belangwekkende afweging en ik kijk er naar uit hoe Fontijn de verschillende kanten van De Haan zal weten uit te diepen.

In het begin van Tederheid en storm schrijft Fontijn dat hij door de krantenstukken van De Haan ‘meer over Jeruzalem in die jaren te weten is gekomen dan in de geschiedenissen van die stad geschreven door Karen Armstrong en Simon Sebag Montefiori.’ En aan het eind van zijn lezing merkt hij op:

Wel weet ik nu dat allerlei feiten die De Haan registreerde, beoordeelde en veroordeelde pas in de loop van de geschiedenis van Palestina en later van Israël een duidelijke context en betekenis kregen en nog steeds krijgen.

Over het hoe en wat van die ‘context en betekenis’ laat Fontijn zich in zijn lezing niet uit. Dat is dus eveneens afwachten. Fontijn zal echter voorzichtig moeten zijn met het plaatsen van De Haan binnen de geschiedenis van Palestina en later van Israël. Ik hoop dat hij geen eenzijdige conclusies trekt maar inziet dat die geschiedenis, net als de persoon De Haan, ‘gecompliceerd’ is en ‘vol tegenstrijdigheden’ zit. Dat zijn niet mijn woorden maar die van Ari Shavit uit zijn prachtige boek Mijn beloofde land, waarover Harry van den Bergh op 22 november een lovende column schreef. Fontijn moet ook dit boek over ‘het verhaal van Israël’ maar lezen.

Mede aanleiding om nogmaals over De Haan te schrijven was het verschijnen van een nieuwe Nederlandse vertaling van De strijd om sergeant Grisja, de bekende roman uit 1927 van Arnold Zweig. Omslag noch nawoord vermelden het voor Nederlandse lezers toch waarlijk niet oninteressante gegeven dat Arnold Zweig tevens de schrijver is van De Vriendt kehrt heim, door Nico Rost in 1933 vertaald als De Vriendt keer weer. In 1939 is die vertaling in de Salamanderreeks herdrukt. Voor zover mij bekend, is het daarbij gebleven. ‘Het model van de hoofdfiguur van mijn boek,’ laat Zweig optekenen achter de vertaling van Rost, ‘was de ongelukkige dichter en onzalige politicus J.I. de Haan, die in 1924 te Jeruzalem werd vermoord.’ Daaraan voegt Zweig toe: ‘Ik geloof, dat men zal begrijpen, wat me alleen aan hem boeide, de tegenstrijdigheid en de diepe klove in zijn karakter, zijn buitengewone begaafdheid, zijn vooroordelen, hartstochtelijke overgave en het noodzakelijk einde dat hem ten deel moest vallen.’ Over Arnold Zweig volgende keer meer.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.
Dagblad? Handelsblad! Verder zoals altijd een mooi en interessant verhaal, dat er nog vele mogen volgen!
Dank voor deze reactie. De door mij niet opgemerkte fout heb ik natuurlijk onmiddellijk hersteld!

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009